Meren en moerassen

Figuur 4.10 | Natura 2000-landschap Meren en Moerassen (Ministerie van LNV, 2006)

Het Natura 2000-landschap Meren en Moerassen bestaat uit 37 gebieden. Het landschap omvat de categorieën van gebieden: A. Afgesloten zeearmen en randmeren, B. Zeeklei en C. Laagveen.

A. Afgesloten zeearmen en randmeren

8. Lauwersmeer

72. IJsselmeer

73. Markermeer & IJmeer

74. Zwarte Meer

75. Ketelmeer & Vossemeer

76. Veluwerandmeren

77. Eemmeer & Gooimeer Zuidoever

B. Zeeklei

10. Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving 56. Arkemheen

78. Oostvaardersplassen

79. Lepelaarplassen

106. Boezems Kinderdijk

110. Oudeland van Strijen

162. Abtskolk en De Putten

C. Laagveen

9. Groote Wielen; 11. Witte en Zwarte Brekken; 12. Sneekermeergebied; 13. Alde Feanen; 14. Deelen; 18. Rottige Meenthe & Brandemeer; 19. Leekstermeergebied; 20. Zuidlaardermeergebied; 34. Weerribben; 35. Wieden; 37. Olde Maten & Veerslootslanden; 83. Botshol; 89. Eilandspolder; 90. Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder; 91. Polder Westzaan; 92. Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske; 93. Zeevang; 94. Naardermeer; 95. Oostelijke Vechtplassen; 102. De Wilck; 103. Nieuwkoopse Plassen & De Haeck; 104. Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein en 107. Donkse Laagten.

In het Natura 2000-landschap meren en moerassen komt een aantal sterk onder druk staande habitattypen voor, zoals blauwgraslanden en overgangs- en trilvenen. Deze habitattypen komen vooral voor in de laagveengebieden. De kranswierwateren en meren met krabbenscheer en fonteinkruiden hebben het zwaartepunt zowel in de laagveengebieden als in de afgesloten zeearmen en randmeren. In de randmeren en in het IJsselmeer komt de rivierdonderpad voor.

Een aantal soorten, zoals grote vuurvlinder, gevlekte witsnuitlibel, gestreepte waterroofkever, platte schijfhoorn en geel schorpioenmos, zijn nagenoeg geheel gebonden aan de Natura 2000-gebieden van dit landschap. Het landschap is verder van grote betekenis voor de prioritaire soort noordse woelmuis, verschillende vissoorten én als foerageergebied van de meervleermuis.

Het Natura 2000-landschap meren en moerassen is van zeer groot (internationaal) belang als broedgebied voor water- en moerasvogels. In de eerste plaats voor koloniebroeders (lepelaar en reigers) die in uitgestrekte moerassen broeden. Daarnaast voor broedvogels van vitale rietvelden, van jonge verlandingsstadia en soorten van vochtige graslanden en ruigten. De meren en moerassen zijn van nationale en/of internationale betekenis voor een groot aantal overwinterende watervogels, zowel als foerageergebied als rustplaats.

Op hoofdlijnen zijn de volgende knelpunten te onderscheiden (grotendeels op basis van Ministerie van LNV, 2006):

  • Natuurlijke gradiënten tussen het water en land ontbreken vaak waardoor moerasranden en plas-dras situaties ontbreken.

  • De gebieden zijn in trek bij recreanten wat verstoring van rustende en foeragerende watervogels met zicht mee brengt.

  • Door onnatuurlijke peilregime, verdroging en niet passend beheer gaan rietmoerassen en overjarig riet, het leefgebied van een groot aantal broedvogels, in kwaliteit achteruit.

  • In het IJsselmeergebied (met name Markermeer) is de voedselbeschikbaarheid voor watervogels niet op orde. Dit geldt voor zowel viseters als bodemfaunaeters.

  • Door onvoldoende waterkwaliteit, verdroging en stikstofdepositie gaan waardevolle habitats als blauwgraslanden en overgangs- en trilvenen in kwaliteit achteruit. Dit is met name aan de orde in de laagveengebieden.

Versnippering, verdroging, verstoring, vermesting en stikstofdepositie zijn drukfactoren die hierbij horen.