Grondwater

Grondwater

Definitie: Verandering in de kwaliteit en het natuurlijke systeem van het grondwater.

Huidige staat

2

De huidige staat ten aanzien van de kwaliteit en het natuurlijke systeem van het grondwater wordt over het algemeen als matig gewaardeerd. Er zijn redelijk wat knelpunten, vooral ten aanzien van de kwaliteit van het grondwater die onder druk staat onder invloed van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, nitraatuitspoeling uit mest, verspreiding van stoffen uit oude bodemverontreinigingen en verzilting door steeds verder doordringend zout kwelwater. De kwaliteit voldoet nog niet overal aan de normen van de Kaderrichtlijn Water.

Referentiesituatie

3

Het is de verwachting dat als gevolg van het uitvoeringsprogrammam van de Kaderrichtlijn Water de kwaliteit van het grondwater richting 2030 toeneemt, hoewel er verspreid mogelijk nog knelpunten kunnen blijven bestaan. Deze positieve trend leidt in 2030 naar verwachting tot een redelijke staat ten aanzien van de kwaliteit en natuurlijk systeem van het grondwater.

Definitie

Bij deze indicator wordt gekeken naar de verandering in de kwaliteit en het natuurlijk systeem van het grondwater. Hierbij gaat hierbij om het ‘natuurlijke systeem’ en niet om grondwater als hulpbron (drinkwater). Dit is beschouwd bij economische omgeving.

Huidige ambities

De Kaderrichtlijn Water (KRW) bepaalt dat alle grondwaterlichamen uiterlijk in 2015, met mogelijke uitloop naar 2027 in goede toestand moeten verkeren (EUR-Lex, 2018). De toestand moet goed zijn voor grondwater kwantiteit en voor grondwater kwaliteit (chemische toestand). Lidstaten worden geacht elke zes jaar via stroomgebiedbeheerplannen (SGBP's) te rapporteren over de toestand van de (grond)waterlichamen.

De KRW-doelen voor grondwater zijn:

  • Inbreng van verontreinigende stoffen beperken of voorkomen;

  • Achteruitgang van de toestand van de grondwaterlichamen te voorkomen;

  • Het halen en behouden van de goede toestand van grondwaterlichamen;

  • Significant stijgende trends in het grondwaterlichaam ombuigen en

  • De doelen voor beschermde gebieden, zoals drinkwaterwinningen en natuurgebieden te halen.

Huidige staat

De kwaliteit van grondwater staat onder druk, onder invloed van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, nitraatuitspoeling uit mest, verspreiding van stoffen uit oude bodemverontreinigingen en verzilting door steeds verder doordringend zout kwelwater. Dit laatste wordt door toenemende droogte in de zomerperiode, als gevolg van klimaatverandering extra versterkt. Een relatief nieuw probleem is verontreiniging door reststoffen van medicijnen en cosmetica. Deze komen via het riool in het oppervlaktewater terecht en uiteindelijk ook deels in het grondwater. Ook hormoon verstorende stoffen, microplastics en nanodeeltjes vormen een bedreiging voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Daarnaast kunnen er onbekende of nieuwe onverwachte stoffen in het oppervlaktewater of grondwater worden aangetroffen, zoals recentelijk gebeurde met pyrazool en pyrazoolderivaten en stoffen uit illegale lozingen en dumpingen. Momenteel voldoet het grondwater in Nederland nog niet overal aan de normen van de KRW.

Nederland beschikt over het algemeen over voldoende grondwater. De grondwaterstand in een belangrijk deel van Nederland van belang om de bodem onder en rond gebouwen stabiel te houden. In grote delen van Nederland is het bovenste grondwater zoet, zoals in de duinen, het Groene Hart en de Veluwe. Daar liggen ook de belangrijkste winningsgebieden voor drinkwater uit grondwater dat gewonnen wordt door drinkwaterbedrijven. Daarnaast is het zoete grondwater van belang voor de landbouw en de natuur. Het huidige bodemgebruik en grondwaterbeheer in Laag Nederland zal leiden tot steeds verdergaande bodemdaling. Klimaatverandering kan dit proces nog verder versterken.

Het diepere grondwater in een strook van 5 - 25 kilometer breed achter de duinen is zout of brak. Door verzilting kan dit ook aan het oppervlak komen. Dit levert in natuurgebieden waardevolle natuur op. Echter, voor andere functies zoals de drinkwatervoorziening of de land- en tuinbouw kan zoute kwel een probleem vormen. Ook rivieren, zoals de Nieuwe Waterweg spelen een grote rol in de verzilting door de open verbinding met zee. Daarnaast beschikt Nederland over veel kapitaalintensieve (glas)tuinbouw, zoals de Glastuinbouwgebieden Westland-Oostland en Aalsmeer. Dergelijke gebieden kunnen veel schade ondervinden van verzilting door grote hoeveelheden grondwateronttrekking. In de polder wordt de waterkwaliteit in de huidige staat op orde gehouden door het kwelwater te spoelen met zoet water dat wordt aangevoerd via inlaatpunten voor zoet water. Ondergrondse zoetwaterberging zou een uitkomst kunnen bieden voor een robuustere zoetwatervoorziening.

Referentiesituatie

Door de afname van de afvoer van de grote rivieren vindt naar verwachting meer verzilting plaats en worden inlaatpunten voor zoet water onbruikbaar. Ook is het de verwachting dat verzilting zal toenemen als gevolg van de verdieping van de haven bij Rotterdam ten behoeve van de bereikbaarheid van de Botlek voor grotere schepen. Middels vergunningverlening voor grondwateronttrekking wordt voorkomen dat intrusie van zout water plaatsvindt, waardoor uitputting en verzilting van het grondwater door overmatige onttrekking voorkomen wordt. De (drink)waterkwaliteit komt extra onder druk te staan door nieuwe opkomende stoffen zoals o.a. medicijnresten en hormonale stoffen.

In 2050 daalt in het merendeel van Nederland de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) circa 5 tot 10 centimeter vanwege het toegenomen neerslagtekort in de zomerperiode. Op de hoge zandgronden en in de duinen is echter sprake van een stijging van het GLG. Dit komt door de grotere aanvulling van het grondwater door neerslag in de wintermaanden (KNMI, 2011). Door de daling van de grondwaterstand worden concentraties van ongewenste stoffen hoger, waardoor er extra maatregelen nodig zijn voor natuur en drinkwatervoorzieningen. Vooral in de zomer is de kans op droogte groot door een tekort aan neerslag en een afname in de aanvoer van rivieren. Dit kan leiden tot een verslechtering van de grondwaterkwaliteit.

Het is de verwachting dat als gevolg van het uitvoeringsprogramma van Kaderrichtlijn water de kwaliteit van het grondwater toeneemt. Knelpunten blijven naar verwachting aanwezig als gevolg van bovenstaande.