Bodem & ondergrond

Bodem & ondergrond

Definitie: Verandering in de kwaliteit en het natuurlijke systeem van de bodem en ondergrond.

Huidige staat

3

De huidige staat ten aanzien van de kwaliteit en het natuurlijke systeem van de bodem & ondergrond wordt over het algemeen als redelijk gewaardeerd. Verspreid is sprake van knelpunten, zoals als gevolg van een afname van de bodemvruchtbaarheid en een toename van bodemdaling in de veenweidegebieden die in stedelijk gebied steeds vaker voor voor problemen zorgt. Vooral in die stedelijke gebieden is de ondergrond inmiddels ‘druk’; door gebrek aan ruimte bovengronds of om hinder te beperken krijgen steeds meer stedelijke functies een plek in de ondergrond.

Referentiesituatie

2

Richting 2030 is sprake van een negatieve trend ten aanzien van de kwaliteit en het natuurlijke systeem van de bodem & ondergrond; de referentiesituatie wordt over het algemeen als matig gewaardeerd. Ondanks de inzet van bestaand beleid, is de verwachting dat de knelpunten die samenhangen met bodemdaling in de veenweidegebieden nog zullen toenemen richting 2030. Ook de inzet van bestaand beleid voor een verbetering van de bodemvruchtbaarheid zal deze negatieve trend in 2030 naar verwachting (nog) niet keren. Verder zal de druk op benutting van de ondergrond richting de toekomst verder toenemen; in stedelijk gebied voor stedelijke functies, en ook daar buiten als bron voor duurzame energie, zoals geothermie.

Definitie

Bij de indicator bodem en ondergrond wordt gekeken naar de verandering in de kwaliteit en het natuurlijk systeem van de bodem en ondergrond.

Huidige ambities

De ambities uit de Structuurvisie Ondergrond (Rijksoverheid, 2018d) met betrekking tot bodem en ondergrond betreffen:

  • In 2030 is sprake van duurzaam en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond waarbij benutten en beschermen in balans zijn

  • Het oppervlaktewater- en grondwaterpeilbeheer is aangepast op de maatschappelijke gebruiksfuncties en het functioneren van het waterbodemsysteem. Bodemdaling slappe bodems in 2050 tot stilstand gebracht.

  • In 2030 worden alle Nederlandse bodems duurzaam beheerd en is sprake van een zodanig goede toestand dat de bodem de gewenste maatschappelijke functies kan vervullen, de bodembiodiversiteit in en op de bodem toeneemt en de bodem in belangrijke mate bijdraagt aan het realiseren van de duurzame ontwikkelingsdoelen.

  • Vanaf 2030 is het bodembeheer van alle Nederlandse bodems zodanig dat sprake is van een structurele verhoging van het organische stofgehalte van de bodem in de bovenste 40 centimeter met 4 promille per jaar. In 2025 zijn 100 gebiedspilots gerealiseerd waarbij hiervan sprake is.

Huidige staat

Bodem en ondergrond bevatten natuurlijke hulpbronnen in de vorm van mineralen, bouwstoffen, en grondstoffen voor landbouw en industrie en delfstoffen voor de energievoorziening. Daarnaast zijn bodem en ondergrond als natuurlijk systeem in staat diensten te leveren, zoals het zuiveren van infiltrerend regenwater door biologische en chemische processen of het bufferen van neerslagpieken. Ook het voedselproducerende vermogen van de bodem en het leveren van warmte en koude kunnen als ecosysteemdiensten worden gezien. De ondergrond is letterlijk en figuurlijk de grond onder ons bestaan. De ondergrond zorgt voor draagkracht voor alle bovengrondse activiteiten.

Nederland kent een aantal locaties waar sprake is van een verontreiniging in de bodem. Daarnaast moet nieuwe bodemverontreiniging voorkomen worden. Baggerspeciedepots en (bedrijfs)afvalstortplaatsen zijn locaties waar een risico op bodemverontreiniging bestaat. Naast bodemvervuiling speelt ook de samenhang met aardkundige en archeologische waarden, bodemenergie en waterbeheer een rol. In het stedelijk gebied gaat het hier vaker over thema’s rondom ondergrondse bouw- en bodemenergie. In het landelijk gebied draait het meer om bodemvruchtbaarheid voor de landbouw. De mate van geschiktheid van de bodem voor dergelijke landbouwkundige toepassingen is onder andere afhankelijk van de waterhuishouding en bodemverdichting.

In de ondergrond van veel stedelijke gebieden is het inmiddels druk. Door gebrek aan ruimte bovengronds of om hinder te beperken krijgen steeds meer stedelijke functies een plek in de ondergrond. Transportinfrastructuur wordt vaker ondergronds aangelegd en ook parkeergarages, fietsenstallingen, bioscopen en winkelcentra gaan ondergronds. Een toenemend aantal glas-, papier- en plasticcontainers wordt grotendeels verzonken in de ondergrond. Daarnaast ligt er een wirwar van kabels en leidingen en bovendien hebben de wortelstelsels van bomen veel ruimte nodig.

Figuur 3.1 maakt de huidige samenstelling van de bodem in Nederland inzichtelijk.

Langs de kust bevinden zich stroken met zandafzettingen. Veen en kleigronden zijn gevoelig voor bodemdaling door Veenoxidatie[1] en belasting[2]. In bodemdalingsgevoelige gebieden is de draagkracht van de bodem in relatie tot wateroverlast niet optimaal tot slecht.

Bodemdaling in Nederland is een steeds urgenter wordend probleem. In laag Nederland daalt de bodem tot wel 2 cm per jaar. Het wordt veroorzaakt door een combinatie van veenafbraak, toenemende belasting op slappe bodems en (toenemende) verlaging van grondwaterstanden. De ontwatering en droogtegevoeligheid van slappe bodems zorgt voor CO2-emissie en waterkwaliteitsproblemen. Bodemdaling leidt bovendien tot verzakkende infrastructuur (dijken, wegen, spoorwegen, ondergrondse kabels en leidingen) en schade aan funderingen. Bodemdaling vergt aanpassingen in de waterhuishouding en vergroot daarmee de problematiek die ontstaat door zeespiegelstijging en toenemende neerslagintensiteit als gevolg van klimaatverandering. Daarnaast vormt bodemdaling ook een bedreiging voor cultuurhistorisch en archeologisch erfgoed in de bodem.

Figuur 3.1 | Bodemdalingskaart Nederlands Centrum voor Geodesie: gemeten snelheid van bodemdaling in de periode 2015-2018

Referentiesituatie

In het “Bodemconvenant 2016-2020” is afgesproken dat alle op de MTR 2013-lijsten opgenomen spoedlocaties én de locaties die daarna nog bekend worden, voor 1 januari 2021 zijn gesaneerd dan wel de risico`s van deze locaties zijn beheerst. De bodem wordt hiermee geschikt gemaakt voor gebruik. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de saneringsopgave afneemt en de aandacht gericht moet worden op het voorkomen van nieuwe vervuiling.

Het ruimtegebruik zal in en boven de grond verder gaan intensiveren. Nederland telt 126.000 km rioleringen. De komende 25 jaar is een verdubbeling van het huidige vervangingstempo noodzakelijk. Veenbodemdaling en bodemdaling in kleigebieden zorgt in delen van Nederland voor extra problemen door verzakkende infrastructuur en schade aan funderingen. Daarnaast zullen steeds meer nieuwe functies in de bodem worden toegevoegd, zoals ondergrondse bouwwerken, maar ook bodemenergiesystemen en de opslag van CO2. Door intensiever ruimtegebruik door ondergrondse toepassingen als WKO-systemen, CO2-opslag zal goed moeten worden opgelet welke functies waar komen.

Door bodemverdichting zal de doorlatendheid en het waterbergend vermogen van de bodem verder afnemen, met toename van wateroverlast als gevolg. In stedelijk gebied kunnen klei- en veengronden verder dalen door inklinking of zetting bij belasting door b.v. gebouwen of infrastructuur. Ook het ophogen van bebouwd gebied, zoals in de binnensteden kan de bodemverdichting versnellen. In het landelijk gebied kan veengrond boven het grondwaterniveau verdichten door oxidatie als reactie op ontwatering. Ook de bewerkingen met of gebruik van (zware) machines draagt bij aan bodemverdichting. Daarnaast kan bodemverdichting ook effect hebben op de kwaliteit en opbrengst van producten in de land- en tuinbouw en heeft daarmee ook economische gevolgen voor deze sectoren.

De bodemdaling neemt autonoom toe. Figuur 3.2 geeft de verwachte bodemdaling in de periode 2016-2050 weer. Versnelde bodemdaling in veenweidegebieden zorgt voor een toename in de CO2-uitstoot en zorgt voor economische schade aan gebouwen (fundatie en verzakking), de landbouw en vergroting van overstromingsrisico’s.

Figuur 3.2 | Verwachte bodemdaling in de periode 2016-2050

  • 1 Door verlaging van het grondwaterpeil wordt veen ‘drooggemaakt’. Dit veen verbindt zich met zuurstof en verdampt: veenoxidatie (door de uitstoot van broeikasgassen (met name CO2) heeft oxidatie tevens invloed op klimaatverandering. De overblijvende bodem is nat, waardoor opnieuw verlaging van het grondwaterpeil noodzakelijk is etc.
  • 2 Als veen-kleigrond wordt belast door bijvoorbeeld een gebouw, een asfaltweg of een zandpakket, dan wordt deze in elkaar gedrukt. Daardoor daalt het niveau van onze bodem en ‘stijgt’ het grondwater. De daling kan zo’n 0,5 cm tot 2 cm per jaar zijn.