Heuvelland

Figuur 4.14 | Natura 2000-landschap Heuvelland (Ministerie van LNV, 2006)

Het Natura 2000-landschap heuvelland bestaat uit acht Natura 2000 gebieden uit Zuid-Limburg:

153. Bunder- en Elsloërbos

154. Geleenbeekdal

156. Bemelerberg & Schiepersberg

157. Geuldal

158. Kunderberg

159. Sint Pietersberg & Jekerdal

160. Savelsbos

161. Noorbeemden & Hoogbos.

In het Natura 2000-landschap heuvelland komt een groot aantal habitattypen voor die in hun voorkomen tot dit landschap beperkt zijn. Het betreft: pionierbegroeiingen op rotsbodem, zinkweiden, kalkgraslanden, kalktufbronnen, veldbies-beukenbossen en de eiken-haagbeukenbossen van het heuvelland. Wat betreft soorten komen de geelbuikvuurpad en spaanse vlag alleen voor in dit Natura 2000-landschap. Heuvelland is van grote betekenis vanwege de overwinteringsgebieden van vale en ingekorven vleermuis evenals het voorkomen van de zeggekorfslak. In het Natura 2000-landschap heuvelland zijn geen gebieden aangewezen voor vogels.

Op hoofdlijnen zijn de volgende knelpunten te onderscheiden (grotendeels op basis van Ministerie van LNV, 2006):

  • Het gaat vaak om kleine gebieden in een agrarische omgeving waardoor verdroging, vermesting en stikstofdepositie belangrijke knelpunten zijn voor de schrale graslanden en kalkmoerassen.

  • Het systeem is vaak niet compleet door het versnipperde areaal waardoor kenmerkende fauna achteruit gaat door het ontbreken van voldoende areaal en gradiënten.

  • In de bossen ontbreekt dynamiek (onder andere windworp) en een juist beheer waardoor een goede vegetatiestructuur vaak ontbreekt. Ook ontbreken vaak geleidelijke overgangen naar de omgeving.

  • Voor de kwetsbare habitattypen kan recreatie een negatieve invloed hebben door betreding.

  • In sommige gevallen is het natuurbeheer niet voldoende intensief om de gevolgen van stikstofdepositie op te heffen, waardoor vergrassing en verbossing optreedt.

Versnippering, verdroging, vermesting, verstoring en stikstofdepositie zijn drukfactoren die hierbij horen.