Algemeen beeld van effecten van de ontwerp-NOVI

In lijn met de aanpak die in hoofdstuk 1 is geschetst, wordt in de beoordeling van de effecten van de ontwerp-NOVI in dit planMER onderscheid gemaakt in keuzes die een voortzetting van bestaand beleid betreffen, concrete besluiten die leiden tot uitvoering, principiële beleidskeuzes die richting geven aan de uitvoering van het beleid én procesmatige besluiten. Een algemeen beeld van de effecten van de NOVI op basis van het type besluiten is hierna toegelicht.

Voortzetting van bestaand beleid leidt niet tot nieuwe effecten

De ontwerp-NOVI bevat een overzicht van en ambities voor nationale belangen. Het betreft belangen en opgaven die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. Voor die nationale belangen - die veelal sectoraal van aard zijn - zijn keuzes vastgelegd in verschillende structuurvisies, nota’s en andere beleidsstukken. Veel daarvan behoeft geen inhoudelijke verandering en onderdelen die van belang zijn voor de vier beleidsprioriteiten worden in de ontwerp-NOVI herbevestigd. Een overzicht van het bestaande flankerend beleid is opgenomen in hoofdstuk 1 van dit PlanMER en is meegenomen bij de beschouwing van de ontwikkeling van de staat van de fysieke leefomgeving in hoofdstuk 2. Dientengevolge leidt voortzetting van bestaande beleid ten opzichte van de referentiesituatie niet tot effecten en blijft daarom buiten beschouwing in dit planMER.

Geen concrete besluiten die nu al leiden tot effecten

Geconstateerd wordt dat de ontwerp-NOVI geen concrete besluiten bevat die nu al zullen leiden tot de uitvoering van maatregelen. Dit betekent ook dat een besluit over de ontwerp-NOVI nu nog niet direct zal leiden tot concrete effecten en dat de gevolgen voor de staat van de fysieke leefomgeving op langere termijn nog met onzekerheid is omgeven. Effecten kunnen vaak nog zowel positief als negatief uitpakken, afhankelijk van de uitwerking in (gebiedsgerichte) programma’s, de vervolgbesluiten van zowel Rijk als decentrale overheden en van de inzet van het instrumentarium.

Procesmatige keuzes leiden niet tot effecten

De ontwerp-NOVI bevat verschillende procesmatige uitspraken, als intentie om een stap te zetten in een proces dat mogelijk kan gaan leiden tot nieuw beleid (bijvoorbeeld door onderzoek en verkenningen e.d.). Omdat er nog geen zicht is op de kaders en de aard van eventuele vervolgbesluiten, is er hierbij nog geen zicht op de aard van mogelijke effecten, kansen en risico´s.

Principiële beleidskeuzes met kansen en risico’s voor de fysieke leefomgeving

Voor de vier beleidsprioriteiten bevat de ontwerp-NOVI beleidskeuzes die principiële keuzes betreffen en richting geven aan de verdere uitvoering van het beleid door het Rijk en de decentrale overheden in programma’s en vervolgbesluiten. Hierbij doen zich zowel kansen als risico’s voor die van belang zijn om mee te wegen bij die vervolgbesluiten. In dit PlanMER ligt de nadruk op het bieden van inzicht in dergelijke kansen en risico’s. Of effecten zich daadwerkelijk voor zullen doen, hangt af van de uitvoering en doorwerking van NOVI in programma´s, vervolgbesluiten en plannen van zowel Rijk als decentrale overheden. Vanwege de complexiteit van de opgaven, de benodigde tijd voor het vervolgproces en de onzekerheden die zich hierbij voordoen over de precieze uitwerking van het beleid - bijvoorbeeld met gebiedsgericht maatwerk - is het aannemelijk dat veel kansen en risico’s zich pas op langere termijn (pas ná 2030) zullen manifesteren. Dit biedt tijd voor een zorgvuldige uitwerking van de vervolgbesluiten en plannen, met gelegenheid voor optimalisatie om kansen te verzilveren en risico’s te beheersen. Hiertoe biedt hoofdstuk 6 aandachtspunten voor het vervolg, op basis van de in dit hoofdstuk geïdentificeerde kansen en risico’s.

De volgende figuur bevat een samenvattend beeld van de kansen en risico’s van de (principiële) beleidskeuzes voor de staat van de fysieke leefomgeving. Het betreft een totaalbeeld van alle kansen en risico’s voor de vier beleidsprioriteiten. In de volgende paragrafen worden de kansen en risico’s per beleidsprioriteit gespecificeerd.

Met de (autonome) referentiesituatie in 2030 als vertrekpunt, geven de groene pijlen kansen weer voor verbetering van de staat van de fysieke leefomgeving en geven de rode pijlen risico’s weer voor verslechtering van de staat van de fysieke leefomgeving. De dikte van de pijlen wordt bepaald door het aantal beleidskeuzes in de ontwerp-NOVI dat leidt tot een kansen en/of risico voor de specifieke aspecten uit het Rad; hoe dikker een pijl, hoe meer kansen of risico’s. De dikte van de pijlen zegt dus niets over de aard of omvang van kansen en risico’s of de aannemelijkheid dat deze zich kunnen voordoen; de complexiteit en daarmee samenhangende onzekerheden over de uitvoering van het beleid zijn hiervoor te groot. Belangrijk om te vermelden is dat het een globaal beeld van kansen en risico’s betreft. Voor aspecten kunnen zich zowel kansen als risico’s voordoen, mede ingegeven door verschillen ten aanzien van de specifieke indicatoren die onderdeel zijn van de aspecten. Ook is er sprake van regionale verschillen, verschillen binnen steden en in het landelijk gebied en bijvoorbeeld verschillen binnen en buiten beschermde natuurgebieden. In de volgende paragrafen wordt verder ingegaan op deze verschillen.

Figuur 4.1 | Kansen en risico’s van alle beleidskeuzes in de ontwerp-NOVI voor de staat van de fysieke leefomgeving.

Conclusies algemeen beeld van effecten van de ontwerp-NOVI

Op basis van bovenstaand figuur kan worden geconcludeerd dat de ontwerp-NOVI voor alle aspecten kansen biedt voor de fysieke leefomgeving; er zijn meer kansen dan risico’s. Deze constatering vindt wel plaats in een context waar veel omgevingsaspecten onder druk staan. Met de focus van de beleidskeuzes op de vier beleidsprioriteiten worden belangrijke opgaven ten aanzien van de staat van de fysieke leefomgeving in de ontwerp-NOVI expliciet geadresseerd, waaronder klimaat, natuurlijke hulpbronnen en de ruimtelijk-economische structuur.

Een aantal niet-ruimtelijke aspecten krijgen minder nadrukkelijk aandacht in de beleidskeuzes in de ontwerp-NOVI, zoals milieukwaliteit & gezondheidsbescherming en welzijn. Omdat de ontwikkeling van de staat van deze aspecten van de fysieke leefomgeving onder druk staat, zullen zonder aanvullend (sectoraal) beleid en maatregelen de negatieve trends in de staat van de fysieke leefomgeving voor deze aspecten naar verwachting niet worden gekeerd.

Verder vergt het grotere aantal risico’s voor de natuur en landschap & openbare ruimte nadrukkelijk aandacht in het vervolg.

Of kansen en risico’s zich daadwerkelijk zullen voordoen, hangt af van de uitwerking van het beleid in (gebiedsgerichte) programma’s, in vervolgbesluiten van zowel Rijk als decentrale overheden en van de inzet van instrumentarium.

In de volgende vier paragrafen wordt ingezoomd op de kansen en risico’s per beleidsprioriteit.

De onderstaande figuren zijn interactief. Klik op 1 van de onderstaande figuren voor meer informatie over de kansen en risico's van de betreffende prioriteit

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland

Sterke en gezonde steden en regio's

  

Toekomstbestendige ontwikkeling van

 het landelijk gebied