Beekdalen

Figuur 4.11 | Natura 2000-landschap Beekdalen (Ministerie van LNV, 2006)

Het Natura 2000-landschap beekdalen omvat 21 gebieden van zeer uiteenlopend karakter. Belangrijke overeenkomst in al deze gebieden is de toestroom van grondwater en/of de nadrukkelijke aanwezigheid van beeksystemen:

15. Van Oordt’s Mersken

16. Wijnjeterper Schar

25. Drentsche Aa-gebied

28. Elperstroomgebied

45. Springendal & Dal van de Mosbeek

47. Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

48. Lemselermaten

49. Dinkelland

52. Boddenbroek

58. Landgoederen Brummen

60. Stelkampsveld

63. Bekendelle

65. Bennekomse Meent

69. Bruuk

80. Groot Zandbrink

129. Ulvenhoutse Bos

130. Langstraat

147. Leudal

132. Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

148. Swalmdal

150. Roerdal

In het Natura 2000-landschap beekdalen komen relatief veel habitattypen voor, ongeveer de helft daarvan komt ook in andere landschappen voor. Dit komt door de vele overgangen van droog naar nat. Naast de habitattypen beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels en grote fonteinkruiden), zijn de in het Natura 2000-landschap liggende voorkomens van de habitattypen heischrale graslanden, blauwgraslanden, overgangs- en trilvenen (trilvenen) en kalkmoerassen van groot belang voor het bereiken van een gunstige staat van instandhouding. Wat betreft de boshabitattypen gaat het om eiken-haagbeukenbossen, essen-iepenbossen en beekbegeleidende bossen). Pimpernelblauwtje, donkerblauw pimpernelblauwtje en gaffellibel zijn soorten die geheel of nagenoeg geheel aan dit Natura 2000-landschap zijn verbonden. De beekdalen zijn daarnaast van belang als broedgebied voor vogels van extensieve (kleinschalige) agrarische landschappen met vochtige graslanden. Het gaat om vogels als grutto, kemphaan, watersnip, paapje en grauwe klauwier. Voor de aangewezen niet-broedvogelsoorten zijn de beekdalen van geringe betekenis.

Op hoofdlijnen zijn de volgende knelpunten te onderscheiden (grotendeels op basis van Ministerie van LNV, 2006):

  • Vermesting via het grond- en oppervlaktewater is een knelpunt voor veel habitattypen die gebonden zijn aan voedselarmere omstandigheden. Ook stikstofdepositie speelt hierin een belangrijke rol.

  • Ook verdroging waardoor kwelwater niet meer tot in de wortelzone komt is een knelpunt.

  • Het gaat vaak om kleine en kwetsbare gebieden in een omgeving die landbouwkundig gebruikt wordt. Herstel op landschapsschaal is nodig om duurzame instandhouding te kunnen waarborgen.

Versnippering, verdroging, vermesting en stikstofdepositie zijn drukfactoren die hierbij horen.