Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio’s

Beleid NOVI

Invloed op Natura 2000

Risico’s op (significant) negatief effect in relatie tot uitvoerbaarheid

Randvoorwaarden voor uitwerking beleid in vervolgbesluiten

3.1

Duurzame ontwikkeling steden

Quality of life voorop

Geen negatieve invloed.

Dit beleid omvat een integrale en gebiedsgerichte aanpak in de steden om de leefbaarheid in steden te verbeteren. Dit resulteert niet in fysieke ingrepen en heeft geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

Gezonde steden en regio’s

Idem

Idem

Idem

Groen en water in en rond de stad

Toename van menselijke activiteiten kan verstorend werken.

Het stimuleren van meer gebruik van de groene openbare ruimte kan er toe leiden dat wanneer Natura 2000-gebieden grenzen aan stedelijk gebied hier sprake is van meer verstoring. Alle Natura 2000-landschappen zijn hier gevoelig voor.

Bij de locatiekeuze rekening houden met ligging ten opzichte van Natura 2000-netwerk. Daarnaast een goede zonering om de milieudruk zo beperkt mogelijk te houden.

Cultureel erfgoed als drager voor aantrekkelijke steden en regio’s

Geen negatieve invloed.

Dit beleid omvat een integrale aanpak in de steden om erfgoed te verbinden aan maatschappelijke opgaven. Dit resulteert niet in fysieke ingrepen en heeft geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

Brede afweging op maat

Geen negatieve invloed.

Dit beleid omvat een integrale en gebiedsgerichte aanpak in de steden om de leefbaarheid in steden te verbeteren. Dit resulteert niet in fysieke ingrepen en heeft geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

3.2

Integrale verstedelijkingsstrategie

Verstedelijkings-strategie

Geen negatieve invloed.

Dit beleid omvat een integrale en gebiedsgerichte aanpak in de steden om de leefbaarheid in steden te verbeteren. Dit resulteert niet in fysieke ingrepen en heeft geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

3.3

Woningvraag sluit aan bij aanbod

Steden kunnen verder groeien

De groei van steden kan leiden tot ruimtebeslag, verstoring en stikstofdepositie.

Dit beleid voorziet vooral in een goede afstemming tussen het woningaanbod en de vraag naar aantallen en type woningen, woonmilieus en prijsklassen. Het beleid is gericht op zoveel mogelijk bebouwing in bestaand bebouwd gebied en een goede afstemming tussen woningaanbod en de vraag naar woningen. De focus ligt buiten het Natura 2000-netwerk. Het voornemen om vooral binnenstedelijk te bouwen resulteert niet in een toename van de milieudruk. Echter bij verstedelijking grenzend aan Natura 2000-gebieden kan er sprake zijn van toename van de milieudruk en verstoring door mensen.

Bij de locatiekeuze rekening houden met ligging ten opzichte van Natura 2000-netwerk. Daarnaast brongerichte maatregelen om de milieudruk zo beperkt mogelijk te houden. Verstoring door mensen kan gemitigeerd worden door een goede zonering.

Woondeals

Geen negatieve invloed.

Dit beleid omvat afspraken om de benodigde bouwproductie te realiseren. Dit resulteert niet in fysieke ingrepen en heeft geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

3.4

Geconcentreerde verstedelijking

Geconcentreerde verstedelijking

Geen negatieve invloed.

Dit beleid omvat een integrale en gebiedsgerichte aanpak in de steden om de leefbaarheid in steden te verbeteren. Dit resulteert niet in fysieke ingrepen en heeft geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

Randen stedelijk gebied

Verbeteren van de kwaliteit van stadsranden van zorgen voor een toename aan verstoring door mensen.

Ontwikkelingen die leiden tot aantrekkelijke stadsranden grenzend aan Natura 2000-gebieden kunnen leiden tot een toename aan menselijke activiteiten en verstoring.

Verstoring door mensen kan gemitigeerd worden door een goede zonering.

3.5

Klimaatbestendige steden en regio’s

Klimaatadaptatie

 

Dit beleid is vooral gericht op het klimaatbestendig inrichten van de gebouwde omgeving door middel van vergroenen van de stad (tegen hittestress) en verbetering van de waterhuishouding (tegen wateroverlast). Verder is een doordachte invulling van het ruimtegebruik wat leidt tot een afgewogen locatiekeuze voor verstedelijking. Dit heeft geen negatieve invloed op het Natura 2000-netwerk.

 

3.6

Bereikbaarheid stad en regio

Ander mobiliteits-gedrag

Geen negatieve invloed.

Het aanpassen van het mobiliteitssysteem in stedelijk gebied om fiets, lopen en OV te stimuleren heeft geen negatieve invloed op het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

Systeemsprong in OV-systeem

Geen negatieve invloed.

Het aanpassen van het OV-systeem in de stad heeft geen negatieve invloed op het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

Smart mobility

Lokaal kan dit beleid leiden tot ruimtebeslag, verstoring en stikstofdepositie.

Uitbreiding van de infrastructuur om de capaciteit beter te benutten en overstapmogelijkheden te creëren leidt lokaal tot ruimtebeslag en een toename van de milieudruk als gevolg van verstoring en stikstofdepositie.

Bij de locatiekeuze rekening houden met ligging ten opzichte van Natura 2000-netwerk. Daarnaast brongerichte maatregelen om de milieudruk zo beperkt mogelijk te houden.

Vervoershubs

Geen negatieve invloed.

Verschillende vormen van vervoer (lopen, fiets, auto, OV e.d.) worden aan elkaar gekoppeld zodat ze beter benut kunnen worden. Dit veroorzaakt geen negatief effect op het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

3.7

Versterken vitaliteit en leefbaarheid in gebieden met bevolkingsdaling

Versterken vitaliteit en leefbaarheid

Geen negatieve invloed.

Dit beleid omvat een verkenning om de leefbaarheid en vitaliteit in gebieden met bevolkingsdaling te versterken . Dit veroorzaakt geen negatief effect op het Natura 2000-netwerk.

Niet van toepassing.

Uitkomsten passende beoordeling voor beleidsprioriteit 3: sterke en gezonde steden en regio’s

Nieuw in dit beleid is met name de focus op het verbeteren van de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van het bestaande stedelijk gebied. Er wordt ingezet op een compacte verstedelijk en het mobiliteitssysteem in en rondom steden wordt gebruiksvriendelijker. Daarnaast is klimaatadaptatie van de bebouwde omgeving belangrijk om beter te kunnen inspelen op bijvoorbeeld hittestress en wateroverlast door klimaatverandering. Dit beleid resulteert niet in meer woningbouw of infrastructuur ten opzichte van het huidige beleid. De focus ligt daarmee buiten het Natura 2000-netwerk.

Lokaal kan er extra ruimte nodig zijn voor verstedelijking en infrastructuur. Dit kan leiden tot ruimtebeslag en (beperkte) toename van de milieudruk en verstoring door mensen die in de omgeving gaan recreëren. Met een goede locatiekeuze en zo nodig bronmaatregelen om de milieudruk te verminderen is dit beleid uitvoerbaar.

Kansen

Dit beleid is met name van toepassing binnen stedelijk en bebouwd gebied. Daarmee zijn de kansen om knelpunten binnen het Natura 2000-netwerk te verminderen beperkt. Het beleid van deze prioriteit heeft met name positieve effecten op biodiversiteit en verbondenheid en kan daarmee indirect ook een positieve bijdrage leveren aan het behalen van de Natura 2000-doelen. De Natura 2000-doelen zijn immers afhankelijk van de natuurwaarden en omgevingscondities buiten het Natura 2000-netwerk. Door bij de verdere uitwerking van het beleid de behoeftes van omliggende Natura 2000-gebieden te betrekken en de biodiversiteit maximaal te dienen, kan hier een bijdrage aan geleverd worden.