Beleidskeuze 4.1: Verbeteren balans tussen landgebruik en omgevingskwaliteiten

In het landelijk gebied verbetert de balans tussen het landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht.

Bepalende elementen die de ontwerp-NOVI bij deze beleidskeuze benoemd zijn:

  • Bodem en water: Het verbeteren van de balans tussen landgebruik en omgevingskwaliteiten wordt gedaan door zorgvuldiger om te gaan met de natuurlijke systemen in het landelijk gebied. Dit vraagt betere afstemming van ontwikkelingen in de bovengrond op de natuurlijke processen in de bodem- en watersysteem, de ondergrond en omgeving. Op de hoger gelegen (zand)gronden leiden langere perioden van droogte tot het wegzakken van (grond)waterstanden en daarmee een tekort aan zoet water. Zoetwatertekorten worden zoveel mogelijk binnen gebieden opgelost. In gebieden met zoetwatertekorten (nu of op lange termijn) worden geen nieuwe ontwikkelingen met een zoetwatervraag gerealiseerd – denk b.v. aan industrie, intensieve landbouw of waterstoffabrieken - zonder dat er voldoende voorzieningen voor een duurzame watervoorziening zijn getroffen. Daarnaast wordt een duurzame drinkwatervoorziening gewaarborgd en wordt gezorgd voor voldoende nieuwe en alternatieve bronnen om ook in de toekomst over voldoende drinkwater te beschikken. Provincies wijzen Aanvullende Strategische Voorraden (A.S.V.) aan met bijbehorend beschermingsregime. In de tussengelegen gebieden is door de aanvoer van rivieren over het algemeen voldoende water beschikbaar. De ondergrond leent zich hier goed voor intensieve vormen van landgebruik, zoals hoogproductieve landbouw. Bodemerosie in de grote rivieren zorgt hier wel voor uitdagingen. In het rivierengebied is een krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming de ambitie, en het behouden van ruimte voor de toekomstige veiligheid van het rivierengebied.

  • Bodemdaling: Laaggelegen gebieden langs kuststroken zullen door zeespiegelstijging en bodemdaling in toenemende mate met verzilting te maken krijgen. Op sommige locaties, b.v. waar verzilting optreedt, kan dat leiden tot functiewijzigingen – zoals van landbouw naar natuur – of tot andere typen natuur of gewassen. Ook speelt hier de bodemdalingsproblematiek van veenweidegebieden. In delen van veengebieden is verhoging van het grondwaterpeil op termijn noodzakelijk, op voorwaarde dat er een goed toekomstperspectief voor de huidige gebruikers kan worden geboden. Provincies organiseren/faciliteren een proces met grondgebruikers, maatschappelijke actoren, bewoners en medeoverheden gericht op de opstelling van een programma per veenweidegebied (regionale veenweide strategie). Er wordt een Nationaal Programma Veenweide ontwikkelt waarmee op integrale wijze invulling wordt gegeven aan de nationale verantwoordelijkheid voor een toekomstbestendige ontwikkeling van het veenweidegebied

Herinrichting van polder Hondsbroeksche Pleij: middels een overlaat kan er extra water naar de IJssel geleid worden. (Mischa Keijser)