Alternatieve beleidsopties toekomstbestendige ontwikkeling landelijk gebied

De intensiverende trend van ruimtelijke functies heeft achteruitgang van biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid en een versnipperd landschap tot gevolg. In de fysieke leefomgeving leidt dit tot belangrijke keuzes met betrekking tot natuur, landbouw, landschap en veenweidegebieden.

  • Beleidsoptie 1: Natuur. De natuurlijke omgeving staat onder toenemende druk van externe ontwikkelingen zoals intensivering van de landbouw en verdergaande verdichting door verstedelijking, industrie en infrastructuur. Dit leidt tot uitputting van de natuur en natuurlijke grondstoffen. Deze toenemende druk is af te lezen aan een alarmerende afname van de biodiversiteit. Herstel van de biodiversiteit en een betere benutting van het natuurlijk kapitaal zijn de primaire beleidsdoelen van het natuurbeleid. De volgende beleidsopties zijn onderscheiden:

    • 1A Optimaliseren van natuurfuncties door afscherming tegen externe invloeden

    • 1 B Transformeren naar meervoudig gebruik van Natuurlijk Kapitaal

  • Beleidsoptie 2: Landbouw. Door de omvang en intensiteit blijft de milieudruk vanuit de Nederlandse landbouw op natuur en oppervlaktewater onverminderd hoog. Fijnstof beinvloedt de gezondheid van mensen. De landbouw levert een aanzienlijke bijdrage aan het broeikaseffect, de verzuring, vermesting, verdroging, bodemdaling en verarming van het landschap. De natuur (biodiversiteit), het landschap (erfgoed) en de mens (gezondheid) ondervinden daarvan de gevolgen. De volgende beleidsopties zijn onderscheiden:

    • 2A Optimaliseren door verdere schaalvergroting, hightech, efficiency en circulaire productie

    • 2B Transformatie naar een hernieuwde binding van landbouw met maatschappij en leefomgeving

  • Beleidsoptie 3: Landschap. Landschap levert een belangrijke bijdrage aan een herkenbare, betekenisvolle leefomgeving. Economische ontwikkelingen kunnen de diversiteit van het cultureel - en natuurlijk erfgoed en landschappelijke kernkwaliteiten te benadelen. De volgende beleidsopties zijn onderscheiden:

    • 3A Optimaliseren door randvoorwaarden te stellen aan gebruik

    • 3B Transformeren naar weerbare landschappen met vitaal erfgoed

  • Beleidsoptie 4: Veenweidegebieden. Bodemdaling leidt tot een steeds complexere hydrologische situatie die steeds grotere maatschappelijke kosten met zich meebrengt in zowel het landelijk als stedelijk gebied. Klimaatverandering versnelt dit proces. Met het veen verdwijnt bovendien een deel van onze cultuurhistorie. De volgende beleidsopties zijn onderscheiden:

    • 4A Optimaliseren door ruimtelijke scheiding van functies

    • 4B Transformeren naar geleidelijke overgangen van functies

Kansen en risico’s van de alternatieve beleidsopties

De kansen en risico’s van de beschouwde alternatieve beleidsopties zijn globaal in beeld gebracht:

Tabel 3.5 | Overzicht kansen en risico’s voor toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

BELEIDSOPTIE

  • POSITIEF / VOORDEEL / KANS

  • NEGATIEF / NADEEL / RISICO

  1. Natuurlijke omgeving

Hebben we te weinig, of willen we er te veel van?

  
  1. Optimaliseren van natuurfuncties door afscherming tegen externe invloeden

Volledige realisatie Nationaal NatuurNetwerk, bescherming hiervan door maximale scheiding functies o.a. door hydrologische isolatie en extensiveringszones.

  • Minder verdroging natuur.

  • Toename biodiversiteit.

  • Geen aanpassingen nationale en Europese wet- en regelgeving voor natuur.

  • Contrasten worden scherper, met meer conflicten langs randen.

  • Relatie natuur-stad buiten beeld, beperkte bijdrage ruimtelijke adaptatie stedelijke gebieden (hittestress, wateroverlast).

  • Ecologische verwoestijning van landbouwgebieden kan toenemen.

  • Beperkte bijdrage aan andere transities.

  1. Transformeren naar meervoudig gebruik van Natuurlijk Kapitaal

Gebruik natuurlijk kapitaal, herstel biodiversiteit i.c.m. andere maatschappelijke opgaven. Geleidelijke overgangen voor robuuste natuurlijke omgeving om externe invloeden, fluctuaties en risico’s op te vangen, incl. versterkte relatie natuur - stedelijke functies, economische bedrijvigheid en infrastructuur.

  • Natuur biedt ruimte voor accommoderen nieuwe maatschappelijke opgaven.

  • Grotere maatschappelijke acceptatie en waardering natuur vanwege geleverde ecosysteemdiensten.

  • Toename bodemvitaliteit en ecologische weerbaarheid landbouwgebieden.

  • Nederland voorbeeld in Europa met ontwikkelingsgerichte netwerkbenadering.

  • Versterking natuur in stad en bij infra, met positief effect op vestigingsklimaat.

  • Noodzaak nationale en Europese wet- en regelgeving natuur aan te passen.

  • Minder zekerheid over behoud en herstel van biodiversiteit en specifieke soorten.

  • Opbouw van vertrouwen tussen partijen om natuur zorgvuldig (volhoudbaar) te benutten heeft tijd nodig; risico van conflicten tussen het huidige regime en nieuwe spelers.

  1. Landbouw

Voedselproductie met randvoorwaarden, of oplossingen voor maatschappelijke behoeften?

  
  1. Optimaliseren door verdere schaalvergroting, hightech, efficiency en circulaire productie

Doorzetten ‘efficiency- innovatieframe’ van afgelopen decennia. Normering belasting agrarische activiteiten op leefomgeving. Scheiding landbouw en andere vormen grondgebruik om conflicterende situaties te beperken. ICT en doorontwikkeling data infrastructuur voor verduurzaming, optimaliseren teelttechnieken, ketensamenwerking en ‘true pricing’.

  • Behoud van landschappelijk-agrarisch karakter van gebieden met goede condities voor grondgebonden landbouw.

  • Kennisintensieve landbouw levert een lage milieu-impact per eenheid product.

  • Innovatie versterkt de economische vitaliteit van rurale regio’s.

  • Maatschappelijke acceptatie verdere intensivering en verscherping van conflicten met omwonenden.

  • Concentreren veehouderij brengt groter gezondheidsrisico

  • Milieueffecten: afwenteling naar elders door internationale handel.

  • Veel onzekerheid hoe landbouw op deze schaal echt volhoudbaar, circulair, niet afwentelbaar kan worden. (kennisontwikkeling/onderzoek nodig).

  • Leefbaarheid platteland onder druk door schaalvergroting van bedrijven.

  1. Transformatie naar een hernieuwde binding van landbouw met maatschappij en leefomgeving

Onderscheiden grondgebonden productie en niet-grondgebonden activiteiten (b.v. stedelijke bedrijfsmatige functies). Baat bij clustering met efficiency- en milieuvoordelen (o.a. circulariteit). Inzet technologie voor nieuwe verbinding met samenleving en natuurlijk kapitaal. Land meer dan ‘teeltsubstraat’ en natuur en landschap cruciale productiefactor. Niet alleen voedselproductie, maar ook economisch verwaarden andere maatschappelijke behoeften (natuurbeleving, recreatie, watervoorziening, klimaatadaptatie, energieproductie) en bieden aantrekkelijk vestigingsmilieu. Bron voor waardecreatie en basis voor gezond businessmodel.

  • Natuur inclusieve bedrijfsvoering leidt tot minder milieudruk, lagere CO2-uitstoot, hogere biodiversiteit, optimale benutting van ecosysteemdiensten, minder afwenteling van effecten.

  • Vergroening van de gebouwde omgeving, bevordering van gezondheid, voedselbewustzijn.

  • De leefbaarheid van het platteland (sociaaleconomische vitaliteit, werkgelegenheid) neemt toe.

  • Landelijk gebied bedient d.m.v. meervoudig ruimtegebruik ook ruimtevraag waterberging, hernieuwbare energie, natuur- en landschapsbeleving, zorg en recreatie. Inzet van omgevingsbeleid om de economische doelmatigheid en leefomgevingskwaliteit te borgen.

  • Nederland als koploper in data en ICT gedreven ‘future food system’ biedt (circulaire) economische impuls aan stad én platteland.

  • De positieve effecten hebben tijd nodig om zich te manifesteren (langzame systeemverandering) ; gebrek aan vertrouwen in nieuwe richtingen is een risico.

  • Verdienmodellen op basis van natuurlijk kapitaal staan pas aan het begin van de innovatiecurve. Ondersteuning vanuit economische prikkels kan dit versnellen, maar is onzeker.

  • True pricing principe vergt internationale afstemming.

  • Inspelen op nieuwe markten en diensten-gerichte bedrijfsvoering vergt affiniteit met deze bedrijfsstijl. Die verandering kost tijd, past niet iedereen en het verplaatsen van bedrijven die niet in een dergelijke gebiedsgerichte ontwikkeling passen is lastig vanwege sociale gebondenheid.

  • Bij minder voedselproductie in Nederland kan capaciteit zich verplaatsen en daar minder efficiënt of meer vervuilend plaatsvinden.

  1. Landschap

Uitgangspunt voor, of uitkomst van ontwikkelingen?

  
  1. Optimaliseren door randvoorwaarden te stellen aan gebruik

Resultante van ‘optimalisering’ natuur en landbouw, aangevuld met meer beschermende erfgoedstrategie. Zonering leidt tot contrastrijk landschap met scherpe grenzen tussen natuur- en landbouw, tussen stedelijk en landelijk gebied en tussen ‘oude en nieuwe’ landschappen.

  • Nederland internationaal onderscheiden/profileren op het zorgvuldig inpassen van nieuwe ontwikkelingen in een rijk cultuurlandschap.

  • Behoud van bestaande landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Sommige transities: tijdelijke, reversibele effecten (b.v. zonnepanelen, windmolens).

  • Nieuwe technologie kansen voor innovatief ruimtegebruik, dat goed inpasbaar is in bestaande ruimtelijk-landschappelijke structuren of monumentale omgevingen.

  • Een herkenbare, historisch verankerde leefomgeving met stapsgewijze in- en aanpassingen aan nieuwe eisen, kan de sociale stabiliteit in de samenleving ten goede komen.

  • Mismatch tussen ‘vorm en functie’ kan groter worden.

  • Het inpassen van nieuwe ruimteclaims in gebieden met bijzondere kwaliteiten kan in toenemende mate als een last worden ervaren.

  • Grofweg is de ruimtevraag voor verandering het grootst in gebieden met ‘ruimtelijke overdruk’ en in ‘Laag Nederland’ Met name vanuit de Randstad kan ruimtelijke afwenteling naar elders optreden. Als de landschappelijke verschijningsvorm onvoldoende wordt gedragen door functioneel gebruik, zal de financiële last groter worden. Dit kan het maatschappelijk draagvlak verminderen

  • Waar optimalisering leidt tot intensivering van ruimtegebruik kan de leefbaarheid en kwaliteit van het vestigingsmilieu in het geding raken.

  • Op langere termijn de grenzen van economische doelmatigheid en ecologische duurzaamheid bereiken Dit kan leiden tot landschappelijke verarming en versnippering.

  1. Transformeren naar weerbare landschappen met vitaal erfgoed

Resultante van ‘transformatie’ natuur en landbouw, aangevuld met cultuur-inclusieve ontwikkelingsstrategie (nieuw, vitaal erfgoed). Dit leidt tot gradiëntrijk landschap met gemengde overgangszones tussen ruimtelijke kerngebieden (natuur, stad, landbouw, water, etc.), met meervoudig gebruik en waarde.

  • Nederland kan zich internationaal onderscheiden en profileren op het vernieuwend vormgeven van de grote transitieopgaven (‘Dutch Design’) waarmee ook de 21e eeuw een waardevolle cultuurlaag toevoegt aan het (stads)landschap.

  • Integrale gebiedsontwikkeling gericht op meervoudige transitieopgaven kan meervoudig ruimtegebruik stimuleren en daarmee per saldo ruimte sparen.

  • Ontwikkeling van bredere overgangszones en gradiënten met gemengd gebruik biedt grotere ruimtelijke flexibiliteit en adaptiviteit. Helpt bij lange termijn onzekerheden. .

  • Een transformatiestrategie kan op termijn een meer doelmatig ruimtegebruik opleveren, wat de economische structuur en vitaliteit ten goede kan komen.

  • Verlies van huidige natuurlijke en cultuurhistorische waarden en transitiegebieden.

  • Veel mensen hechten aan hoe hun omgeving er nu uitziet. Snelle ruimtelijke transformaties versterken de ervaren onzekerheid en dit kan het vertrouwen in de overheid en samenwerking in de samenleving aantasten (weerstand).

  • Nieuwe vormen van ruimtegebruik en functiecombinaties zijn experimenteel en zullen niet altijd passen binnen bestaande normeringssystematiek. Dit vraagt verantwoorde experimenteerruimte.

  1. Veenweidegebieden

Peilverhoging, of op peil houden van de huidige landbouwproductie?

  
  1. Optimaliseren door ruimtelijke scheiding van functies

Verminderen veenbodemdaling, met behoud en kansen voor huidige economische functies en huidige natuur- en cultuurkwaliteiten. Reduceren verdrogingsschade in natuur en bebouwd gebied met behoud veenweidelandschap. Door maximale hydrologische scheiding landbouw (met behoud voldoende drooglegging) en natuur en bebouwd gebied.

  • Minder verdroging van veenmoerasnatuur.

  • Minder schade aan funderingen, kaden en infrastructuur in aangrenzend bebouwd gebied.

  • Vertraging van afbraak van het karakteristieke veenweidelandschap, met mogelijk verlies van internationaal toerisme.

  • Versterkte uitstoot van broeikasgassen als CO2 en lachgas.

  • Oppervlaktewater wordt voedselrijker door vrijkomende fosfaten en mineralen.

  • Biodiversiteit gehele veenweidegebied loopt sterk terug (weidevogels, natuurkernen).

  • Kosten en complexiteit waterbeheer en beheer openbare ruimte nemen toe Bodemdaling veenweidegebieden zorgt voor geohydrologische veranderingen in een veel groter gebied met invloed op grondwaterstromen en daarmee indirect op natuurwaarden.

  1. Transformeren naar geleidelijke overgangen van functies

Geleidelijke overgangen natuur en landbouw, en stad en land. Een adaptief en klimaatbestendig veenlandschap dat economisch en ecologisch vitaal is. Nattere, kleinschaliger gebieden met aangepaste, innovatieve teelten in laagst gelegen delen veengebied. Creëren nieuw Hollands landschap: het vitale erfgoed van de toekomst.

  • Beperking uitstoot van broeikasgassen als CO2 en lachgas.

  • Kwaliteit van het oppervlaktewater door het vasthouden van gebiedseigen zoetwater zal toenemen en daarmee ook de grondwaterstand.

  • Terugloop aan biodiversiteit in natuurkernen en op het boerenland zal naar verwachting worden gekeerd.

  • Het watersysteem wordt robuuster en beter beheersbaar door het ruimte geven aan peilfluctuaties en minder kostbaar in onderhoud.

  • Robuuster zoetwatersysteem met hogere grondwaterstanden is positief voor natuurwaarden in het veenweidegebied zelf en aanpalende gebieden, De recreatieve waarden van het nieuwe, typisch Hollandse veenweidelandschap kunnen toenemen door de aanleg van wandel-, fietspaden en kano- en vaarroutes gekoppeld aan het nieuwe, robuuste zoetwatersysteem in een ruimtelijk aantrekkelijk, kleinschaliger landschap.

  • De ruimtelijke ontwikkeling van een grootschalig, weids veenweidelandschap naar een kleinschaliger en intiemer veenweidelandschap met natte teelten en zompiger omstandigheden zal in eerste instantie op weerstand kunnen stuiten bij bewoners en gebruikers.

  • Het internationaal karakteristieke veenweidelandschap zal ingrijpend veranderen.

  • Wanneer deze beleidsoptie op korte termijn grootschalig gerealiseerd zou worden zal dit leiden tot forse investerings- en inkomensverliezen in de landbouw.