Hoogvenen

Figuur 4.13 | Natura 2000-landschap Hoogvenen (Ministerie van LNV, 2006)

Het Natura 2000 landschap hoogvenen omvat 12 gebieden. Zeven gebieden daarvan worden gerekend tot de resten van hoogveenlandschap. De andere vijf, die als een parelsnoer langs de grens met Duitsland liggen, zijn komvenen in dekzandlandschap. Voor alle hoogvenen geldt dat ze zeer afhankelijk zijn van een goede hydrologische situatie, zowel in de kern van het gebied als in de overgangszones:

Resten hoogveenlandschap

23. Fochteloërveen

24. Witterveld

33. Bargerveen

40. Engbertsdijksvenen

43. Wierdense Veld

139. Deurnsche Peel & Mariapeel

140. Groote Peel.

Komvenen in dekzandlandschap

53. Buurserzand & Haaksbergerveen

54. Witte Veen

55. Aamsveen

61. Korenburgerveen

64. Wooldse Veen

Belangrijke habitattypen die in dit landschap voorkomen zijn: in de kernen van de gebieden actief hoogveen (hoogveenlandschap) en herstellende hoogvenen. Internationaal belang is groot door de enorme achteruitgang van het lenshoogveen waarvan de meeste restanten nog in Nederland te vinden is. In de randenzones van de gebieden komen hoogveenbossen, vochtige heiden en zure vennen voor. De soorten van de Habitatrichtlijn die met name voorkomen in de randzones zijn de grote modderkruiper en kamsalamander. Hoogvenen zijn vooral van belang voor vogelsoorten, zoals grauwe klauwier. De hoogvenen en de bijbehorende lagg-zones hebben grote betekenis als broedgebied voor vogelsoorten van relatief voedselarme wateren en open vochtige biotopen zoals geoorde fuut, kraanvogel, porseleinhoen, watersnip, paapje en grauwe klauwier. De hoogvenen zijn voor niet-broedvogels vooral van belang als slaapplaatsen voor taiga- en toendrarietganzen en als pleisterplaatsen voor kraanvogels.

Op hoofdlijnen zijn de volgende knelpunten te onderscheiden (grotendeels op basis van Ministerie van LNV, 2006):

  • Het gaat vaak om kleine gebieden in een agrarische omgeving waardoor verdroging, vermesting en stikstofdepositie belangrijke knelpunten zijn voor de hoogvenen die afhankelijk zijn van extreem voedselarme omstandigheden.

  • Het systeem is vaak niet compleet door het ontbreken van een natuurlijke overgang van het hoogveen naar de minerale omgeving (lagg-zone).

  • Voor vogels kan verstoring door recreatie een negatieve invloed hebben, met name de kraanvogel is hier extreem gevoelig voor.

  • In sommige gevallen is het natuurbeheer niet voldoende intensief om de gevolgen van stikstofdepositie op te heffen, waardoor vergrassing en verbossing optreedt.

Versnippering, verdroging, vermesting, verstoring en stikstofdepositie zijn drukfactoren die hierbij horen.