Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Windenergie op zee en de aanlandingspunten langs de kust hebben het grootste risico op significant negatieve effecten. Deze maatregelen vinden plaats in of in de nabijheid van de Natura 2000-landschappen Noordzee, Waddenzee en Delta, de Duinen en het Rivierengebied. Omdat de milieudruk hier zal toenemen is er sprake van een (grote) opgave voor mitigerende en/of compenserende maatregelen. Voor wind op zee moet een integrale afweging leiden tot een locatie met de minste gevolgen voor de natuurwaarden. Het beleid is daarmee niet onuitvoerbaar. Het harde substraat van de windturbinevoeten biedt ook nieuw leefgebied voor benthos en heeft daarmee een positief effect op de voedselbeschikbaarheid van vissen, vogels en zeezoogdieren. Daarnaast kunnen de aterveiligheidsmaatregelen mogelijk tot negatieve effecten leiden vanwege ruimtelijke ingrepen in Natura 2000-gebieden.

De grootschalige clustering van duurzame energie en industrie op land vraagt om extra ruimte, maar vanwege de status van het Natura 2000-netwerk is het niet aannemelijk dat dit binnen de Natura 2000-begrenzing zal plaatsvinden. Zonneweides veroorzaken verder geen milieudruk. Windparken kunnen leiden tot verstoring en aanvaringsslachtoffers onder vogels (en vleermuizen), met name ter hoogte van rustgebieden en migratieroutes. Een goede positionering, eventueel aangevuld met een stilstand voorziening kan het risico op negatieve effecten verkleinen. Industriële ontwikkelingen verhogen in zijn algemeenheid wel de milieudruk door productieprocessen en verkeersbewegingen. Hier zijn brongerichte maatregelen mogelijk. Door een clustering neemt de milieudruk op andere locaties af. Dit principe heeft geen negatieve invloed op het Natura 2000-netwerk.

Op welke wijze warmtenetten worden gebruikt is nog niet uitgewerkt. Het risico bestaat dat bij gebruik van bodemenergie met een open systeem grondwateronttrekkingen nodig zijn. Veel Natura 2000-landschappen ondervinden op dit moment een knelpunt als gevolg van verdroging en de reikwijdte kan groot zijn waardoor op relatief grote afstand nog negatieve effecten te verwachten zijn.

De zonneladder heeft tot doel om ecologische waarden beter te betrekken bij locatiekeuzes van zonneparken en heeft daarmee geen negatief effect op het Natura2000-netwerk. Er zijn wel risico’s bij het aanleggen van zonneparken op land. Met name waar het gaat om zonneparken op waterplassen binnen Natura2000-gebieden of landbouwgronden die foerageergebied zijn voor grasetende watervogels.

Beleid dat gericht is op energiebesparing en gebruik van restwarmte voorziet nog niet in fysieke ingrepen waardoor geen negatieve effecten op het Natura2000-netwerk aan de orde is.