Oppervlaktewater

Oppervlaktewater

Definitie: Verandering in de kwaliteit en het natuurlijke systeem van het oppervlaktewater.

Huidige staat

2

De huidige staat ten aanzien van de kwaliteit en het natuurlijke systeem van het oppervlaktewater wordt over het algemeen als matig gewaardeerd; het oppervlaktewater is redelijk schoon, zeker vergeleken met 25 jaar geleden. De huidige waterkwaliteit is in het algemeen voldoende voor veel gebruiksfuncties. Het ecologische doelbereik blijft echter beperkt door de belasting met nutriënten vanuit de landbouw. De kwaliteit van het oppervlaktewater voldoet nog niet overal aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Specifiek op de Noordzee bestaan er knelpunten ten aanzien van de doelen van de Kaderrichtlijn Mariene strategie (KRM); vooral het natuurlijke systeem van de Noordzeebodem staat onder druk door economische gebruiksfuncties, zoals b.v. door bodemberoerende visserij, aanleg van kabels en leidingen en windturbineparken.

Referentiesituatie

3

Over het algemeen wordt de staat van de kwaliteit en het natuurlijke systeem van het oppervlaktewater in de referentiesituatie als redelijk gewaardeerd; een positieve trend. Het is de verwachting dat als gevolg van het uitvoeringsprogrammam van de KRW de kwaliteit van het grondwater richting 2030 toeneemt, hoewel er verspreid mogelijk nog knelpunten kunnen blijven bestaan. Door het verder toepassen van de KRW-maatregelen zal de ecologische waterkwaliteit in de referentiesituatie langzaam verbeteren. Een kanttekening hierbij is wel dat bodemdaling, klimaatverandering en de landbouw een grote negatieve invloed kunnen hebben op de kwantiteit en kwaliteit van het oppervlaktewater. Afhankelijk van technologische ontwikkelingen in de visserij en bij de aanleg van windparken op zee, neemt de druk op het natuurlijke mariene systeem van de Noordzee mogelijk toe, vooral door een sterke toename in de aanleg van windturbineparken en electriciteitskabels.

Definitie

Bij deze indicator wordt gekeken naar de verandering in de kwaliteit en het natuurlijke systeem van het oppervlaktewater.

Huidige ambities

De ambities met betrekking tot oppervlaktewater betreffen (EUR-Lex, 2018):

  • De kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland moet aan de normen van de Europese kaderrichtlijn water voldoen in 2027.

  • Bereiken van een gezonde zee met een duurzaam en verantwoord gebruik (KRM-richtlijn).

Huidige staat

De waterkwaliteit is de afgelopen periode op de meeste plaatsen verbeterd. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geeft aan dat het oppervlaktewater hierdoor nu meestal van voldoende kwaliteit is voor veel gebruiksfuncties, zoals de productie van drinkwater, zwemmen en andere vormen van waterrecreatie. Ook de ecologie verbetert. In meren en rivieren wordt het water helderder. Hierdoor verschijnen weer waterplanten en neemt de diversiteit aan vissoorten toe. De snoek heeft de eerste plaats als toppredator weer overgenomen van de snoekbaars, wat een teken van herstel is. Door een combinatie van verbetering van de chemische waterkwaliteit en de inrichting zijn vissoorten als de zalm weer terug in Nederland en is in de zomer van 2015 steur uitgezet in de Rijn.

Maar er ligt nog een omvangrijke opgave; er zijn aanwijzingen voor stagnatie van de verbetering en er dreigt op sommige plaatsen achteruitgang van de waterkwaliteit, zoals het Grevelingenmeer, Oosterschelde, Markermeer en de Eems-Dollard. Het is de ambitie van het Rijk om samen met de regionale partners en de maatschappelijke organisaties de verbetering door te zetten. De ambitie en de planning sluiten nauw aan bij het traject van de Delta-aanpak Waterkwaliteit. Hierin werken overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten gezamenlijk aan de overkoepelende ambitie voor chemisch schoon en ecologisch gezond water voor duurzaam gebruik. Zo sturen de partijen op de samenhang en voortgang van lopende (deel)trajecten op het gebied van waterkwaliteit, drinkwater en zoetwater en geven waar nodig een extra impuls. Prioriteiten in de Delta-aanpak zijn nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen en medicijnresten. Daarnaast is de programmatische aanpak ecologie grote wateren gestart met als doel een toekomstbestendige natuur die samengaat met een krachtige economie, ook bij het veranderende klimaat.

In het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW)[1] werken de provincies samen met waterschappen en Rijkswaterstaat aan de waterdoelen voor alle waterlichamen. Deze doelen worden gerealiseerd met een diverse reeks aan maatregelen, zoals bijvoorbeeld: het herstellen van lekkende rioleringen, sanering van bodemverontreinigingen (zie Bodemkwaliteit en –vruchtbaarheid), de aanleg en het beheer van natuurvriendelijke oevers en het bijhouden van de visstand en schelpdierbeheer. De einddoelen die Nederland in het kader van de KRW heeft gesteld, worden met de voorgenomen maatregelen in de meeste watersystemen niet gehaald (15% regionale wateren voldoet in 2027 aan alle KRW-doelen). In veel wateren vormt de belasting met nutriënten vanuit de landbouw een knelpunt voor verdere kwaliteitsverbetering. In hoogproductieve gebieden blijft de druk door vermesting gelijk aan het referentiejaar. Als op bedrijven in extensievere gebieden de bemesting, conform dit extensievere bedrijfstype lager is dan de wettelijke norm, kan dit lokaal positief uitwerken voor de waterkwaliteit. Als gevolg van klimaatverandering en sociaal-economische ontwikkelingen kan in droge perioden zoetwater vaker schaars goed worden door te weinig water (dalende grondwaterstanden en lage rivierstanden) en toenemende verzilting. In het Deltaprogramma is een koers uitgezet om te anticiperen op die mogelijke ontwikkelingen in de zoetwatervoorziening (RHDHV, 2016).

Opvallend is dat er in de huidige staat nog geen grote verbeteringen van de ecologische toestanden van de oppervlaktelichamen vast te stellen is. Gemiddeld genomen is de toestand van de oppervlaktewaterlichamen matig, maar over het algemeen is er langzaam een verbetering van de ecologische kwaliteit te zien. Het effect van de maatregelen uit de periode 2009-2015 is nog maar zeer beperkt zichtbaar, omdat het ecosysteem tijd nodig heeft om te reageren op veranderingen van de inrichting van het watersysteem en op verbetering van de waterkwaliteit. In veel waterlichamen is de belasting met meststoffen nog te hoog. Ook in relatie tot de chemische kwaliteit is er sprake van een langzame daling van de concentraties vervuilende stoffen.

Referentiesituatie

Het is een stevige uitdaging om de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland aan de normen van de Europese Kaderrichtlijn Water te laten voldoen in het streefjaar 2027. Fosfaat en nitraat uit mest, geneesmiddelen, microplastics en gewasbeschermingsmiddelen in water staan een goede waterkwaliteit in de weg en verhogen de kosten voor de bereiding van drinkwater.

Door het verder toepassen van de KRW-maatregelen zal de ecologische waterkwaliteit langzaam verbeteren. Echter, bodemdaling en klimaatverandering en de landbouw kunnen een grote negatieve invloed hebben op de kwantiteit en kwaliteit van het oppervlaktewater. Dit heeft effecten op de natuur, de land- en tuinbouw en de hoeveelheid drinkwater. Voor een een goede waterkwaliteit en kwantiteit is ook sprake van een afhankelijkheid van internationale en lokale maatregelen. De ontwikkelingen in de waterhuishouding hebben invloed ook op de natuur, mogelijkheden voor bodemenergie, de hoeveelheid drinkwater en de tuinbouw, de akkerbouw en de veeteelt.

  • 1 De Kaderrichtlijn Water (KRW), opgenomen in de Waterwet, verplicht de landen in de Europese Unie om plannen te maken waarin maatregelen staan om de waterkwaliteit te verbeteren.