Beleidsprioriteit 4: toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Deze beleidskeuzes hebben onder meer tot doel om de biodiversiteit te vergroten en een betere balans te creëren tussen landgebruik en de omgevingskwaliteiten. Dit beleid zorgt niet voor een toename van ontwikkelingen die extra milieudruk veroorzaken zoals versnippering, verstoring en vermesting, zodat er geen risico is op een significant negatief effect.

Nabij natuurgebieden wordt gestreefd naar landbouw met een lage milieudruk. Door de verdere uitvoering van de KRW-maatregelen wordt de waterkwaliteit verbetert wat gunstig is voor het Natura 2000-netwerk.

In het beleid is nog niet concreet uitgewerkt welke maatregelen getroffen worden om de bodemdaling in het veenweidegebied tegen te gaan. Opzetten van het waterpeil is een mogelijkheid. Het Natura 2000-landschap meren en moerassen komt met name voor in het veenweidegebied. Wanneer de uitvoering van deze maatregel tot gevolg heeft dat hele gebieden onder water worden gezet, dan bestaat het risico dat dit significant negatieve effecten veroorzaakt omdat de hydrologische omstandigheden in de betreffende Natura 2000-gebieden zodanig veranderen dat de natuurlijke kenmerken niet gewaarborgd kunnen worden.