Aanpak voor de beoordeling van de Staat van de Leefomgeving

Voor het planMER is de huidige ‘staat van de fysieke leefomgeving’ in beeld gebracht. Dit is als het ware een ‘foto’ van de huidige situatie van de leefomgeving. Hierbij is voor de verschillende aspecten en indicatoren uit het ‘Rad van de Leefomgeving’ de huidige staat beschreven. Er is gebruik gemaakt van diverse studies en rapportages en van analyses die ten behoeve van de voorbereiding van de ontwerp-NOVI zijn uitgevoerd.

Bij de beschrijving is een kwalitatieve ‘waardering’ gegeven aan de ‘huidige staat’ van de indicatoren. Passend bij het karakter van omgevingsvisies - waarin op basis van omgevingswaarden en ambities strategische keuzes worden vastgelegd - wordt deze waardering gegeven op basis van de mate waarin op dit moment wordt voldaan aan specifieke (nationale) ambities voor de indicatoren. Voor een deel zijn ambities geformuleerd in de ontwerp-NOVI en voor een ander deel moet worden teruggegrepen op ambities die zijn opgenomen in andere (sectorale) plannen van het Rijk. Daar waar geen ambities zijn geformuleerd voor indicatoren, dan zal dit expliciet worden aangegeven bij de waardering. Ook dit biedt relevante beslisinformatie.

De formulering van de ambities per indicator en de waardering van de huidige staat is ter verificatie besproken met het team dat de ontwerp-NOVI heeft voorbereid, met de brede begeleidingsgroep voor het planMER én met deskundigen tijdens een expertsessie.

Voor de waardering van de huidige staat is gebruik gemaakt van de vijfpuntsschaal die is toegelicht in tabel 1.3.

Tabel 1.3 | Schaal voor de waardering van de Staat van de fysieke leefomgeving

Waardering:

Toelichting:

5

De staat is overal goed, er zijn geen knelpunten (ambities worden overal gehaald)

4

De staat is overwegend goed, lokaal zijn er wat knelpunten (ambities worden grotendeels gehaald)

3

De staat is redelijk, verspreid zijn er knelpunten (ambities worden vaak wel, soms niet gehaald)

2

De staat is matig, er zijn redelijk wat knelpunten (ambities worden soms gehaald)

1

De staat is overal slecht, er zijn overal knelpunten (ambities worden nergens gehaald)

Referentiesituatie

Naast de huidige ‘Staat van de fysieke leefomgeving’ is ook de zogenaamde referentiesituatie in beeld gebracht. Dit is de situatie zoals die zich in de toekomst voor zou doen bij het voortzetten van bestaand beleid én waarbij autonome trends en ontwikkelingen in acht worden genomen. In het PlanMER worden effecten, kansen en risico’s van beleidskeuzes beschouwd ten opzichte van deze referentiesituatie. Zo ontstaat een beeld van de daadwerkelijke impact van het nieuwe beleid, inclusief de mate waarin het nieuwe beleid in meer of mindere mate dan het bestaande beleid invloed heeft op autonome trends en ontwikkelingen. Dit levert zinvolle beslisinformatie.

In de ontwerp-NOVI wordt een tijdshorizon tot 2030 gehanteerd en wordt een doorkijk gegeven richting 2050. In het planMER worden effecten in principe beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie in 2030. Hoewel er al een grote mate van onzekerheid bestaat over autonome trends en ontwikkelingen over de periode tot aan 2030, zijn de onzekerheden over autonome trends en ontwikkelingen op de lange termijn - richting 2050 -  enorm. Daarom wordt in het PlanMER alleen waar relevant en mogelijk een kwalitatieve doorkijk gegeven richting 2050.

Net als voor de beschrijving van de huidige situatie, is voor de beschrijving van de referentiesituatie gebruik gemaakt van bestaande informatie en studies. Zo bevatten de WLO-scenario’s (Welvaart en Leefomgeving) van de planbureaus inzicht in autonome trends en ontwikkelingen (we gaan uit van worst-case). In de beschouwing van de referentiesituatie zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende indicatoren meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone voertuigtechnologie, luchtvaart of aanpassing van klimaatscenario’s).

Bij de beschouwing van indicatoren is een ‘waardering’ gegeven aan de referentiesituatie, op basis van een (opgetelde) kwalitatieve inschatting van:

  • de mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige staat; 

  • de mate waarin voortzetting van bestaand beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang.

De waardering van de referentiesituatie is ter verificatie besproken met het team dat de ontwerp-NOVI heeft voorbereid, met de brede begeleidingsgroep voor het planMER én met deskundigen tijdens een expertsessie.

Voor de waardering is dezelfde schaal gehanteerd als voor de huidige ‘staat van de fysieke leefomgeving’ (zie tabel 1.3).