Overstromingen

Overstromingen

Definitie: Verandering in de kans en het gevolg van overstromingen vanuit de rivieren en de zee (en daarmee het overstromingsrisico).

Huidige staat

4

De staat ten aanzien van overstromingen is overwegend goed te noemen. De meeste waterkeringen voldoen aan de vigerende veiligheidsnormen, maar er zijn nog enkele knelpunten die moeten worden opgelost. Momenteel voldoet meer dan de helft van de keringen (ca. 1700 tot 1800 km) langs de rivieren naar verwachting niet aan de nieuwe normen en moeten voor 2050 worden verbeterd.

Referentiesituatie

4

De staat ten aanzien van overstromingen blijft bij voortzetting van bestaand beleid overwegend goed te noemen. De meeste waterkeringen voldoen aan de vigerende veiligheidsnormen, in 2030 zijn er nog enkele knelpunten die moeten worden opgelost. Door kust- en dijkversterkingen zullen in 2050 alle primaire waterkeringen aan de normen voldoen die zijn vastgesteld. Op de langere termijn (na 2050) neemt de kans op overstroming als gevolg van de effecten van klimaatverandering toe en door toenemende verstedelijking worden ook de potentiële gevolgen op die langere termijn groter.

Toelichting definitie

Tijdens extreme stormomstandigheden op zee of in perioden met extreme neerslag, bestaan er risico’s op overstromingen vanuit de zee of rivieren. Bij overstromingen wordt gekeken naar het overstromingsrisico, voortkomend uit de kans op een overstroming en de gevolgen van een overstroming.

Huidige ambities

Voor de waterveiligheid in Nederland is een doel/ambitie opgesteld: iedereen achter de primaire kering heeft in Nederland tenminste hetzelfde basisbeschermingsniveau tegen overstromingen (kans op overstromen 1/100.000 per jaar) tot 2050 (Deltacommissaris, 2015a).

Huidige staat

Zo’n 60% van Nederland is kwetsbaar voor overstromingen (zie figuur 2.10 en 2.11). In deze gebieden wonen 9 miljoen mensen en wordt ca. 70% ons bruto nationaal product verdiend. Sinds 1 januari 2017 geldt een nieuwe normering voor waterveiligheid. Doel is dat iedereen achter de primaire kering in Nederland tenminste hetzelfde basisbeschermingsniveau tegen overstromingen krijgt. Hierbij is de kans op overstromen 1/100.000 per jaar. Extra bescherming wordt geboden daar waar grote groepen slachtoffers kunnen vallen, grote schade kan optreden of sprake is van nationale vitale functies. Door de nieuwe veiligheidsnormering en klimaatverandering ligt er een grote en urgente waterveiligheidsopgave in het rivierengebied. Momenteel voldoet meer dan de helft van de keringen (ca. 1.700 tot 1.800 km) langs de rivieren naar verwachting niet aan de nieuwe normen en moeten voor 2050 worden verbeterd.

Figuur 2.10 | Overstromingsgevoelig gebied in Nederland

Figuur 2.11 | Maximale waterdiepte bij een overstroming [Atlas van de leefomgeving]

De opgave van veiligheid voor water bestaat, enerzijds uit het voorkomen van overstromingen (preventie) én anderzijds uit het beperken van de gevolgen daarvan via een slimme ruimtelijke inrichting en goede rampenbeheersing (meerlaagsveiligheid).

Om iedereen hetzelfde beschermingsniveau te bieden, zal een groot deel van waterkeringen moeten worden aangepakt. Inspectie voor Leefomgeving en Transport houdt bij welke keringen nader onderzoek behoeven en welke in goede conditie verkeren. Tussen 2009 en 2013 heeft er toetsing plaatsgevonden van de primaire keringen. Zo is voor bijna alle dijken, duinen en kunstwerken de staat inzichtelijk gemaakt. De toetsing zorgt voor een groei van primaire keringen in zowel onvoldoende als in voldoende staat. Dit komt vooral doordat alle primaire keringen getoetst zijn. Het Rijk heeft een Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) opgesteld, waarin wordt gegeven welke primaire keringen urgent zijn om in goede staat te brengen (CLO, 2016).

Op de meeste plekken in Nederland is sprake van bodemdaling. In overstromingsgevoelige gebieden is daardoor het verschil tussen het maaiveld en de maatgevende hoge waterstanden groter geworden. Om dezelfde waterstanden te kunnen blijven keren, moeten waterkeringen ten opzichte van het maaiveld steeds hoger (en dus ook breder) worden ontworpen. Langs de kust zorgen stromingen, golven, zeespiegelstijging en bodemdaling voor structurele erosie. Om de kust in de huidige vorm handhaven en de waterveiligheid van onze kust te behouden wordt jaarlijks zand toegevoegd.

Referentiesituatie

Als gevolg van de klimaatverandering zal Nederland kwetsbaarder worden voor overstromingen. Met de stijgende zeespiegel wordt het aantal mensen die in overstromingsgebieden woont, groter (PBL, 2018) (CLO, 2016). Er zijn hiertoe twee scenario’s geschetst. Eén gaat uit van een lage inschatting van de zeespiegelstijging en de ander gaat uit van een hoge inschatting (zie figuur 2.12).

Vanaf 2017 vindt de vierde landelijke beoordeling van primaire waterkeringen plaats op basis van het nieuwe waterveiligheidsbeleid, de nieuwe normen en het bijpassende, vernieuwde beoordelings-instrumentarium. Na beoordeling van alle primaire keringen aan de nieuwe normen, in 2023, is er een volledig beeld van de dijktrajecten die versterking nodig hebben. De meeste waterkeringen voldoen in 2030 aan de vigerende veiligheidsnormen, maar er zijn nog enkele knelpunten die moeten worden opgelost.

Figuur 2.12 | Aantal mensen in een overstromingsgevoelig gebied in Nederland. Bron: (PBL, 2018)

Door klimaatverandering zal de zeespiegel constant blijven stijgen. In 2085 zal de zeespiegel aan de Nederlandse kust tussen de 25 en 85 cm zijn gestegen. Stormvloeden in Nederland treden alleen op wanneer de wind uit het noorden of het westen komt, maar uit klimaatscenario’s blijkt op dit moment niet dat deze vaker zullen gaan plaatsvinden. Rivieren krijgen tot 2050 te maken met een afname van de hoeveelheid water in de zomer en een toename in de winter. Hoge rivierafvoeren in de winter zullen in 2050 naar verwachting vijf keer vaker voorkomen ten opzichte van de huidige staat (KNMI, 2015). Zonder maatregelen nemen de overstromingskansen vanuit zee en de rivieren toe door hogere rivierafvoeren en zeespiegelstijging. De effecten van bodemdaling versterken het overstromingsrisico. De noodzaak om te voldoen aan de normen wordt groter. Door kust- en dijkversterkingen zullen in 2050 alle primaire waterkeringen aan de normen voldoen die in de huidige staat zijn vastgesteld. De kans op overstroming blijft en door toenemende verstedelijking worden ook de potentiële gevolgen groter.

In het Deltaprogramma zijn beslissingen genomen en strategieën bepaald om Nederland nu en in de toekomst te beschermen tegen hoogwater. Er is gekozen voor een krachtig samenspel tussen dijkversterkingen en rivierverruiming (RHDHV, 2016). Het Deltaprogramma stelt zich ten doel dat de vitale en kwetsbare infrastructuur uiterlijk in 2050 beter bestand is tegen overstromingen, watertekort en wateroverlast. Deze doelstelling geldt ook voor de vitale delen van de energie-infrastructuur. Dit zijn de onderdelen van de infrastructuur die cruciaal zijn voor de rampenbeheersing bij overstromingen of functies die bij een overstroming wateroverlast ernstige schade met zich mee kunnen brengen voor mens, milieu of economie. Overheden en bedrijfsleven dienen bij de locatiekeuze, inrichting en bouwwijze van vitale energie infrastructuur rekening te houden met de waterveiligheidsaspecten en zich bewust te zijn van overstromings- en wateroverlastrisico’s. Vervolgens moeten ze deze meenemen in hun bedrijfsvoering en bij (vervangings-)investeringen.