Aandachtspunten voor het vervolg

De mate waarin de medeoverheden slagen in het verzilveren van kansen en het beheersen van risico’s voor de fysieke leefomgeving hangt af van:

  1. de afspraken die overheden maken over de samenwerking bij de samenhangende uitwerking en doorwerking van beleidskeuzes naar de plannen van decentrale overheden, inclusief de verdeling van rollen en de wijze van sturing;

  2. de uitwerking van de beleidskeuzes in vervolgbesluiten over (nationale en regionale) programma´s;

  3. de nadere keuzes die worden gemaakt in flankerend beleid over kwetsbare onderwerpen die relevant zijn voor een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, zoals milieu, gezondheid, welzijn en biodiversiteit;

  4. de mate waarin in de adaptieve aanpak zo nodig tijdig wordt bijgestuurd met behulp van de inzichten uit samenhangende monitoring en evaluatie.

De aandachtspunten zijn hierna uitgewerkt.

De rol van het Rijk en de wijze van sturing

De aanpak die is beschreven in de ontwerp-NOVI vraagt een duidelijke rolopvatting van het Rijk. Die kan verschillend zijn, afhankelijk van de opgave, het gebied, de context en de gewenste interactie met andere overheden en de samenleving. De aannemelijkheid dat het voorgestelde beleid wordt gerealiseerd en de aannemelijkheid dat kansen kunnen worden verzilverd en risico’s zich zullen voordoen of worden beheerst, hangt af van de wijze van sturing die wordt ingezet voor specifieke opgaven.

In de ontwerp-NOVI worden drie rollen onderscheiden van het Rijk bij de uitvoering van de NOVI:

  • Samenwerkend: Gemeenten, waterschappen en provincies zijn primair verantwoordelijk voor de leefomgeving. Het Rijk werkt samen met andere overheden en maatschappelijke partijen. Het Rijk zet voor het borgen van nationale belangen primair in op een samenwerkende rol, in partnerschap met medeoverheden en de samenleving. Enerzijds door allianties bij elkaar te brengen (regisseur, spelverdeler), anderzijds als partij aan tafel (gelijkwaardig partner).

  • Faciliterend: Het Rijk biedt ruimte voor en zoekt aansluiting bij initiatieven van anderen. Het brengt deze als dat nodig en gewenst is verder en stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen, innovatie, (kennis)ontwikkeling en transitie. Het Rijk heeft een rol als verbinder, mediator, expert, kennismakelaar en begeleider. B.v. door het organiseren van gebiedsdialogen, aanbieden van ontwerpateliers , financiering door stimuleringssubsidies en het bieden van experimenteer- en innovatieruimte (de Crisis- en Herstelwet (sinds 2010 in werking) is hiervan een voorbeeld).

  • Sturend en kaderstellend: Als het nationale belang of de specifieke opgave niet alleen door samenwerken en faciliteren effectief kan worden opgepakt, kan de rol van het Rijk ook meer sturend en kaderstellend zijn. Het Rijk stuurt dan op de nationale belangen en doelen via het realiseren van projecten vanuit de eigen verantwoordelijkheid, het aanwijzen of uitsluiten van gebieden voor bepaalde doeleinden (bijvoorbeeld nabij defensieterreinen, infrastructuur, Natura 2000, nationale parken), vanuit (internationale kaders, door normstelling en grenswaarden (zoals b.v. eisen voor omgevingsveiligheid en normen voor geluid, waterkwaliteit, omgevingsveiligheid en luchtkwaliteit) beperkingen opleggen, of met instructieregels sturen op (on)gewenste ontwikkelingen.

Het Rijk geeft dus ruimte en richting, werkt samen en faciliteert waar het kan, en stuurt waar het moet. Dit is samengevat in onderstaande figuur en verder uitgewerkt in hoofdstuk 5 van de ontwerp-NOVI.

De Omgevingswet biedt de instrumenten waarmee de NOVI doorwerking en uitwerking moet krijgen. De wijze van samenwerking en de inzet van instrumenten zal bepalend zijn voor de implementatie van het beleid en daarmee voor de effecten die zich op termijn zullen voordoen voor de fysieke leefomgeving.

Op basis van de conclusies van dit planMER is het aan te bevelen om in ieder geval voor de kwetsbare aspecten van de fysieke leefomgeving die onder druk staan en waarvoor zich risico’s voordoen de wijze van sturing als Rijk nadrukkelijk te overwegen en/of goede afspraken te maken voor een samenhangende aanpak waarbij kansen kunnen worden verzilverd en risico’s kunnen worden beheerst.