Goede omgevingskwaliteit

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

De energietransitie genereert diverse risico’s voor de omgevingskwaliteit, zowel op het vlak van natuurlijke systemen, natuur als landschap en openbare ruimte. Kansen hangen voornamelijk samen met het toepassen van de voorkeursvolgorde voor zonne-energie of bij de keuze van gebieden voor clustering van duurzame energie op land. Dit gebeurt in samenspraak met landschap, erfgoed en natuur waardoor andere gebieden ontzien worden. Ter plaatse van de energielandschappen wordt echter de milieudruk verhoogd. De uitdaging is om door functiecombinatie dit juist te compenseren of zelfs te overtreffen.

     

Klik op het plaatje links voor een vergroting van het RAD van de leefomgeving

Windturbines leveren risico’s op voor mens (gezondheidsrisico’s) en natuur. Voor windturbines en bijbehorende kabels en leidingen is ruimte nodig. Hierdoor ontstaat het risico van aantasting van de ruimtelijke samenhang van natuurgebieden, er is minder ruimte voor biodiversiteit. Windturbines veroorzaken daarnaast slachtoffers onder vogels en vleermuizen die in de wieken vliegen. Wanneer de turbines op locaties worden geplaatst waar belangrijke vliegroutes van vogels liggen, is er een risico op significante effecten (externe werking). Een belangrijke bron van onderwatergeluid ontstaat tijdens de bouwfase van de windturbines, met name bij het heien van de fundaties. (Zee)zoogdieren kunnen hierdoor verstoord worden. Mitigerende maatregelen om negatieve effecten te voorkomen zijn hiervoor beschikbaar. Aan de andere kant kan de voedselbeschikbaarheid voor vis en zeezoogdieren vergroot worden door de toename aan hard substraat (turbinevoet), zeker wanneer scheepvaart en visserij hier verboden worden. Dit biedt een kans. Ook waardevolle (open) landschappen kunnen als gevolg van windturbines worden verstoord. Windturbines zijn vanaf grote afstand zichtbaar. De openheid van gebieden neemt af. Het realiseren van grootschalige offshore windparken beperkt de recreant in zijn vaarmogelijkheden en manoeuvreerruimte. Door de clustering van windenergie op land worden aan de andere kant gebieden offshore ontzien. Hetzelfde geldt voor de inzet van wind op zee: dit beperkt de benodigde ruimte voor wind op land. Door rekening te houden met de voorkeursvolgorde voor zonne-energie, kunnen locaties in het landelijk gebied met hoge waarden voor landschap, landbouw, recreatie of natuur beperkt worden aangetast.

Ingrepen in de bodem als gevolg van de aanleg van energieinfrastructuur (warmtenetten en bodemenergiesystemen), windturbines (op land of op zee), zonnevelden en aanlandingspunten voor wind van zee kunnen mogelijk leiden tot aantasting van archeologische waarden of bodem (b.v. mogelijke beïnvloeding van bodemprocessen op de zeebodem door de plaatsing van turbines (zie ook Royal HaskoningDHV, 2014 voor nadere toelichting). Ook kunnen WKO-systemen en geothermie mogelijk leiden tot nadelige effecten op de bodem en grond- en oppervlaktewater. De risico’s op bodem en water hangen samen met veranderingen in grondwaterstromingen, temperatuurveranderingen en mogelijke lekkage. Dit vormt ook weer een risico voor natuurwaarden die afhankelijk zijn van het grondwater. Bij de keuze voor geothermie dient lokaal rekening gehouden te worden met A.S.V.'s. Dit betreffen door provincies aangewezen Aanvullende Strategische Voorraden ten behoeve van het kunnen beschikken over voldoende schoon grondwater voor drinkwater.

Windturbines hebben door hun verplichte verlichting en het geluid afkomstig van het draaien van de bladen impact op stilte en duisternis en verstoren daarmee ook de natuur (zie ook BügelHajema, 2018; Pardal, 2018). Ook aanlandingspunten ter hoogte van het Noordzeekanaalgebied, Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen/ Terneuzen en Eemshaven vragen om ruimte wat ten koste kan gaan van natuurwaarden, landschap en openbare ruimte. Vanwege de logische ligging langs de kust met de bijbehorende hoge natuurwaarden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland) kan de milieudruk hier vergroot worden. Indien er door groei van wind op zee naar 2050 ook aanlandlocaties meer landinwaarts nodig zijn dient hier rekening gehouden te worden met effecten op natuurwaarden, landschap en openbare ruimte. Lokaal ter hoogte van te plaatsen installaties voor CO2-opslag op zee treden ook risico’s voor natuur op. Bij nadere uitwerking dient hiermee rekening gehouden te worden.

Bij een natuur inclusieve uitwerking van het beleid waardoor Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is liggen er kansen om de natuur- en landschappelijke waarden te versterken. Het betreft immers beleid dat invloed heeft op grootschalige natuurgebieden en waardevolle landschappen in de kustzone, het rivierengebied, de delta en de Waddenzee. Maatregelen om de waterveiligheid te garanderen genereren aan de andere kant ook risico’s voor natuurwaarden, landschappelijke en cultuurhistorische waarden als gevolg van extra ruimtebeslag. Er dient een balans te zijn tussen bescherming en behoud van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van de kustzone enerzijds en de ontwikkeling van de kustzone anderzijds.

Belangrijkste kansen: bodem & ondergrond, biodiversiteit (op zee), areaal natuurgebieden, verbondenheid, soorten & habitats, waardevolle landschappen, openbare ruimte, erfgoed & archeologie.

Belangrijkste risico’s: bodem & ondergrond, grondwater, oppervlaktewater, stilte & duisternis, biodiversiteit, areaal natuurgebieden, verbondenheid, soorten & habitats, waardevolle landschappen, openbare ruimte en erfgoed & archeologie.