Beoordelingskader: Rad van de Leefomgeving

Het ‘Rad van de Leefomgeving’ vormt de basis in de beoordelingsmethodiek; het vormt het kader voor de beschrijving van de staat van de leefomgeving, de referentiesituatie en voor de effectbeschrijving. Hiermee geeft het ‘Rad’ de reikwijdte van het milieueffectonderzoek weer; naar welke effecten wordt gekeken.

Hierna is het Rad van de Leefomgeving afgebeeld en toegelicht. Een nadere uitwerking van de indicatoren is opgenomen in paragraaf 1.3.3.

Figuur 1.4 | Het Rad van de Leefomgeving.

Het ‘Rad´ is niet in beton gegoten; in de kern is het ‘Rad’ globaal maar robuust door aan te sluiten op de reikwijdte van de Omgevinsgwet. In de buitenste schil biedt het ‘Rad’ flexibiliteit met een selectie van meer concrete aspecten en indicatoren waar in het PlanMER op wordt ingezoomd. Deze selectie is het resultaat van een analyse van opgaven en urgenties in de fysieke leefomgeving én het proces van raadpleging over de beoogde reikwijdte en detailniveau van het PlanMER. Hiermee wordt beoogd de beslisinformatie te leveren die nodig wordt geacht om een besluit te kunnen nemen over dit specifieke plan.

Vier perspectieven die aansluiten op de brede benadering van de Omgevinsgwet

Het beoordelingskader (‘Rad van de Leefomgeving’) volgt de brede en integrale benadering van de Omgevinsgwet, die ook in de NOVI tot uitdrukking komt. In de kern van het ‘Rad van de Leefomgeving’ staat de doelstelling van de Omgevingswet centraal, namelijk:

“Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” [Omgevingswet, artikel 1.3]

In lijn met deze doelstelling én het doel van het instrument plan-m.e.r., is duurzame ontwikkeling centraal gesteld in het ‘Rad van de Leefomgeving’. Hiermee wordt gestreefd naar een duurzame balans tussen ‘mens, ecologie en welvaart’ (people, planet, prosperity). Deze drie kapitalen omvatten alle aspecten van de leefomgeving.

De doelstelling van de Omgevingswet bevat twee invalshoeken: 1) het beschermen van de fysieke leefomgeving, en 2) het vervullen van maatschappelijke behoeften. In het Rad is dit uitgewerkt naar vier perspectieven op de fysieke leefomgeving (4 kwadranten), waarbij de meer traditionele m.e.r.-onderwerpen zich vooral in de bovenste helft van het Rad bevinden:

  • Beschermen van de fysieke leefomgeving omvat twee perspectieven (bovenste helft van het Rad):

    • Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

    • Goede omgevingskwaliteit

  • Het vervullen van maatschappelijke behoeften omvat twee perspectieven die de brede benadering van de Omgevingswet volgen (onderste helft van het Rad):

    • Woonomgeving

    • Economische omgeving

In het PlanMER wordt de indeling van de vier perspectieven gehanteerd als hoofdstructuur voor het beschouwen van effecten.