Verdiepingsgroepen

Hieronder volgt per prioriteit de aanpak van de betreffende verdiepingsgroep. Tevens is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij de verdiepingsgroepen.

Werkwijze verdiepingsgroep Duurzaam en economisch groeipotentieel voor Nederland

In deze verdiepingsgroep zijn vertegenwoordigers opgenomen van de ministeries van IenM, EZ, VWS, OC&W, Financiën en van het Rijksvastgoedbedrijf, RIVM en het College van Rijksadviseurs. Een vertegenwoordiger van PBL nam deel als reflectant. De verdiepingsgroep werd ondersteund door adviseurs van Buck Consultants International en Royal HaskoningDHV. In een zestal werksessies van deze verdiepingsgroep zijn achtereenvolgens de volgende stappen doorlopen:

1. Verdieping van opgaven en inventarisatie van belangrijke trends en ontwikkelingen;

2. Formulering van een leidende ambitie en van de beleidsdoelen voor de verdieping;

3. In beeld brengen van hoofdlijnen van bestaand beleid en van nieuw beleid in ontwikkeling;

4. Identificeren van de belangrijkste beleidsopties: welke beleidsafwegingen moeten binnen de NOVI worden afgewogen op basis van eventuele fricties in bestaand beleid of nieuwe opgaven;

5. In beeld brengen van de belangrijkste voor- en nadelen van elke beleidsoptie, inclusief een maatschappelijke toets op draagvlak bij belangrijke stakeholders (op basis schriftelijke bronnen).

Tussenresultaten uit de verdiepingsgroep zijn besproken in het directeurenoverleg, de stuurgroep en in het Overlegorgaan Infrastructuur en Milieu (OIM). De verdiepingsgroep stond onder leiding van de ministeries van EZ en IenM.

Werkwijze verdiepingsgroep Ruimte voor Klimaat en energietransitie

In deze verdiepingsgroep zijn vertegenwoordigers opgenomen van de ministeries van IenM, EZ, BZK, Financiën, OC&W en Rijkswaterstaat. Een vertegenwoordiger van PBL nam deel als reflectant. De verdiepingsgroep werd ondersteund door adviseurs van Twynstra Gudde. In de periode juli tot en met oktober is de verdiepingsgroep vijf keer bij elkaar gekomen in werkateliers. De verdiepingsgroep heeft een bottom-up werkwijze gehanteerd, waarbij vanuit een groslijst aan beleidsopties is toegewerkt naar een set relevante beleidsopties voor de NOVI. De tussentijdse resultaten zijn in een werkbijeenkomst op 12 oktober gepresenteerd aan het Overleg-orgaan Infrastructuur en Milieu. Hun reactie is meegenomen in de verdiepingsfase.

Werkwijze verdiepingsgroep Sterkere, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s

In deze verdiepingsgroep zijn vertegenwoordigers opgenomen van de ministeries van IenM, EZ, BZK, Financiën, OC&W, de gemeente Amsterdam, de gemeente Tilburg, de provincie Zuid-Holland, de provincie Zeeland en Rijkswaterstaat. Vertegenwoordigers van PBL, KiM en CRa namen deel als reflectant. De verdiepingsgroep werd ondersteund door adviseurs van Twynstra Gudde, Studio Bereikbaar, en zelfstandige adviseurs. Er zijn werksessies georganiseerd met medeoverheden, maatschappelijke (koepel)organisaties, kennisinstellingen en onafhankelijke denkers. Bij de verkenning is steeds ingezoomd op thema’s rond verstedelijking en bereikbaarheid en de afstemming daartussen.

Werkwijze verdiepingsgroep Toekomstbestendige ontwikkeling van het lanelijk gebied

In deze verdiepingsgroep zijn vertegenwoordigers opgenomen van de ministeries van IenM, EZ, VWS, OC&W en Financiën, het Rijksvastgoedbedrijf, de Rijksdienst voor ondernemend Nederland, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en Rijkswaterstaat. Vertegenwoordigers van PBL en het college van Rijksadviseurs namen deel als reflectant. De verdiepingsgroep werd ondersteund door adviseurs vanWing, Geodan/HAS Den Bosch en zelfstandige adviseurs. De verdiepingsgroep is vier keer een dag bijeen geweest om de opgaven en mogelijke beleidsopties te verkennen en de effecten van de daarin voorgestelde maatregelen te bespreken. Zoveel mogelijk werd samengewerkt met andere lopende processen zoals de transitiepaden energie, de transitie agenda’s circulaire economie en de voedselagenda. In dat kader werden ook een aantal relevante bijeenkomsten bijgewoond, waaronder de bijeenkomsten van het rijksparticipatieplatform Overleg Infrastructuur en Milieu (OIM) van 15 juni en 12 oktober. De resultaten van deze interviews en bijeenkomsten zijn waar mogelijk als input gebruikt voor dit rapport.

De bandbreedte van effecten is bepaald door de twee uitersten naast elkaar te zetten. Voor sommige opgaven ging het bij de keuzes om uitersten in sturing: een meer centrale of meer decentrale sturing. Mede op basis van de informatie uit Reflectie 2 Beleidsopties (5 september 2017) is vanuit het MER milieugeweten bijgedragen aan een expliciete en brede beschouwing van voor en nadelen bij de verkenning van de beschouwde beleidsopties/alternatieven door de verdiepingsgroepen. Alle vier de verdiepingsgroepen hebben de effecten van beleidsopties beschreven aan de hand van het Rad voor de leefomgeving. In deze fase zijn keuzes en alternatieven overwogen en aangescherpt.