Waardevolle landschappen

Waardevolle landschappen

Definitie: Verandering in het areaal en de kwaliteit van waardevolle

landschappen.

Huidige staat

3

De huidige staat ten aanzien van het areaal en de kwaliteit van waardevolle landschappen is redelijk te noemen. Sinds 1990 was er sprake van 10% afname van kenmerkende landschapselementen (verlies identiteit landschappen) en is het oppervlak ‘zeer open gebied’ tussen 1990 en 2000 met 3,5% afgenomen. Bovendien staat de kwaliteit van de voormalige nationale landschappen onder druk.

Referentiesituatie

2

Richting 2030 is sprake van een negatieve trend door een afname van het areaal en de kwaliteit van waardevolle landschappen; dit leidt in de referentiesituatie tot een matige staat. Er is namelijk sprake van een toenemende druk op waardevolle landschappen, bijvoorbeeld als gevolg van ruimteclaims voor wonen en bedrijvigheid, recreatie, duurzame energie en schaalvergroting in de landbouw.

Toelichting definitie

Bij deze indicator wordt gekeken naar verandering in het areaal en de kwaliteit van waardevolle landschappen.

Ambities

We hebben in NL een aantal werelderfgoedgebieden. Bescherming daarvan gaat op basis van diverse wet- en regelgeving, het mereldeel via het ruimtelijk spoor. Voorop staat behoud van de Universal Outstanding Values (UOV’s) zoals opgesteld door UNESCO (UNESCO, 2019). Per werelderfgoed kunnen de UOV’s verschillen, maar het behouden van de openheid van het landschap is over het algemeen een belangrijke ambitie (b.v. bij het landschap van Kinderdijk) (Rijksdienst voor Cultureel erfgoed, 2019). Voor deze indicator is in de huidige situatie geen concrete ambitie bekend op het abstractieniveau van de NOVI. Daarom is voor de waardering van de huidige en referentiesituatie gebruik gemaakt van expert judgement. Hiervoor zijn experts van Planbureau voor de Leefomgeving, vereniging Deltametropol, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Royal HaskoningDHV geraadpleegd.

Huidige staat

Nederland ligt in de Noordwest-Europese laagvlakte als een delta en is sinds het einde van de Middeleeuwen vrijwel volledig in cultuur gebracht. De noodzaak van (water)veiligheid, van voedsel- en van energievoorziening hebben geleid tot gezamenlijke planning, ordening en landinrichting. In combinatie met creativiteit en regionale voorkeuren, heeft dit geleid tot een enorme ruimtelijke variatie. Naast het stedelijk landschap kunnen de Nederlandse landschappen worden onderverdeeld in negen landschapstypen (zie figuur 3.18), te weten grote wateren, veenkoloniën, laagveen-, zand-, zeeklei- en rivierengebied, droogmakerijen, kustzone en heuvelland (Zuid-Limburg).

Er is geen blauwdruk waarmee in één keer de landschappelijke kwaliteit van Nederland kan worden vastgelegd. Verschillen in waarden voor de mens, zoals natuurwaarden, cultuurhistorische waarden, economische waarden en belevingswaarden van het landschap, blijven altijd bestaan. Wel blijkt uit onderzoek dat er sprake is van verlies van identiteit van de verschillende landschappen[1]. Na 1990 is bijna 10 procent van de kenmerkende landschapselementen verdwenen, is de ontstaansgeschiedenis van het landschap steeds minder goed af te lezen aan de verkavelingspatronen en de terrein- en nederzettingsvormen en is het oppervlak ‘zeer open gebied’ tussen 1990 en 2000 met 3,5 procent afgenomen door uitbreiding van bebouwing, boomkwekerijen en fruitteelt en aanleg van natuur en verrommelt, versnippert en verstedelijkt het landschap door de aanwezigheid van visueel verstorende elementen zoals windmolens en megastallen en de uitbreiding van verspreide bebouwing en infrastructuur steeds verder.

Figuur 3.18 | Landschapstypen Nederland

Ook uit de Monitor Infrastructuur en Ruimte (PBL 2018) blijkt ook dat de kwaliteit van veel voormalige nationale landschappen onder druk staat: sinds 2012 worden er in de voormalige Nationale Landschappen meer woningen gebouwd dan gemiddeld in Nederland (zie figuur 2.20). In enkele voormalige landschappen (tevens Werelderfgoedgebieden), de Beemster, de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, is de openheid door een afname in opgaande beplanting en bebouwing toegenomen.

Waar 50 jaar geleden compacte steden en dorpen werden omringd door een veelal open, landelijk, groen agrarisch land is in enkele delen van Nederland inmiddels het omgekeerde het geval: landelijke, groene gebieden omsloten door uitgestrekte stedelijke gebieden. Een metamorfose, die sluipenderwijs heeft plaats gevonden[2]. Ondanks de visuele dominantie van het stedelijke is nog geen zesde deel van het oppervlak bebouwd. Water, weide, akkerland en natuur nemen nog altijd zo’n 85% Nederland in beslag.

Figuur 3.19 | Voormalige Nationale landschappen [Atlas van de leefomgeving]

Referentiesituatie

Verstedelijking en veranderend ruimtegebruik als gevolg van demografische ontwikkelingen, verstedelijking leidt tot verlies aan landschappelijke waarden en leegstand van erfgoed. Als gevolg van de bevolkingstoename en de sterke groei van recreatie en toerisme, zal in het stedelijk gebied de druk op de publieke ruimte in de stad en op het landschap rond de stad verder toenemen. Ook het opwekken van duurzame energie kan een grote impact hebben op het resterende open landschap. De komst van windturbines en zonnevelden kan het landschap veranderen. Met name in de Randstad zal de komende decennia de ruimtedruk hoog blijven. Elders in Nederland zal het aantal inwoners en huishoudens juist afnemen. Zowel de groei als de krimp zal zijn weerslag hebben[3]. Ook veranderingen in de landbouw, in het bijzonder de schaalvergroting zullen ook de komende jaren de grootste landschapsvormende kracht blijven. Tegelijkertijd zal het aandeel natuur in het grondgebied van Nederland van ca. 17% nu toenemen tot naar verwachting 19 à 20 %[4]. Daarnaast zullen maatregelen om de waterveiligheid te waarborgen hun invloed hebben op het Nederlandse landschap.

  • 1 PBL, 2018c
  • 2 Deze ontwikkeling werd al vermeld in Tummers, L.J.M., en J.M. Tummers-Zuurmond, 1997.
  • 3 PBL, 2018c
  • 4 WLO, 2015