Economische omgeving

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er zijn kansen voor natuurlijke hulpbronnen als gevolg van de ambities in het landelijk gebied. Duurzame inrichting en grondgebruik in het landelijk gebied leidt door de integrale aanpak tot meer mogelijkheden voor afstemming met andere claims in het landelijk gebied, zoals de winning van het diepe grondwater en de conservering van water. Dit genereert kansen voor drinkwater en behoud (minerale) grondstoffen.

  

Klik op het plaatje links voor een vergroting van het RAD van de leefomgeving

De transitie van het landbouw en voedselsysteem brengt risico’s met zich mee voor het rendement van het landgebruik. Kringlooplandbouw heeft bij een gelijkblijvende toegevoegde waarde meer ruimte nodig. De vraag is of die extra ruimte er is. Er is hierdoor een risico op afname van productie en daarmee afname werkgelegenheid en verdienvermogen. Het opzetten van het waterpeil in veenweidegebieden is risicovol voor de landbouw: er is minder areaal landbouwgrond beschikbaar, er moet worden overgestapt op andere vormen van landbouw en er is minder water om te irrigeren. Tenslotte is er een risico voor voedselzekerheid op de langere termijn (nationale veiligheid) als de productie wijzigt. Tegelijkertijd is het een kans als de afhankelijkheid van import afneemt (lokaal produceren/ circulariteit). De transitie van het landbouw- en voedselsysteem nodigt uit tot innovatie: dit biedt kansen voor innovatiekracht wat de sleutel kan zijn voor de sector.

Voor de ruimtelijke economische structuur zijn er alleen voor vestigingslocaties zowel kansen als risico’s te benoemen vanuit veenweidegebieden: Het opzetten van het peil biedt ontwikkelingskansen voor het creëren van specifieke woon- en werkmilieus. Er ontstaat ruimte voor nieuwe functies, mogelijk ook economische sectoren (met name recreatie gerelateerd). Aan de andere kant wordt het vestigingsklimaat voor de landbouw mogelijk slechter.

Belangrijkste kansen: drinkwater, minerale & fossiele grondstoffen, grondstoffenbehoud, duurzaam landgebruik, werkgelegenheid, verdienvermogen, kennis & innovatie, vestigingslocaties en nationale veiligheid.

Belangrijkste risico’s: werkgelegenheid, verdienvermogen, nationale veiligheid, vestigingslocaties.