Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energiestransitie

Beleid NOVI

Invloed op Natura 2000

Risico’s op (significant) negatief effect in relatie tot uitvoerbaarheid

Randvoorwaarden voor uitwerking beleid in vervolgbesluiten

1.1

Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust

Kustzone

Waterveiligheids-maatregelen kunnen leiden tot ruimtebeslag, versnippering en verstoring.

Het beleid heeft nog geen concrete fysieke gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Vanwege de ligging binnen/grenzend aan het Natura 2000-netwerk bij de locatiekeuze rekening houden met de Natura 2000-waarden.

Zuidwestelijke Delta en Waddengebied

Versterken balans veiligheid, economie en natuur kunnen zorgen voor ruimtebeslag, versnippering en verstoring.

Dit betreft voortzetting van bestaand beleid en is in deze passende beoordeling niet beoordeeld.

idem

Rivierengebied

Integrale opgave waterveiligheids-maatregelen kunnen zorgen voor ruimtebeslag, versnippering en verstoring.

Dit betreft voortzetting van bestaand beleid en is in deze passende beoordeling niet beoordeeld.

idem

Stresstest

Niet van toepassing

Dit betreft voortzetting van bestaand beleid en is in deze passende beoordeling niet beoordeeld.

Niet van toepassing

1.2

De Noordzee biedt kansen voor inpassen duurzame energie

Wind op Zee

Nieuwe windturbines kunnen leiden tot ruimtebeslag, versnippering en verstoring.

Maximaal ruimte bieden aan wind op zee leidt tot ruimtebeslag, aanvaringsslachtoffers onder vogels en daarmee een barrièrewerking voor migratieroutes. Een risico op een significant negatief effect is met name bij een cumulatieve beschouwing van wind op zee, ook in het buitenland, aan de orde.

Een integrale afweging voor de juiste locatiekeuze is nodig. Daarnaast kunnen bepaalde turbineopstellingen en stilstandvoorzieningen aanvaringsslachtoffers beperken.

Multifunctioneel gebruik ruimte

Niet van toepassing.

Het beleid omvat vooral nog ideeën die nader uitgewerkt moeten worden. Dit heeft nog geen concrete fysieke gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

Aanlanding

Aanlandingspunten kunnen leiden tot ruimtebeslag, versnippering, verstoring en stikstofdepositie.

Voorkeurslocaties voor aanlandingspunten zijn Noordzeekanaalgebied, Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen/Terneuzen en Eemshaven. Natura 2000-landschappen die in de nabijheid liggen zijn Noordzee, Waddenzee en Delta, de Duinen en het Rivierengebied. Deze gebieden zijn gevoelig voor de drukfactoren. Voor ontwikkelingen nabij Natura 2000-gebieden kan een grote opgave voor mitigerende maatregelen aan de orde zijn.Industrieclusters leiden tot extra ruimtebeslag en vergroten de milieudruk in de omgeving. De energiestransitie en transitie naar circulaire productiemethoden kunnen deze milieudruk beperken. Voor ontwikkelingen nabij Natura 2000-gebieden kan een grote opgave voor mitigerende maatregelen aan de orde zijn.

Bij de locatiekeuze rekening houden met ligging ten opzichte van Natura 2000-netwerk. Daarnaast brongerichte maatregelen om de milieudruk zo beperkt mogelijk te houden.

Keuzes vastleggen

Niet van toepassing.

Het beleid omvat geen fysieke handelingen en heeft daarmee geen gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

1.3

Energieinfrastructuur voor duurzame energie

Reserveren ruimte energieinfrastructuur

Ruimte voor energie-infrastructuur leidt tot ruimtebeslag en versnippering.

Dit beleid voorziet met name in een ruimtereservering voor een goede ruimtelijke afweging voor distributie, conversie, transport en opslag van energie. Productie van energie valt hier niet onder. De verwachting is dat de milieudruk vanuit de energie-infrastructuur beperkt is waardoor dit beleid na het treffen van maatregelen uitvoerbaar is.

Bij de locatiekeuze rekening houden met ligging ten opzichte van Natura 2000-netwerk. Daarnaast zo nodig brongerichte maatregelen om de milieudruk zo beperkt mogelijk te houden.

Energie-infrastructuur klimaatbestendig

Geen negatieve invloed

Nieuw in het beleid is dat de aantal van energie-infrastructuur vooral klimaatbestendig moet plaatsvinden. Dit principe heeft geen negatieve invloed op het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing

1.4

Realiseren opgave duurzame energie op land

Voorkeur voor grootschalige clustering

Nieuwe windturbines en zonneweides kunnen leiden tot ruimtebeslag, versnippering, verstoring en aanvaringsslacht-offers.

Grootschalige clustering in een beperkt aantal energielandschappen beperkt de ruimtelijke en verstorende impact die van deze ontwikkeling uitgaat. Ter hoogte van de energielandschappen bestaat een kans op significant negatieve effecten, bijvoorbeeld door aanvaringsslachtoffers onder vogels. Ruimtebeslag binnen het Natura 2000-netwerk is niet aannemelijk vanwege de beschermde status van deze gebieden. Bij aanleg van zonneweides is ruimtebeslag van foerageer- en rustgebieden buiten Natura 2000 een aandachtspunt.Over het algemeen mag aangenomen worden dat clustering gunstiger is dan verspreide ontwikkelingen.

Een integrale afweging voor de juiste locatiekeuze is nodig (staat ook als beleid benoemd). Daarnaast kunnen bepaalde turbineopstellingen en stilstandvoorzieningen aanvaringsslachtoffers beperken.

Voorkeursvolgorde voor zon ov

Geen negatieve invloed

Het feitelijk toepassen van de zonneladder waarbij een prioritering wordt aangehouden bij de locatiekeus van zonneparken heeft daarmee geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing

Energiebesparing

Geen negatieve invloed

Dit beleid omvat warmtetransitie in bebouwd gebied, waarbij energiebesparing de eerste stap is. Dit heeft geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing

Warmtenetten

Gebruik van warmtenetten kan leiden tot ruimtebeslag en mogelijk versnippering en verdroging.

Voor gebruik van ondergrondse warmtenetten kan bij open systemen grondwateronttrekking nodig zijn. Een groot deel van het Natura 2000-landschap is hier (extreem) gevoelig voor en de invloedsfeer kan groot zijn waardoor er een risico op significant negatieve effecten bestaat die echter eenvoudig gemitigeerd kan worden.

Bij de locatiekeuze rekening houden met ligging ten opzichte van Natura 2000-netwerk en type warmtenet. Daarnaast brongerichte maatregelen om de milieudruk (met name verdroging) zo beperkt mogelijk te houden.

Restwarmte

Geen negatieve invloed

Het gebruik van restwarmte heeft geen negatieve invloed op het Natura 2000-netwerk. Het bespaart ruimte voor productie van duurzame elektriciteit.

Niet van toepassing

Uitkomsten passende beoordeling voor beleidsprioriteit 1: ruimte voor klimaatadaptatie en energiestransitie

Windenergie op zee en de aanlandingspunten langs de kust hebben het grootste risico op significant negatieve effecten. Deze maatregelen vinden plaats in of in de nabijheid van de Natura 2000-landschappen Noordzee, Waddenzee en Delta, de Duinen en het Rivierengebied. Omdat de milieudruk hier zal toenemen is er sprake van een (grote) opgave voor mitigerende en/of compenserende maatregelen. Voor de aanlandingsplekken is ook de verbondenheid van de duingebieden onderling een aandachtspunt. Aanlandplekken kunnen bij een groot ruimtebeslag een versnipperend effect hebben. Een goede locatiekeus is daarbij belangrijk. De grootschalige clustering van duurzame energie en industrieclusters op land vraagt om extra ruimte, maar vanwege de status van het Natura 2000-netwerk is het niet aannemelijk dat dit binnen de Natura 2000-begrenzing zal plaatsvinden. Echter kan ruimtebeslag buiten het Natura 2000-netwerk ook risico’s met zich meebrengen wanneer het bijvoorbeeld gaat om belangrijke foerageer- en rustgebieden van Natura 2000-vogels. Daarnaast kunnen de waterveiligheidsmaatregelen mogelijk tot negatieve effecten leiden vanwege ruimtelijke ingrepen in Natura 2000-gebieden.

Het risico bij wind op zee zit met name in het cumulatieve effect, ook met initiatieven vanuit omliggende landen als Engeland en Denemarken. Voor wind op zee moet een integrale afweging leiden tot een locatie met de minste gevolgen voor de natuurwaarden. Door met de positionering van windturbines rekening te houden met trekroutes van vogels kunnen aanvaringsslachtoffers zoveel mogelijk beperkt worden. Ook bestaat de mogelijkheid voor een stilstandvoorziening tijdens bepaalde weersomstandigheden of periodes. Het geldende Kader voor Ecologie en Cumulatie is hiervoor aanwezig. Het beleid is daarmee niet onuitvoerbaar. Het harde substraat van de windturbinevoeten biedt ook nieuw leefgebied voor benthos en heeft daarmee een positief effect op de voedselbeschikbaarheid van vissen, vogels en zeezoogdieren. Evenals het stoppen van scheepvaart en visserij binnen de windparken.

Door meer windenergie op zee te realiseren, wordt de noodzaak om wind op land te realiseren kleiner. Dit kan de knelpunten tussen het Natura 2000-netwerk als gevolg van verstoring en aanvaringsslachtoffers onder vogels op land verkleinen. Dit speelt met name in Natura 2000-landschappen die voor vogels zijn aangewezen zoals het Rivierengebied en de Meren en Moerassen.

Zonneweides veroorzaken verder geen milieudruk. Windparken kunnen leiden tot verstoring en aanvaringsslachtoffers onder vogels (en vleermuizen), met name ter hoogte van rustgebieden en migratieroutes. Een goede positionering, eventueel aangevuld met een stilstandvoorziening kan het risico op negatieve effecten verkleinen. In het nieuwe beleid is ook aangegeven dat natuurwaarden worden meegenomen bij de locatiekeus. Door een clustering neemt de milieudruk op andere locaties af. Het nieuwe beleid geeft tevens aan dat de energie-infrastructuur klimaatbestendig aangelegd moet worden. Dit principe heeft geen negatieve invloed op het Natura 2000-netwerk.

Op welke wijze warmtenetten worden gebruikt is nog niet uitgewerkt. Het risico bestaat dat bij gebruik van bodemenergie met een open systeem grondwateronttrekkingen nodig zijn. Veel Natura 2000-landschappen ondervinden op dit moment een knelpunt als gevolg van verdroging en de reikwijdte kan groot zijn waardoor op relatief grote afstand nog negatieve effecten te verwachten zijn. Het gaat om de Duinen, Beekdalen, Hogere zandgronden, Hoogvenen en Heuvelland. Hier bestaat het risico op significant negatieve effecten. Er zijn echter alternatieve gesloten systemen voorhanden waar grondwateronttrekking niet nodig. Dit maakt de opgave voor mitigerende maatregelen relatief eenvoudig. Wanneer grondwateronttrekking nodig is bij gebruik van warmtenetten moet dit buiten de invloedszone van een verdrogingsgevoelig Natura 2000-gebied plaatsvinden. Het beleid is daarmee uitvoerbaar.

De zonneladder heeft tot doel om ecologische waarden beter te betrekken bij locatiekeuzes van zonneparken en heeft daarmee geen negatief effect op het Natura 2000-netwerk. Er zijn wel risico’s bij het aanleggen van zonneparken op land. Met name waar het gaat om zonneparken op waterplassen binnen of nabij Natura 2000-gebieden of landbouwgronden die foerageergebied zijn voor grasetende watervogels.

De beleidskeuze waar Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is, betreft een voortzetting van bestaand beleid en is niet beoordeeld. Wel wordt meegegeven dat vanwege de ligging van deze beleidsopgave binnen en grenzend aan Natura 2000-gebieden er risico’s bestaan dat de Natura 2000-waarden worden aangetast door onder andere ruimtebeslag.

Kansen

Windparken op zee bieden ook kansen voor de biodiversiteit en de kwaliteit van het Natura 2000-landschap. Er komt meer hard substraat onder water waar benthos van kan profiteren en als gevolg daarvan ook de vispopulatie en zeezoogdieren. Met name wanneer de windparken worden aangewezen als rustgebieden waar ook geen visserij plaatsvindt wordt de meeste winst voor natuur geboekt.

De beleidskeuze om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te maken vraagt om een opgave die met name binnen het Natura 2000-netwerk speelt. Door deze opgave integraal op te pakken bestaan er kansen om ook de Natura 2000-waarden te laten meeprofiteren van de opgave.

De Natura 2000-doelen zijn afhankelijk van de natuurwaarden en milieucondities buiten het Natura 2000-netwerk. Door bij de verdere uitwerking van het beleid een natuurinclusieve aanpak te hanteren waarbij wordt gekeken op welke wijze natuur versterkt kan worden bij ruimtelijke en economische ontwikkelingen, kan uitvoering van het beleid bedragen aan vergroting van de biodiversiteit in deze gebieden.