Verbondenheid

Verbondenheid

Definitie: Ruimtelijke samenhang van natuurgebieden.

Huidige staat

2

De huidige staat ten aanzien van de ruimtelijke samenhang van natuurgebieden is als matig gewaardeerd; veel soorten staan op de Rode Lijst vanwege de te beperkte ruimtelijke samenhang van de leefgebieden waarvan zij afhankelijk zijn.

Referentiesituatie

1

Richting 2030 is sprake van een negatieve trend ten aanzien van de ruimtelijke samenhang van natuurgebieden; in de referentiesituatie is de staat van verbondenheid slecht gewaardeerd. In de toekomst wordt door de klimaatverandering de noodzaak voor een goede ruimtelijke samenhang groter. Milieucondities veranderen en soorten moeten de gelegenheid hebben zich te verplaatsen naar locaties waar de milieucondities nog wel acceptabel zijn. Indien deze mogelijkheden er niet zijn vanwege een te beperkte ruimtelijke samenhang binnen en buiten natuurgebieden bestaat de kans dat populaties verdwijnen.

Definitie

Met verbondenheid wordt de ruimtelijke samenhang van natuurgebieden bedoeld.

Huidige ambities

Een goede ruimtelijke samenhang van natuurgebieden is een vereiste om de ambities ten aanzien van biodiversiteit, een goed functionerend Natuurnetwerk en de Natura 2000-doelen te realiseren. Er zijn daarmee geen specifieke ambities voor dit criterium opgesteld in het huidige beleid, maar is impliciet onderdeel van de ambities ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (zie Areaal natuurgebieden), zoals ook vastgesteld in het SVIR (Rijksoverheid, 2012).

Huidige staat

Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven, zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud of herstel van voldoende grote leefgebieden en de mogelijkheden voor soorten om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. De ruimtelijke condities zijn niet goed wanneer het leefgebied voor veel soorten te klein is en/of te veel versnipperd, met andere woorden, wanneer de leefgebieden onvoldoende ruimtelijke samenhang hebben. Veel soorten staan op de Rode Lijst vanwege de te beperkte ruimtelijke samenhang van de leefgebieden waarvan zij afhankelijk zijn. De ruimtelijke samenhang varieert tussen de Nederlandse natuurgebieden. Een deel van de gebieden is in potentie wel groot genoeg of is voldoende met elkaar verbonden zodat soorten zich tussen de gebieden kunnen verplaatsen. Voorbeelden van gebieden waarvoor de ruimtelijke condities als goed kunnen worden beoordeeld, zijn de Veluwe, de Utrechtse heuvelrug en verschillende duingebieden. Ongeveer de helft van de landnatuur heeft matige tot slechte ruimtelijke condities voor de soorten.

In figuur 3.12 is te zien dat de huidige natuur in Nederland bestaat uit enkele zeer grote aaneengesloten gebieden en veel kleine gebiedjes. Veel moerassen, graslanden en heiden in Nederland zijn nog steeds te klein, waardoor een deel van de daarin voorkomende soorten het risico loopt te verdwijnen. Door de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland is het areaal van de grootste natuurgebieden met circa dertig procent toegenomen (CLO, 2016a).

Figuur 3.12 | Gebiedsgrootteklassen van de verschillende natuurgebieden. Bron: CLO, 2016a

Het MJPO is in 2018 afgerond en gericht geweest op de opheffing van ecologische knelpunten door infrastructurele barrières in het natuurnetwerk die worden veroorzaakt door de bestaande rijksinfrastructuur: wegen, waterwegen en spoorlijnen. In 2017 zijn in totaal 114 van de 178 gesignaleerde ecologische knelpunten geheel opgelost en 46 gedeeltelijk opgelost (Ministerie IenW, 2018a).

Om ecologische knelpunten op te heffen, worden maatregelen zoals ecoducten, ecoduikers, faunatunnels, boombruggen en hop-overs ingezet ('ontsnippering'). In veel gevallen wordt ook gekeken of bestaande bruggen en viaducten geschikt gemaakt kunnen worden voor medegebruik door dieren. Geleiding door rasters, struiken en stobbenwallen is daarbij een beproefd middel. Oplossing van een knelpunt kan echter om meer dan één maatregel vragen, bijvoorbeeld omdat het knelpunt meerdere kilometers breed is of uit meer barrières bestaat.

Figuur 3.13 | oplossing van knelpunten versnippering door rijksinfrastructuur

Referentiesituatie

Enerzijds zal door verdere realisatie van het NNN (zie paragraaf 2.2.2) een positieve bijdrage leveren aan het verder verbeteren van de de ruimtelijke samenhang van natuurgebieden. Daarnaast is in 2018 het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) afgerond en zijn lokale ecologische barrières in versnippering door bestaande rijksinfrastructuur opgeheven. Nieuwe infrastructuur wordt ingepast binnen de wettelijke eisen.

Anderzijds wordt door klimaatverandering de noodzaak om de ruimtelijke samenhang van natuurgebieden op orde te hebben steeds groter. Klimaatverandering is door de stijgende zeespiegel, de toenemende kans op weersextremen (droogte/neerslag) en de stijgende temperatuur een bedreiging voor de biodiversiteit. Milieucondities veranderen en soorten moeten de gelegenheid hebben zich te verplaatsen naar locaties waar de milieucondities nog wel acceptabel zijn. Indien deze mogelijkheden er niet zijn vanwege een te beperkte ruimtelijke samenhang binnen en buiten natuurgebieden bestaat de kans dat populaties verdwijnen.