Hoofdstuk 6 | CONCLUSIES EN AANDACHTSPUNTEN VOOR HET VERVOLG

In een context waar veel leefomgevingsaspecten onder druk staan, kent de uitvoering van de ontwerp-NOVI - en daarmee de effecten voor de staat van de fysieke leefomgeving - nog veel onzekerheden. Effecten kunnen vaak nog zowel positief als negatief uitpakken, afhankelijk van de uitwerking in (gebiedsgerichte) programma’s, de doorwerking naar vervolgbesluiten van zowel Rijk als decentrale overheden en van het in te zetten instrumentarium. De beleidskeuzes in de ontwerp-NOVI bieden zowel kansen als risico’s voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving; er zijn meer kansen dan risico’s. Gezien de onzekerheden - en om kansen te verzilveren en gesignaleerde risico’s het hoofd te bieden - is het noodzaak om tijdens de doorwerking en uitvoering van het beleid de ‘hand aan de kraan’ te houden. Hiervoor zijn een vorm van regie voor een samenhangende aanpak én samenhangende monitoring van de effectiviteit van het beleid en van optredende effecten cruciaal voor zorgvuldige doorwerking naar vervolgbesluiten, mét gelegenheid voor optimalisatie om kansen te verzilveren en risico’s te beheersen.

Dit hoofdstuk bevat de belangrijkste conclusies van het planMER en de passende beoordeling en aandachtspunten voor het vervolg.