Samenhangende effecten op de Noordzee

De Noordzee is een complex en open marien ecosysteem, relatief ondiep en voedselrijk. Het gebied biedt ruimte aan een groot aantal verschillende gebruiksfuncties. Het is één van de meest intensief gebruikte zeeën ter wereld. Het Nederlandse deel van de Noordzee beslaat een oppervlakte van circa 58.000 km2. Dit is 10% van de gehele Noordzee (Royal HaskoningDHV, 2014).

Het onderstaande plaatje is interactief. Door op 1 van de 4 paarse cirkels met handjes te klikken verschijnt er een pop-up. In de pop-up wordt aangegeven welke conflicterende claim het betreft. Tevens worden de belangrijkste aspecten van het Rad van de Leefomgeving die door deze conflicterende claim worden beïnvloed verder toegelicht. De uitgebreide tekst is tevens onder het plaatje terug te vinden.

Figuur 4.14 | Samenhangende keuzes op de Noordzee

Andere keuzes leiden niet tot grote, onoverkomelijke conflicterende claims op de Noordzee. Mogelijk kunnen wel condities en voorwaarden vanuit het ene gebruik aan de uitvoering van een ander gebruik worden gesteld, bijvoorbeeld: voor CO2-opslag kan veelal gebruik worden gemaakt van bestaande infrastructuur of is de verwachting dat nieuwe infrastructuur onder voorwaarden goed inpasbaar is (North Sea Energy, 2018); voor zeehavens wordt bereikbaarheid en nautische veiligheid gegarandeerd met het verkeersscheidingsstelsel en een eventuele zeewaartse uitbreiding van de zeehavens binnen 12-mijlszone overlapt niet met nieuwe gebieden voor windenergie.

Hieronder worden de conflicterende claims die spelen op de Noordzee met betrekking tot de grootschalige uitrol van windenergie op zee kort toegelicht:

Ruimte voor natuur vs. ruimte voor wind op zee

De Noordzee heeft een belangrijke functie voor natuur, en delen van de Noordzee zijn aangewezen als Natura2000-gebied (Noordzeeloket). De mariene biodiversiteit staat hoog op de internationale beleidsagenda. Het benutten van ruimte voor wind op zee betekent dat minder ruimte beschikbaar is voor uitsluitend natuur. De uitrol van wind op zee, zoals vastgelegd in de Routekaart 2030 (Ministerie Economische Zaken en Klimaat, 2018a), levert nu al spanning op ten aanzien van de ‘ecologische gebruiksruimte’ op de Noordzee. Indien de ruimte voor wind op zee beperkt wordt tot de beschikbare ecologische ruimte, betekent dit dat minder ruimte beschikbaar is voor wind op zee en op land extra ruimte gevonden moet worden om de energietransitie mogelijk te maken. Mogelijk biedt een combinatie van natuur in windparken een oplossing. Dit is al onderdeel van de huidige kavelbesluiten in de vorm van een voorschrift gericht op maatregelen ter vergroting van het geschikte habitat voor van nature in de Noordzee voortkomende soorten (Ministerie Economische Zaken, 2018b; Voorschrift 4.8). Een verdere uitwerking hiervan kan mogelijkheden bieden voor combinatie van natuurontwikkeling in windparken. De belangrijkste aspecten van het Rad van de Leefomgeving die door deze conflicterende claim beïnvloed worden zijn:

  • Natuur: impact op soorten en habitats door aanleg en operaties van windparken op zee (Rijkswaterstaat, WOZEP).

  • Natuurlijke systemen: impact van windparken op zee op natuurlijke processen van zeebodem en zeestromingen (Royal HaskoningDHV, 2014).

Ruimte voor visserij vs. ruimte voor wind op zee

De Noordzee is een belangrijk gebied voor de commerciële visserij. De beschikbare ruimte voor de visserijsector staat al onder druk door de aanwijzing van beschermde natuurgebieden (Royal HaskoningDHV, 2014). Deze komt verder onder druk te staan als de maximale ruimte voor wind op zee wordt benut. Indien de ruimte voor de visserij op de Noordzee wordt gehandhaafd, betekent dit dat minder ruimte beschikbaar is voor wind op zee en op land extra ruimte gevonden moet worden om de energietransitie mogelijk te maken. Mogelijk biedt een combinatie van gebruiksfuncties uitkomst, waarbij visserij, onder voorwaarden en aanpassing van vismethoden, in windparken wordt toegestaan. De belangrijkste aspecten van het Rad van de Leefomgeving die door deze conflicterende claim beïnvloed worden zijn (Royal HaskoningDHV, 2014):

  • Economische vitaliteit: Het verlies van visgronden heeft voor de visserijsector een economische doorwerking. Daarbij moet opgemerkt worden dat het verlies aan beschikbare visgronden niet betekent dat vissers minder vis vangen, het betekent wel dat vissers mogelijk verder moeten varen en intensiever zullen vissen in andere gebieden. Bovendien brengt omvaren extra brandstofverbruik (CO2-emissie) en kosten met zich mee.

  • Welzijn: Het verlies aan visgronden heeft voor de visserijsector een sociale doorwerking.

Ruimte voor defensie vs. ruimte voor wind op zee

Het Ministerie van Defensie oefent met schepen, onderzeeërs, straaljagers en helikopters over delen van de Noordzee, daarvoor zijn militaire oefengebieden ingericht, bijvoorbeeld ten noorden van de Waddeneilanden waar een militair oefengebied ligt waar met scherp wordt geschoten (Royal HaskoningDHV, 2014). Om de maximale ruimte voor wind op zee te kunnen benutten zal de ligging en/of oriëntatie van de oefengebieden aangepast moeten worden. De oefenruimte zelf zal dan worden behouden, maar mogelijk neemt de afstand waarover de oefengebieden moeten worden bereikt toe. Indien de oefengebieden op zee worden gehandhaafd, betekent dit dat minder ruimte beschikbaar is voor wind op zee en op land extra ruimte gevonden moet worden om de energietransitie mogelijk te maken. De belangrijkste aspecten van het Rad van de Leefomgeving die door deze conflicterende claim beïnvloed worden zijn (Royal HaskoningDHV, 2014):

  • Veiligheidsrisico’s: het benodigde oppervlak aan oefengebied staat niet ter discussie, mogelijk neemt de afstand om er te komen toe. Een toename in de afstand kan de verkeersveiligheid op zee en in de lucht beïnvloeden.

  • Natuurlijke hulpbronnen: mogelijke impact in relatie tot eventueel verder vliegen/varen van militair materieel naar de oefengebieden.

Ruimte voor mogelijke, toekomstige luchthaven op zee vs. ruimte voor wind op zee

Het Rijk wil op dit moment niet uitsluiten dat in de toekomst een luchthaven in zee gerealiseerd wordt. Het maximaal benutten van de ruimte voor wind op zee kan betekenen dat in de toekomst Schiphol niet meer uitgebreid/verplaatst kan worden naar zee. Indien ruimte voor een eventuele luchthaven op zee op lange termijn niet wordt uitgesloten, betekent dit dat minder ruimte beschikbaar is voor wind op zee en op land extra ruimte gevonden moet worden om de energietransitie mogelijk te maken. De belangrijkste aspecten van het Rad van de Leefomgeving die door deze conflicterende claim beïnvloed worden zijn (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2019):

  • Milieukwaliteit en gezondheid: verbetering omgeving Schiphol vs. verslechtering kustregio’s, op het gebied van o.a. emissies, zicht en geluidsbelasting.

  • Veiligheidsrisico’s: combinatie van eilanden voor de kust kan bijdragen aan mogelijkheden voor kustverdediging; tegelijkertijd zijn er ook veiligheidsaspecten t.a.v. de bereikbaarheid van het eiland en mogelijkheden voor vliegbewegingen i.v.m. weersomstandigheden op zee.

  • Natuurlijke systemen: impact van eiland op natuurlijke processen van zeebodem en zeestromingen, zoals slibstromen en langer termijn morfologie.

  • Natuur: impact van eiland en aanvliegroutes over zee op soorten en habitats, met name voor (trek)vogels en vissen.

  • Economische vitaliteit: groeimogelijkheden voor luchtvaartsector door beschikbaarheid van ruimte op zee vs. groeimogelijkheden voor bestaande sectoren op zee zoals zandwinning, visserij en windenergie; maar ook invloed op strand- en verblijfsrecreatie langs de kust.

  • Ruimtelijke economische structuur: toename van bereikbaarheid in luchtvaartsector, maar tegelijkertijd ook toename van transport naar luchthaven op zee.

  • Wonen en woonomgeving: vrijkomen van ruimte voor wonen en natuurontwikkeling in het Schipholgebied (inschatting 20.000 hectare), maar ook meer druk op woonomgeving in kustregio’s door toenemende transportbewegingen.