Alternatieve beleidsopties duurzaam en economisch groeipotentieel

De beschouwde alternatieve beleidsopties zijn samen te vatten onder drie thema’s:

  1. Versterken van de internationale netwerkpositie;

  2. Ontwikkelen van duurzame en concurrerende stedelijk-economische netwerken

  3. Verduurzaming van regio’s en steden met een uitstekend woon-, werk- en leefklimaat

Versterking internationale netwerkpositie

Autonoom is er een groei van internationale data, personen- en goederenstromen. Ook in de toekomst blijven de mainports luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven van belang voor de Nederlandse economie, maar deze mainports staan ook voor een aantal uitdagingen in de transitie naar een duurzame economie. Ook de industrie kan bijdragen aan de verduurzaming van de economie (circulaire economie). Een ontwikkeling die noodzakelijk is om Nederland een aantrekkelijke vestingingsplaats te laten zijn voor (internationale) bedrijven. Door slim overheidsbeleid kan deze ontwikkeling gefaciliteerd worden. De volgende beleidsopties formuleren kansen voor een extra integrale beleidsinzet, bovenop het huidige beleid.

  • Beleidsoptie 1. Sterkere sturing op versterking van de positie van Nederland in internationale economische netwerken, mede gericht op vergroten van de complementariteit en synergie.

Hierbij kan een keuze gemaakt worden voor welke netwerken en internationale focus.

  • Beleidsoptie 2. Toekomst Schiphol en regionale luchthavens: Wel of niet accommoderen van de verwachte groei van Schiphol, en zo ja, op welke wijze.

  • Beleidsoptie 3. Het Rijk versterkt de sturing op verduurzaming van het netwerk van zeehavens en industrie(complexen). Hierbij bestaat de keuze uit het aanhouden van het huidige beleid gebaseerd op een generieke sectorale aanpak of (aanvullend) sturen op netwerk van industrie en zeehavens en een clustergerichte aanpak

  • Beleidsoptie 4. Het Rijk zet in op versterkte sturing op corridorontwikkeling in een kernnetwerk logistiek voor bundeling van het goederenvervoer gericht op efficiency, innovatie en duurzaamheid. De schuifruimte wordt hier bepaald door de mate van extra en gezamenlijke overheidssturing op ruimtelijke corridorontwikkeling.

Duurzame en concurrerende stedelijk-economische netwerken

De (internationale) concurrentiestrijd gaat in toenemende mate tussen steden en regio’s. Het huidige rijksbeleid kiest voor een combinatie van een generieke, op (top)sectoren gerichte sturing en een gebiedsgerichte sturing, zoals opgenomen in de SVIR, REOS en/of aan de gebiedsprogramma’s in het kader van het MIRT. Ontwikkelingen rondom innovatie en (digitale) netwerken kunnen bijdragen aan een verduurzaming van de economie en de concurrentiekracht van een gebied of regio vergroten. Of en op welke manier beleidsinzet nodig is voor de toekomst, is overwogen in de volgende beleidsopties:

  • Beleidsoptie 5. Het Rijk kiest voor een herijking van zijn gebiedsgerichte benadering gericht op economische groei(potentie) en grote duurzaamheidsopgaven.

    • 5a: Selectief gebiedsgericht: focus op (ex ante selectie van) economisch leidende regio’s: Noordvleugel, Zuidvleugel en regio Eindhoven - inclusief kansen op het gebied van duurzaamheid;

    • 5b: Adaptief gebiedsgericht: focus op economisch leidende én catching-up regio’s (met toetsing achteraf en daarmee samenspel van ex ante en ex post selectie), bijv. Noordvleugel en Zuidvleugel van de Randstad, Eindhoven, Groningen, Zwolle, Arnhem-Nijmegen en andere opkomende (stedelijke) gebieden, inclusief kansen op het gebied van duurzaamheid;

    • 5c: Opgavegericht: geen selectie van regio’s vooraf noch achteraf, maar een opgavegerichte benadering op basis van economische én duurzaamheidsopgaven in verschillende stedelijke regio’s in Nederland.

  • Beleidsoptie 6. Actievere Rijksinzet om de digitalisering in en tussen (stedelijke) regio’s te faciliteren (digitale infrastructuur als derde “mainport”). De keuze bestaat hier uit meer of mindere sterke Rijksrol in relatie tot eventueel marktfalen

Regio’s en steden met een uitstekend woon-, werk- en leefklimaat.

Steeds meer economische activiteiten vinden plaats in stedelijke gebied. Stedelijke gebieden met een duurzame economie vinden een balans in economische ontwikkeling, sociale cohesie en kwaliteit van de leefomgeving. Autonoom zal er sprake zijn van een toenemende druk in stedelijke regio’s (woon, werk, bereikbaarheid). In dit kader zijn de volgende beleidsopties overwogen:

  • Beleidsoptie 7. Extra Rijksinzet voor een topkwaliteit van de woon, werk- en leefomgeving in stedelijke regio’s als onderscheidende vestigingsplaatsfactor in de internationale concurrentiestrijd tussen regio’s.

    • Nuloptie: huidig beleid, aangevuld met de ambities uit het regeerakkoord rekening houdend met de gerechtelijke uitspraken op het gebied van luchtkwaliteit. Daarbij horen waar relevant de EU-normen en gebiedsgericht maatwerk voor verdere verbetering van de leefomgevingskwaliteit.

    • Beleidsoptie: Extra Rijksinzet voor topkwaliteit in de woon, werk- en leefomgeving in stedelijke regio’s.

  • Beleidsopties 8. Extra Rijksinzet op gezamenlijke en integrale aanpak van schaalsprong in verstedelijking én systeemsprong in bereikbaarheid voor de stedelijke regio’s.

    • Nuloptie: huidig beleid met beperkte Rijksrol voor stedelijke woningbouwopgave en focus op investeringen in knelpunten in het hoofdnet van weg en spoor.

    • Beleidsoptie: Extra Rijksinzet op integrale aanpak van stedelijke verdichting én bereikbaarheid

  • Beleidsoptie 9. Het Rijk stimuleert en faciliteert een regionale aanpak gericht op kansrijke businesscases en verdienmodellen voor de transitie naar een circulaire economie, in samenhang met de energietransitie, klimaatadaptatie, stedelijke ontwikkeling, digitalisering en voedselvoorziening.

    • Nuloptie: huidig beleid gebaseerd op een veranderaanpak per sector/grondstof keten voor de circulaire economie door middel van kennisdeling, initiatief bij regio’s laten voor ontwikkeling van hun eigen circulaire visies en het faciliteren van een regionale aanpak energietransitie (greendeal ‘regionale energiestrategieën')

    • Beleidsoptie: (Aanvullend) Stimuleren, faciliteren en instrumenteren van een regionale aanpak voor circulariteit ( in samenhang met de regionale aanpak voor de energietransitie, klimaatadaptatie, stedelijke ontwikkeling, digitalisering en voedselvoorziening), en het ontwikkelen van maatwerk waardoor regio-specifieke vraagstukken in de transitie naar een circulaire economie kunnen worden ondersteund.

  • Beleidsoptie 10. Het Rijk wil samen met regionale overheden zorgen voor versterking van toplocaties, innovatiemilieus en voldoende ruimte voor duurzame economische activiteiten in stedelijke regio’s.

Kansen en risico’s van de alternatieve beleidsopties

De kansen en risico’s van de beschouwde alternatieve beleidsopties zijn globaal in beeld gebracht:

Tabel 3.2 | Overzicht kansen en risico’s voor duurzaam en economisch groeipotentieel

BELEIDSOPTIE

  • POSITIEF / VOORDEEL / KANS

  • NEGATIEF / NADEEL / RISICO

1. Sterkere sturing op versterking van de positie van Nederland in internationale economische netwerken, mede gericht op vergroten van de complementariteit en synergie.

Schuifruimte = keuze voor welke netwerken en internationale focus

  • Kan efficiency van economisch netwerk vergroten

  • Bundelen krachten van steden in netwerken versterkt internationale concurrentiepositie

  • Sluit aan bij verdere internationalisering in economie

  • Geeft impuls aan samenwerking in Europa

  • Te sectorale focus kan kansen voor cross-overs tussen sectoren missen

  • Te weinig gebiedsgerichtheid kan voor gemiste kansen in gebieden zorgen

2. Toekomst Schiphol en regionale luchthavens: Wel of niet accommoderen van de verwachte groei van Schiphol, en zo ja, op welke wijze.

Niet als keuze gepositioneerd, meer als optie om te onderzoeken.

  

3. Het Rijk versterkt de sturing op verduurzaming van het netwerk van zeehavens en industrie(complexen).

Schuifruimte:

Nuloptie: huidig beleid gebaseerd op een generieke sectorale aanpak

Beleidsoptie: (Aanvullend) Sturen op netwerk van industrie en zeehavens en een clustergerichte aanpak

  • Draagt bij aan transitie naar circulaire economie

  • Versnelde aanpak CO2-emissies

  • Kansen om veiligheidsrisico’s te verminderen

  • Kansen op specialisatie in clusters (economische kans)

  • Concentreren en schaalvoordelen investeringen en voorkomen desinvesteringen (in lineaire economie)

  • Het clusteren van risicovolle activiteiten kan lokaal tot een extra hoog risico leiden

  • Bedrijven maken zelf locatiekeuzes (beperkt stuurbaar)

  • Verplaatsing van bedrijven vraagt enorme investeringen

  • Belemmerende wet- en regelgeving

  • Onzeker: Of de veiligheid overall beter is door clustering (met lokaal hoger risico) i.p.v. spreiding van risico’s

  • Sterk afhankelijk van internationale ontwikkelingen

4. Het Rijk zet in op versterkte sturing op corridorontwikkeling in een kernnetwerk logistiek voor bundeling van het goederenvervoer gericht op efficiency, innovatie en duurzaamheid.

Schuifruimte: mate van extra en gezamenlijke overheidssturing op ruimtelijke corridorontwikkeling

  • Bundeling van goederenstromen kan veiligheidsrisico’s verminderen

  • Bundeling van goederenstromen vermindert milieubelasting

  • Afhankelijk van uitwerking in sommige woongebieden minder hinder

  • Sluit aan bij economische dynamiek en bij wens om efficiencyvoordelen te halen in de sector

  • Vergroot kansen op synchromodaal netwerk in duurzame regio’s

  • Doelgroepgericht beleid kan effectiviteit vergroten, vergroot kans op succes

  • Vergroot effectiviteit van publieke en private investeringen

  • Port of Rotterdam: uitdagingen en kansen door innovatie en digitalisering m.b.t. transport

  • Mogelijke kansen niet benut bij te sectorale en/of te weinig gebiedsgerichte uitwerking

  • Afhankelijk van uitwerking in sommige woongebieden meer hinder

  • Port of Rotterdam: transporttransitie in mainport moet samen gaan met transitie in achterlandmodaliteiten.

  • Draagvlak bij omliggende woongebieden die meer hinder zullen ervaren

  • Draagvlak binnen de sector nog onbekend

  • Mogelijk verdere concentratie van milieubelasting als slag naar duurzaamheid niet wordt benut

5. Het Rijk kiest voor een herijking van zijn gebiedsgerichte benadering gericht op economische groei(potentie) en grote duurzaamheidsopgaven.

  

Optie A (ex ante selectie van) economisch leidende regio’s: Noordvleugel, Zuidvleugel en regio Eindhoven - inclusief kansen op het gebied van duurzaamheid;

  • Snelste slag naar betere internationale concurrentiepositie door sterker te maken wat sterk is en door beperkte focus op belangrijkste steden en agglomeraties

  • Maximale bijdrage van investeringen in toegevoegde waarde en groei Nederland

  • Mislopen van groei- en duurzaamheid kansen elders

  • kans op grotere milieudruk vanwege verdere concentratie van verstedelijking en agglomeratienadelen

  • versterkt neerwaartse spiraal in krimpgebieden, omdat deze vanuit economie minder aandacht krijgen (risico van gescheiden werelden neemt toe)

Optie B Adaptief gebiedsgericht: focus op economisch leidende én catching-up regio’s (met toetsing achteraf en daarmee samenspel van ex ante en ex post selectie), bijv. Noordvleugel en Zuidvleugel van de Randstad, Eindhoven, Groningen, Zwolle, Arnhem-Nijmegen en andere opkomende (stedelijke) gebieden, inclusief kansen op het gebied van duurzaamheid;;

  • Benutten groeikansen in groter aantal regio’s,

  • Veel mogelijkheden voor adaptief beleid en investeringen

  • Mislopen van groei- en duurzaamheid kansen elders

  • spreiding van middelen en focus kan effectiviteit verminderen en hierdoor nadelig uitpakken voor internationale concurrentiepositie

  • versterkt neerwaartse spiraal in krimpgebieden, omdat deze vanuit economie minder aandacht krijgen (risico van gescheiden werelden neemt toe)

Optie C Opgavegericht: geen selectie van regio’s vooraf noch achteraf, maar een opgavegerichte benadering op basis van economische én duurzaamheidsopgaven in verschillende stedelijke regio’s in Nederland.

  • Focus op bredere waarden en diversiteit van regio’s, groter appèl op iedereen is nodig

  • Mislopen van groei- en duurzaamheid kansen elders

  • versterkt neerwaartse spiraal in krimpgebieden, omdat deze vanuit economie minder aandacht krijgen (risico van gescheiden werelden neemt toe)

  • Minder mogelijkheden voor adaptief beleid en investeringen

6. Actievere Rijksinzet om de digitalisering in en tussen (stedelijke) regio’s te faciliteren (digitale infrastructuur als derde “mainport”)

Schuifruimte: meer of mindere sterke Rijksrol in relatie tot eventueel marktfalen

  • Vergroot kans op behoud / versterking koploperspositie in internationale concurrentiepositie

  • Speelt in op ‘internet of things’ in alle lagen van de economie

  • Versterkt competenties van jonge generatie kenniswerkers

  • Biedt oplossingen voor stedelijke problemen d.m.v. ‘smart city’ toepassingen (op gebied van mobiliteit, energie, gezondheids-zorg/domotica etc)

  • Bij landelijke uitwerking kunnen verschillen tussen gebieden worden beperkt (denk aan krimp/landelijke gebieden)

  • Digitalisering leidt tot toename van de energievraag

  • Toenemende digitale kwetsbaarheid van de samenleving

  • Risico op marktverstoring

  • Europese regelgeving mogelijk beperkend voor overheidsrol

  • Europese regelgeving mogelijk beperkend voor overheidsrol

7. Extra Rijksinzet voor een topkwaliteit van de woon, werk- en leefomgeving in stedelijke regio’s als onderscheidende vestigingsplaatsfactor in de internationale concurrentiestrijd tussen regio’s.

Schuifruimte:

Nuloptie: huidig beleid, aangevuld met de ambities uit het regeerakkoord rekening houdend met de gerechtelijke uitspraken op het gebied van luchtkwaliteit. Daarbij horen waar relevant de EU-normen en gebiedsgericht maatwerk voor verdere verbetering van de leefomgevingskwaliteit.

Beleidsoptie: Extra Rijksinzet voor topkwaliteit in de woon, werk- en leefomgeving in stedelijke regio’s.

  • Draagt bij aan verbetering gezondheid, door betere luchtkwaliteit en minder geluidhinder en door gezondheid bevorderende inrichting voor diverse doelgroepen (healty urban living)

  • Creëert aantrekkelijke en groene omgevingskwaliteit

  • Aandacht voor top-(culturele) voorzieningen

  • Unieke kans voor onderscheidend vestigingsklimaat NL, in aansluiting op polycentrische, groene verstedelijkingsstructuur

  • Meeliften/synergie met maatregelen energietransitie en ruimtelijke adaptatie

  • Hoger ambitieniveau dan huidige EU-normen kan economische groei van sectoren (denk aan vervoer en logistiek, industrie, landbouw) beperken (geen ‘level playing field’ in EU)

  • Komen tot verwaarloosbare milieurisico’s vraagt om verplaatsing bedrijven. Dit kan groot effect hebben op lokale/regionale werkgelegenheid.

  • Vraagt hogere investeringen van overheid en private partijen (om aan normen te voldoen), zeker bij ev. uitplaatsing van (risicovolle) bedrijven

  • Risico dat in uitvoering de ‘topkwaliteit’ er weer afgaat (business case)

  • Mogelijk maatschappelijke weerstand bij uitwerking in stedelijk gebied (bv verplaatsing bedrijven, tegen beperkt gebruik van de auto, afsluiten van wegen)

8. Extra Rijksinzet op gezamenlijke en integrale aanpak van schaalsprong in verstedelijking én systeemsprong in bereikbaarheid voor de stedelijke regio’s.

Schuifruimte:

Nuloptie: huidig beleid met beperkte Rijksrol voor stedelijke woningbouwopgave en focus op investeringen in knelpunten in het hoofdnet van weg en spoor.

Beleidsoptie: Extra Rijksinzet op integrale aanpak van stedelijke verdichting én bereikbaarheid

  • Impuls in stedelijke bereikbaarheid, vooral op gebied OV-schaalsprong en metropolitane fietsnetwerken

  • Verdichting en verbindingen ondersteunen agglomeratiekracht en daarmee meer kans op benutten economische schaalvoordelen

  • Kansen om natuur/groen/ landschap buiten de stad te ontzien

  • Minder geluidhinder (meer OV i.p.v. auto)

  • Verbetering luchtkwaliteit (minder en schonere kms)

  • Stimuleren gezond gedrag (fiets)

  • Afname CO2-uitstoot (minder en schonere kms)

  • Groter draagvlak voor meer metropolitane (culturele) voorzieningen

  • Van Infrafonds naar Mobiliteitsfonds (uit regeerakkoord) ondersteunt deze beleidsoptie

  • . Ruimte voor lokale keuzes

  • Mogelijke toename hittestress en wateroverlast, afhankelijk van inrichting van de verdichting

  • Grotere druk op openbare ruimte en open plekken in de steden

  • Verdichting beperkt adaptiviteit in ruimtelijke inrichting voor de toekomst

  • Grotere concentratie van mensen, maakt de samenleving kwetsbaar voor incidenten, zware ongevallen en rampen (met gevaarlijke stoffen), inclusief overstromingen en verstoring van vitale functies, openbare nutsvoorzieningen en ICT-storingen

  • Vraagt forse extra rijksinvesteringen in stedelijke bereikbaarheid (mogelijk bovenop extra geld uit Regeerakkoord), en vraagt mogelijk eerdere aanpassing van de verdeelsleutel tussen weg, spoor en water;

  • Volgende slag in verdichting sluit mogelijk niet aan bij woonwensen (kan op termijn leiden tot trek uit de steden)

9. Het Rijk stimuleert en faciliteert een regionale aanpak gericht op kansrijke businesscases en verdienmodellen voor de transitie naar een circulaire economie, in samenhang met de energietransitie, klimaatadaptatie, stedelijke ontwikkeling, digitalisering en voedselvoorziening.

Schuifruimte:

Nuloptie: huidig beleid gebaseerd op een veranderaanpak per sector/grondstof keten voor de circulaire economie door middel van kennisdeling, initiatief bij regio’s laten voor ontwikkeling van hun eigen circulaire visies en het faciliteren van een regionale aanpak energietransitie (greendeal ‘regionale energiestrategieën)

Beleidsoptie: (Aanvullend) Stimuleren, faciliteren en instrumenteren van een regionale aanpak voor circulariteit ( in samenhang met de regionale aanpak voor de energietransitie, klimaatadaptatie, stedelijke ontwikkeling, digitalisering en voedselvoorziening), en het ontwikkelen van maatwerk waardoor regio-specifieke vraagstukken in de transitie naar een circulaire economie kunnen worden ondersteund.

  • Geeft impuls aan versnelling naar circulaire economie, en aan ‘save by design’. Ook meer aandacht voor economische haalbaarheid CE

  • Vermindert afvalstromen op langere termijn, beperkt gebruik van grondstoffen

  • Kan bijdragen aan grotere zelfvoorzienendheid op regionale schaal, met mogelijk minder transportstromen

  • Draagt bij aan kennisontwikkeling bij diverse actoren in de regio’s

  • Circulair produceren is op korte termijn / in aanloop duurder dan lineair produceren

  • Huidige gebiedsinrichting is nog niet toegerust op regionale ketennetwerken die horen bij een circulaire economie.

  • Belemmerende wet- en regelgeving

10.Het Rijk wil samen met regionale overheden zorgen voor versterking van toplocaties, innovatiemilieu ’s en voldoende ruimte voor duurzame economische activiteiten in stedelijke regio’s.

  • Geeft impuls aan toplocaties in internationale concurrentiestrijd en vernieuwing van het verdienvermogen.

  • Vergroot bewustzijn en creëert fysieke ruimte voor veranderingen in economische vestigingspatronen (ruimte voor schaalvergroting distributie naast kleinschalige activiteiten)

  • Geeft impuls aan stedelijke transformaties, draagt daarmee bij aan vernieuwing en verdichtingsopgave in steden

  • Functiemenging biedt kansen voor energietransitie (energie-uitwisseling, vermindering woon-werkverkeer)

  • Grootschalige distributie vraagt zorgvuldige landschappelijke inpassing, vergroot druk op groene open ruimte buiten de steden

  • Kleinschalige distributie in steden kan beslag op ruimte (bijvoorbeeld voor woningbouw) en milieu vergroten

  • Onzekerheid over de ruimtevraag voor economische activiteiten