Aardbevingen

aardbevingen

Definities: Verandering in de kans en het gevolg van aardbevingen in Nederland.

Huidige staat

3

Door de gaswinning in Groningen heeft het noorden van Nederland te maken met bodemdaling. Dit kan aardbevingen veroorzaken. Vanwege de knelpunten in Groningen is de staat ten aanzien van aardbevingen in Nederland over het algemeen genomen redelijk te noemen. In 2017 zijn er in totaal 18 aardbevingen opgetreden in het Groningen-gasveld met een magnitude hoger dan 1,5 op de schaal van Richter. Er is daarnaast ook een recordaantal aardbevingen met magnitude van kleiner dan 1,5 op de schaal van Richter waargenomen, namelijk 115 (hoge aantal komt mede door een nieuwe meetmethode). Recent op 23 mei 2019 vond nog een aardbeving plaats met een magnitude van 3,4 op de schaal van Richter die een groot aantal schademeldingen tot gevolg had.

Referentiesituatie

3

Omdat bestaande afspraken over het afbouwen van de gaswinning in Groningen de bestaande knelpunten ten aanzien van aardbevingen niet direct wegnemen, zal de staat ten aanzien van aardbevingen in 2030 nog steeds redelijk te noemen zijn. Gaswinning zal in Groningen in 2030 geheel gestopt zijn, maar zal nog 5-10 jaar een kans op aardbevingen blijven bestaan door ‘naweeën’. Richting 2050 zijn de problemen naar verwachting opgelost. Daarnaast kunnen de boringen naar de nieuwe energiebron geothermie leiden tot voelbare trillingen. Die kans is klein.

Toelichting definitie

Een aardbeving is een trillende of schokkerende beweging van de aardkorst. Aardbevingen kunnen ontstaan als er in de ondergrond veel energie vrij komt. Aardbevingen kunnen ook het gevolg zijn van gaswinning. Bij deze indicator wordt gekeken naar de verandering in de kans van optreden en de gevolgen van aardbevingen in Nederland.

Huidige ambities

Een algemene kwantificering voor het ambitieniveau van deze indicator is niet beschikbaar. Specifiek voor Groningen wordt nu ingezet op het aanpakken van de bodemdaling door het afbouwen van de gaswinning.

Huidige staat

Sinds de jaren zestig wint Nederland aardgas uit de bodem van Noord-Nederland. Gaswinning is verantwoordelijk voor nagenoeg alle aardbevingen in het noordelijk deel van Nederland. De eerste aardbeving vond plaats vlakbij Assen op 26 december 1986. Het gas wordt gewonnen uit een laag zandsteen op een diepte van drie kilometer. Door de gaswinning klinkt de zandsteenlaag in. Langs breuken in deze laag ontstaat er een spanningsverschil, wat op een bepaald moment leidt tot een plotselinge verschuiving: een aardbeving (KNMI, 2018). 

In 2017 hebben er geen natuurlijke bevingen plaatsgevonden, wel geïnduceerde aardbevingen. Dit zijn aardbevingen die het gevolg zijn van gaswinning. De meeste van deze bevingen treden op in het Groningen-gasveld, een aantal in het gasveld in Drenthe (KNMI, 2018) (zie figuur 2.13). In 2017 zijn er in totaal 18 aardbevingen opgetreden in het Groningen-gasveld met een magnitude hoger dan 1,5 op de schaal van Richter (zie figuur 2.14). Er is daarnaast ook een recordaantal aardbevingen met magnitude van kleiner dan 1,5 op de schaal van Richter waargenomen, namelijk 115 (KNMI, 2018).

Figuur 2.13 | Magnitudekaart van de laatste 100 aardbevingen [Atlas van de leefomgeving]

Figuur 2.14 | Verdeling per magnitude in 2017 (KNMI, 2018)

Referentiesituatie

De gaswinning in Groningen zal in 2030 volledig zijn beëindigd. De aardbevingen kunnen echter nog geruime tijd daarna doorgaan. Er zijn voorbeelden van andere gasvelden waar vijf tot tien jaar nadat de productie was gestopt nog bevingen optraden (Volkskrant, 2018). Er is geen model dat kan voorspellen bij welk(e verlaging van het) productieniveau de seismische risico's overeenkomen met de veiligheidsnormen (Volkskrant, 2017). In 2030 blijft derhalve de kans op aardbevingen als gevolg van gaswinning aanwezig.

Daarnaast kunnen boringen als gevolg van geothermie ook zorgen voor aardbevingen. Met geothermie wordt warmte uit de aarde middels geboorde leidingen naar de oppervlakte gehaald. De krachten die een geothermische boring of bron op de ondergrond uitoefent, zijn van zichzelf te klein om (circa 2,5 kilometer ‘hoger’) tot voelbare trillingen aan maaiveld te leiden. Dat is anders in gebieden waar al natuurlijke seismiciteit is (‘aardbevingsgevoelige gebieden’). Daar kan de relatief kleine drukverschillen van boren naar geothermie resulteren in een aardbeving (Platform Geothermie, 2017).