Grondstoffenbehoud (circulariteit)

Grondstoffenbehoud (circulariteit)

Definitie: Verandering in perspectief op het sluiten van grondstofkringlopen.

Huidige staat

2

De huidige staat ten aanzien van het perspectief op het sluiten van grondstofkringlopen wordt als matig gewaardeerd. Op pilots en uitzonderingen na, wordt in Nederland over het algemeen nog gewerkt met ‘lineaire’ productieprocessen en bouwmethodes; Nederland is sterk afhankelijk van (de import van) grondstoffen.

Referentiesituatie

2

Richting 2030 en ook daarna zorgen economische groei, groei van welvaart en consumptie en ruimtelijke ontwikkelingen voor een toenemende druk op het gebruik van grondstoffen. Wel is er in toenemende mate aandacht voor hergebruik van grondstoffen en (bouw)materialen, circulair inkomen en meer flexibele bouwconcepten, maar de transitie naar een circulaire economie is nog niet gerealiseerd. Daarom is de staat ten aanzien van grondstoffenbehoud ook in de referentiesituatie als matig gewaardeerd.

Definitie

Door de knellende voorraad van mineralen en fossiele hulpbronnen wordt (inter)nationaal ingezet op het behoud van grondstoffen door middel van circulaire economie. Een circulaire economie is een economisch systeem dat is gebaseerd op het minimaliseren van grondstofgebruik door hergebruik van producten, onderdelen en hoogwaardige grondstoffen. Bij deze indiactor wordt gekeken naar de verandering in het perspectief op het sluiten van grondstofkringlopen.

Huidige ambities

Met betrekking tot grondstofkringlopen heeft het Rijk de ambitie om groen ondernemerschap te stimuleren waarbij bedrijven de zorg voor biodiversiteit en duurzaam gebruik van natuurlijk hulpbronnen (‘natuurlijk kapitaal’) verankeren in hun bedrijfsstrategie (RIVM, 2017). Ook zijn stappen gezet voor een transitie naar een circulaire economie in 2050.

Huidige staat

De Nederlandse economie en samenleving zijn sterk afhankelijk van de import van natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Dit geeft ook aan dat Nederland een relatief groot beslag legt op natuurlijke hulpbronnen elders in de wereld (RHDHV, 2016). De grote uitdaging ligt dus in de transitie van de op fossiele brandstoffen gebaseerde economie naar een schone, duurzame economie. Nederland behoort tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën in de wereld en is tevens ook één van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. De overgang naar een duurzame, circulaire economie gaat een zichtbare impact hebben. Dit komt vooral door (uitbreiding van) de infrastructuur. Vanuit het beleid wordt ingezet op dat er (milieu-)ruimte en infrastructuur moet zijn voor regionale en lokale stromen van grondstoffen, materialen en producten en voor productie van biomassa en andere hernieuwbare grondstoffen en voor op- en overslag van grondstoffen en producten. De internationale concurrentiepositie van ons tuinbouwcluster kan worden versterkt, door te investeren in een samenhangend netwerk van greenports en gerelateerde productiegebieden - in samenhang met Schiphol en de Rotterdamse haven - en door verduurzaming en modernisering van de productie.

Referentiesituatie

Nederland heeft uiterlijk in 2050 een circulaire en CO2-arme economie, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord, de Energie-agenda en het Rijksbrede programma “Nederland Circulair in 2050’. In algemene zin zullen trends als robotisering, smart industry en circulaire economie de komende jaren een verdere boost geven aan de groei van de industriële dynamiek in Nederland. Door deze trends groeit naar verwachting de ruimtebehoefte, zowel buiten de steden als binnenstedelijk. Faciliteiten voor fossiele brandstoffen en voor “traditionele, lineaire” productie zullen nog vele jaren nodig zijn en ruimte in beslag nemen, terwijl niet-fossiele en circulaire productie nieuwe eisen stellen aan de inrichting van onze leefomgeving. Bovendien groeien bevolking, (wereldwijde) economie en vervoersstromen, wat de (mondiale) druk op grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen verhoogt (RHDHV, 2016). Ook dat betekent een toename van de vraag naar fysieke ruimte. De meer ‘traditionele’ en ‘nieuwe’ economie zullen immers – net als het gebruik van zowel fossiele als niet-fossiele brandstoffen - een tijd lang naast elkaar bestaan.