Beleidskeuze 3.1: Duurzame ontwikkeling steden

Steden ontwikkelen zich duurzaam door een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid en leefomgevingskwaliteit.

Bepalende elementen die de ontwerp-NOVI bij deze beleidskeuze benoemd zijn:

  • Quality of life voorop: Het is essentieel dat stedelijk gebied en de steden gezond, aantrekkelijk, veilig en schoon zijn om in te wonen en te werken, dat er goede betaalbare woningen beschikbaar zijn en dat woon- en werklocaties bereikbaar zijn. Dit vraagt om zorgvuldige en gebiedsgerichte inzet van veel partijen én een extra impuls.

  • Gezonde steden en regio’s: Het gezond kunnen wonen, werken en ontspannen van de inwoners van steden en regio’s vereist een goede leefomgevingskwaliteit, op het gebied van bodem, water, lucht, geluid, geur en externe veiligheid (waarbij gezondheid altijd meegewogen moet worden). Schoon verkeer en een vervoersysteem dat mensen aanzet tot bewegen, helpen de stad gezonder te maken. Vanuit dit oogpunt is een mobiliteitssysteem gewenst dat actieve vervoersvormen (fietsen en lopen) en OV-gebruik stimuleert. Daarnaast dient de openbare ruimte voldoende ruimte te bieden om te ontspannen, bewegen en spelen en de interactie tussen de stadsbewoners te stimuleren. De leefomgeving kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verleiden tot een gezondere leefstijl en het vergroten van het gezondheidspotentieel van kwetsbare groepen. Gezondheidsbevordering via de leefomgeving wordt dan ook met voorrang toegepast in wijken en buurten met gezondheidsachterstanden. Dit vraagt om een sterkere wederkerige samenwerking tussen het ruimtelijk domein en het sociale gezondheidsdomein.

  • Groen en water in en rond de stad: Overheden zetten extra in op het vergroenen van de steden en het toevoegen van water, het vergroten van de recreatieve mogelijkheden en zo mogelijk ook op de natuurwaarde van de stedelijke groene gebieden. Het combineren van een stedelijk beleid van compactheid en vergroening vormt een ontwerpopgave. De ontwikkeling van een stedelijk groenfonds kan bij dragen aan de vergroening.

  • Cultureel erfgoed als drager voor aantrekkelijke steden en regio’s: Erfgoed is steeds nadrukkelijker gericht op behoud door ontwikkeling, met oog op de toegevoegde waarde voor de omgeving. Door erfgoed te verbinden aan de maatschappelijke opgaven en als drager te zien voor de ontwikkeling kan het een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de steden en regio’s.

  • Brede afweging op maat: Door slim te combineren leidt toevoeging van nieuwe functies tot weinig extra ruimtebeslag. Een geconcentreerde stedelijke ontwikkeling is de inzet. Dit moet ruimte en kwaliteit bieden voor wonen, leven en werken die de maatschappij nu en in de toekomst vraagt. En die economisch, ruimtelijk efficiënt is en onnodige verplaatsingskilometers voorkomt