Woningbouwlocaties

Woningbouwlocaties

Definitie: Verandering in areaal en kwaliteit van woningbouwlocaties

Huidige staat

2

De huidige staat ten aanzien van het areaal en kwaliteit van woningbouwlocaties wordt als matig gewaardeerd. Er is een grote woningvraag, maar een niet toereikend woningaanbod. Nederland kent een lange trend van groei in huishoudens, met name éénpersoonshuishoudens. Er is een toenemende vraag naar (nieuwbouw)woningen. Door de toenemende vraag stijgen de woningprijzen, zeker omdat het woningaanbod niet toereikend is aan de vraag. Regionaal zijn duidelijke verschillen te zien qua prijzen, maar ook is er buiten de stedelijke gebieden voldoende ruimte voor woningbouwlocaties, maar is die ruimte in het stedelijk gebied schaars.

Referentiesituatie

2

Richting 2030 blijft er sprake van een groeiende druk op het woningaanbod; ondanks dat locaties worden (her)ontwikkeld, blijft de vraag groter dan het aanbod. Ook de toename van het aantal huishoudens draagt hier aan bij.

Definitie

Deze indicator beschouwt de verandering in areaal en kwaliteit van woningbouwlocaties.

Huidige ambitie

Er is geen algemene kwantificering voor het ambitieniveau van deze indicator met betrekking tot de fysieke leefomgeving beschikbaar. Beleid voor woningbouwlocaties wordt door decentrale overheden (verschillend) ingevuld. De waardering van de huidige en referentiesituatie is bepaald op basis van expert judgement.

Huidige staat

Nederland had op 1 januari 2018 ruim 7,9 miljoen huishoudens. Het aantal huishoudens (ten opzichte van 2006) is naar verhouding sterker, met name als gevolg van de opkomst van de éénpersoonshuishoudens. In 2018 zijn er in Nederland ruim 2,9 miljoen éénpersoonshuishoudens en ruim 4,8 miljoen meerpersoonshuishoudens (CBS, 2019). Nederland kent een lange trend van groei in huishoudens (zie Figuur 5.1). Dit geeft aan en bevestigt dat er in Nederland een groei in vraag naar woningen.

Figuur 5.1 | Aantal huishoudens in Nederland, periode 1950-2018. Bron: CBS, 2019.

Nederland telde op 1 januari 2019 ruim 7,8 miljoen woningen. Dat zijn bijna 74 duizend woningen meer ten opzichte van een jaar eerder. Tussen 2000 en 2009 groeide de woning voorraad door nieuwbouw jaarlijks met ruim 1%. Door de economische crisis is de groei sinds 2010 licht gedaald. In 2015 kwam hier weer een stijgende lijn in. In 2017 werden ongeveer 63 duizend nieuwbouwwoningen gebouwd, een toename vergeleken met de 55 duizend nieuwbouwwoningen in 2016. Naar verwachting zal de bouwproductie de komende jaren blijven toenemen, richting de 70 duizend nieuwbouwwoningen per jaar (Bouwend NL, 2015). De afgelopen jaren is een belangrijk deel van de woningbouw gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied. Nieuwe woonwijken zijn gerealiseerd in hogere dichtheden dan voorheen en/of er is verdicht in het bestaande woongebied. De opleving van de woningmarkt in de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat in enkele stedelijke regio’s sprake is van een oplopend woningtekort. Dit speelt met name in de Noordvleugel van de Randstad (Haarlem, Haarlemmermeer, Amsterdam, Zaanstad, Almere, Utrecht en Amersfoort), in en rond Den Haag, Rotterdam, Leiden, Delft/Westland, Groningen, Zwolle, Enschede, Arnhem, Nijmegen, Breda, Eindhoven, Den Bosch en Maastricht. De groeiende economie, stijgende koopkracht en de lage rente zorgen dat de woningprijzen stijgen. Ten opzichte van vorig jaar zijn de huizenprijzen met circa 9% gestegen. Regionaal zijn duidelijke verschillen te zien, waarbij prijzen in West-Nederland aanzienlijk hoger liggen dan in de rest van het land. Waar Amsterdam de afgelopen jaren koploper was qua prijsstijgingen, kenden in het eerste kwartaal van 2018 Rotterdam en Den Haag de hoogste stijgingen. Bewoners van G4-steden zijn vaker woningen in buurgemeenten gaan kopen. Tussen 2013 en 2017 is het aantal verhuisde personen gestegen van bijna 1,5 miljoen naar bijna 1,9 miljoen. In 2018 is het aantal transacties gestabiliseerd met in het eerste kwartaal van 2018 iets minder verhuizingen dan in het eerste kwartaal van 2017, maar nog altijd duidelijk meer dan in de eerste kwartalen van de jaren daarvoor.

Referentiesituatie

Het CBS raamde in 2018 een groei van de bevolking in Nederland naar 18,4 miljoen inwoners in 2050 met als ondergrens 17,4 miljoen en als bovengrens 19,3 miljoen. De bevolking groeit voornamelijk door migratie (meer immigratie dan emigratie) en door de stijgende levensduur. Verwacht wordt dat de bevolkingsgroei zich concentreert in de Randstad, Noord-Brabant en delen in Gelderland en Overijssel en daarbinnen in de grote steden en de randgemeenten eromheen. Eventuele krimp of stabilisatie van de bevolking treedt vooral op in een aantal regio’s aan de grens. Daarnaast zijn er op lange termijn veel regio’s waar het onzeker is of krimp dan wel groei zal optreden. De mogelijke gevolgen van een demografische krimp is dat de een daling is te zien in de vraag op de woningmarkt in de desbetreffende regio. Dit kan resulteren in een overaanbod of leegstand van woningen, winkels en andere voorzieningen (CBS, 2018d).

Figuur 5.2 | Aantal inwoners Nederland (CBS, 2018)

Door huishoudensverdunning (toename van eenpersoonshuishoudens) zal de woningvraag, ook buiten de Randstad, tot 2050 toenemen. In een aantal stedelijke regio’s in het westen van het land gaat - binnen de beperkingen van het bestaande ruimtelijk beleid - de ruimte voor de benodigde woningen binnen de regio knellen. Doordat het ruimtegebruik per werkende afneemt en functies van de binnenstad naar buiten verschuiven (als gevolg van schaalvergroting) ontstaan er langdurige overschotten op de markten van bedrijfsvastgoed, kantoren en winkels. Het aantal huishoudens neemt tussen nu en 2040 toe. Naar verwachting komen er in 2040 1,1 miljoen huishoudens bij. De groei vlakt vanaf de jaren dertig wel af. In grote delen van het land blijft het aantal huishoudens in de komende dertig jaar naar verwachting toenemen. Rekening houdend met de onzekerheden (die worden bepaald door immigratie, economische ontwikkeling en woningbouw) is het vrij zeker dat het aantal huishoudens in 2040 tussen de 7,2 (laag scenario) en de 9,8 miljoen (hoog scenario) ligt (RHDHV, 2016; Primos, 2018). Vooral in de Randstad en de centrale delen van Nederland neemt het aantal huishoudens het sterkst toe. Huishoudenskrimp lijkt geen wijdverbreid fenomeen te worden in Nederland. Alleen voor de regio’s in de periferie van Nederland is huishoudenskrimp voorzien. Daarbij nemen de verschillen tussen de Randstad en krimpgebieden toe.

Door de toename van het aantal huishoudens neemt de woningbehoefte in de stadsgewesten, en dan vooral in de Randstad, tot 2040 toe met zo’n 700.000 woningen. In Nederland kan zo’n 35 tot 70% van de woningen worden gebouwd in de steden, afhankelijk voor hoe sterk de bevolking het aantal huishoudens groeien. De éénpersoonshuishoudens leggen een grote druk op het woningaanbod. In 2030 zijn er in Nederland naar verwachting 3,4 miljoen éénpersoonshuishoudens. Ten opzichte van 2,9 miljoen in 2018 is dat een toename van ongeveer 17% (zie Figuur 5.2). In 2030 bestaat naar verwachting 4 op 10 huishoudens uit een alleenstaand persoon. De groei van het aantal alleenstaanden met een half miljoen in de komende vijftien jaar komt vooral doordat steeds meer ouderen alleen achter blijven na het overlijden van hun partner. In 2030 is 40 procent van de alleenstaanden 65 jaar of ouder.

Figuur 5.3 | Aantal eenpersoonshuishoudens in miljoenen huishoudens (WLO, 2015)

De voorziene huishoudenskrimp in krimpgebieden (circa 7.000 huishoudens 2010-2040) kan vooral in de minst aantrekkelijke dorpen/wijken resulteren in een vicieuze cirkel van dalende woningprijzen, leegstand, concentratie van kansarmen en leefbaarheidsproblemen. Op lange termijn wordt de problematiek versterkt als de grote geboortecohorten 1945-1970 hun woningen achterlaten. Door de onderlinge afhankelijkheid van de woningmarkt en de algemene economische conjunctuur kunnen golfbewegingen van de woningbouwproductie, de koopprijzen en de economische structuur elkaar versterken (Ministerie IenW, 2018).