Hitte & droogte

Hitte & droogte

Definitie: Verandering in de intensiteit en periode van hitte en droogte.

Huidige staat

3

De huidige staat ten aanzien van hitte & droogte kan over het algemeen in Nederland als redelijk worden genoemd, verspreid zijn er knelpunten. Er heeft een lichte toename plaatsgevonden van het aantal zomerse dagen en hittegolven (met hoge nachtelijke temperaturen) ten opzichte van 1900. Door de droogte ontstaan scheuren in dijken en is er een laag (grond)waterpeil met negatieve gevolgen voor de landbouw, met name op de zandgronden.

Referentiesituatie

2

Als gevolg van een verdere toename van het aantal zomerse dagen en hittegolven (met hoge nachtelijke temperaturen) is sprake van een negatieve trend; de staat wordt in 2030 als matig gewaardeerd; het aantal knelpunten neemt toe. Naast klimaatverandering (de gevolgen hiervan worden vooral op nog langere termijn richting 2050 pregnanter), komt dit ook door de toenemende verstedelijking en voornamelijk de stedelijke inrichting (minder ruimte groen en blauw) waardoor de negatieve gevolgen van hitte en droogte in de stad toenemen.

Toelichting definitie

De kans op het aantal zomerse dagen en droogte (als gevolg van het uitblijven van neerslag) neemt toe. Voor de indicator hitte en droogte is gekeken naar de verandering in de intensiteit en periode van hitte en droogte.

Huidige ambities

Een algemene kwantificering voor het ambitieniveau van deze indicator is niet beschikbaar. Het Nationaal Waterplan bevat het bestaande beleid en in het kader van het Deltaprogramma worden maatregelen geprogrameerd om te kunnen omgaan met de gevolgen van hitte en droogte.

Huidige staat

Volgens het KNMI wordt het droger in Nederland. De kans op het aantal zomerse dagen en een hittegolf is vergeleken met het begin van de vorige eeuw sterk vergroot. Door de klimaatsverandering zullen hete zomers en hittegolven (zoals die van 2018) frequenter voorkomen. Zomers zullen vaker te maken krijgen met droogte, omdat er minder neerslag zal zijn (KNMI, 2011).

In 2015 was het wereldwijd ongeveer 1°C warmer dan in de periode 1850-1900. In Nederland is de temperatuur sinds 1900 bijna tweemaal zo hard gestegen (1,8°C ) als het wereldgemiddelde. De kans op het aantal zomerse dagen en een hittegolf is vergeleken met het begin van de vorige eeuw sterk vergroot. Daarnaast is een sterke opwaartse trend zichtbaar in de maximumtemperatuur tijdens een hittegolf. De zomer van 2018 was de warmste in drie eeuwen, met een recordaantal warme dagen en twee hittegolven.

Figuur 2.23 | Mondiale temperatuurafwijking (ten opzichte van het gemiddelde in 1951-1980) [KNMI (2010), Klimaatatalas]

Met het toenemen van het aantal zomerse dagen en hittegolven (met hoge nachtelijke temperaturen) neemt ook de kans toe op hitte(stress) in stedelijk gebied. De inrichting van de leefomgeving is bij uitstek relevant; het ontstaan van zogeheten hitte-eilanden in steden (zie figuur 2.24) – die op zichzelf al meer warmte vasthouden – hangt onder andere af van de dichtheid en hoogte van de bebouwing, de mate van verstening, de aanwezigheid en verdeling van groen en water in de leefomgeving (dit dempt de warmte, zie figuur 2.25), en het transport van warmte door de straten. Op plaatsen in Nederland waar veel verharding is, zoals in grote steden als Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag is de temperatuur hoger dan in het omringende landelijk gebied. Het risico op hittestress is daarmee het grootst in de stedelijke gebieden [RHDHV (2016). Bouwstenen referentiesituatie]. Hittestress leidt bijvoorbeeld tot slaapverstoring en verminderde arbeidsproductiviteit, maar kan ook huiduitslag, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en luchtwegproblemen veroorzaken. Bij kwetsbare groepen kan dat tot sterfte leiden. Tijdens hittegolven kan zowel het aantal ziekenhuisopnames als de dagelijkse sterfte toenemen.

Figuur 2.24 | Stedelijk hitte-eiland effect [Atlas van de leefomgeving]

Het zoete oppervlaktewater in Nederland wordt voornamelijk door de grote rivieren aangevoerd, zoals de aanvoer via de Nederrijn, Lek, Waal, Merwede, Maas en IJssel. Het water wordt gebruikt voor de land- en tuinbouw, drinkwaterproductie, procesindustrie, natuur en handhaving van het waterpeil. In de huidige staat zijn er met name in de zomer al knelpunten in de zoetwatervoorziening. In het Deltaprogramma Zoetwater zijn maatregelen afgesproken om de robuustheid van de zoetwatervoorziening te vergroten. Vooral in de zomer is de kans op droogte groot door een tekort aan neerslag en een afname in de aanvoer van rivieren. Droogte kan schade veroorzaken voor land- en tuinbouw (b.v. een kleinere opbrengst). Droogte vergroot de kans op natuurbranden. Langdurige droogte kan ook leiden tot lage waterstanden met negatieve gevolgen voor de beroepsvaart en inlaatpunten voor zoet water. Daarnaast kan het overstromingsrisico toenemen, door oxidatie van veendijken[1]. Tegelijkertijd kan veenoxidatie door de uitstoot van broeikasgassen (met name CO2) een negatieve invloed hebben op klimaatverandering. In Nederland draagt Veenoxidatie 2% bij aan de landelijke CO2-uitstoot (Staat van Zuid-Holland, 2017).

Figuur 2.25 | Verkoelend effect groen-blauw [Atlas van de leefomgeving]

Figuur 2.26 en 2.27 | potentieel neerslagtekort mediaan 1981 -2010 (links) en Maximaal potentieel neerslagtekort over de 5% droogste jaren (rechts.) Bron: KNMI, 2010.

Referentiesituatie

Volgens de KNMI'14-klimaatscenario's worden de zomers rond 2050 1 tot 2,3 °C warmer ten opzichte van de periode 1981-2010. Door de klimaatsverandering komen hete zomers en hittegolven (zoals die van 2018) frequenter voor. De kans op hitte in het stedelijk gebied zal in de toekomst daarom toenemen. Dit zal negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van de mens en de arbeidsproductiviteit. In het deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie zijn afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat o.a. schade door hittestress en droogte zo min mogelijk toenemen [RHDHV (2016). Bouwstenen referentiesituatie].

Klimaatverandering zal ervoor zorgen dat het aantal tropische nachten zal toenemen. Daarmee zal het risico op hittestress ook toenemen, met name in de steden. Het aantal tropische nachten zal in de verschillende klimaatscenario’s [2] naar verwachting toenemen in 2050. Op deze plaatsen zal als gevolg van de hogere temperaturen ook een toename zijn van het aantal doden, natuurbranden (b.v. in de duinen) en problemen met de infrastructuur (b.v. uitzetting beweegbare bruggen).

Naar verwachting zal door klimaatverandering het neerslagtekort toenemen. Droogte kan rond 2050 zo’n 5 tot 25% sterker zijn dan in de periode 1981-2010. Door de verwachte stijging in de temperatuur zal meer water verdampen en de zomers kennen langere perioden van droogte. In het lage klimaatscenario is er sprake van een kleine toename van het neerslagtekort ten opzichte van de huidige staat.

Figuur 2.28 | Gemiddelde hoeveelheid zomerneerslag per jaar (MM) bij de Bilt Bron: KNMI, 2011

Gebieden waar in de huidige staat sprake is van droogte zullen zonder maatregelen als het vasthouden van regenwater en het hergebruik van gezuiverd afvalwater sterk toenemen. Door klimaatverandering kan de zeespiegel flink gaan toenemen. In combinatie met bodemdaling zal meer druk vanaf de zee op het grondwater komen, waardoor het proces van verzilting zich in de kuststreken gaat versnellen. Steeds meer inlaatpunten voor zoet water zullen onbruikbaar worden, uitgaande van het hoge klimaatscenario met extreem droge jaren. Om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan dient de capaciteit van de inlaatpunten vergroot te worden. Landinwaarts zal verzilting met name gaan toenemen in de lagergelegen delen en in de veenweidegebieden. Door verzilting kan schade ontstaan aan de natuur, de landbouw, tuinbouw en de productie van drinkwater.

De gemiddelde zomertemperatuur in Nederland zal ook stijgen. De zee heeft een temperende werking, waardoor in het binnenland sprake zal zijn van een sterkere stijging van de temperatuur dan in de kustgebieden. In 2050 zullen er ook meer dagen zijn waar de temperatuur boven de 20 graden Celsius is, oftewel tropische nachten. In 2050 is de prognose dat de dichtbevolkte met 14 tot 28 tropische nachten kan hebben. In minder bevolkte gebieden is dit aantal minder (7 tot 14 tropische nachten), maar meer ten opzichte van de huidige staat (1 tot 7 tropische nachten) (KNMI, 2019).

Figuur 2.29 | Gemiddelde zomertemperatuur bij de Bilt

  • 1 Door verlaging van het grondwaterpeil wordt veen ‘drooggemaakt’. Dit veen verbindt zich met zuurstof en verdampt: veenoxidatie. Hierdoor daalt de bodem. De overblijvende bodem is nat, waardoor opnieuw verlaging van het grondwaterpeil noodzakelijk is etc.
  • 2 De klimaatscenario’s van het KNMI geven een weergave van de te verwachten klimaatveranderingen in Nederland en zijn gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. De scenario’s laten een beeld zien van temperatuurstijging, meer kans op extreme neerslag en droogte en stijging van de zeespiegel [KNMI (2015). Klimaatscenario’s]. De weergaven in de Klimaateffectatlas van de Provincie Zuid-Holland zijn hierop gebaseerd.