Aandachtspunten voor flankerend beleid over kwetsbare onderwerpen

  • Indien nodig actualiseren van flankerend beleid

Voor een samenhangende aanpak van de in dit planMER geïdentificeerde kwetsbare onderwerpen, is het aan te bevelen om nadere keuzes vast te leggen en aanvullend flankerend beleid hiervoor zo nodig te actualiseren of op te stellen. Het gaat hierbij om flankerend beleid voor onderwerpen die nadrukkelijk aandacht vergen, omdat de ontwikkeling van de staat van deze aspecten van de fysieke leefomgeving al onder druk staat én omdat niet-ruimtelijke elementen van deze kwetsbare onderwerpen niet of in beperkte mate onderdeel uitmaken van de beleidskeuzes in de ontwerp-NOVI. Te denken valt aan:

  • milieukwaliteit (zoals geur, geluid, lucht, stilte en duisternis, gevaarlijke stoffen en omgevingsveiligheid),

  • gezondheid (zoals gezondheidsbescherming en -bevordering)

  • welzijn (zoals sociale samenhang en inclusiviteit)

  • natuur (vooral biodiversiteit)

In veel gevallen is bestaand beleid voorhanden; het verdient de aanbeveling het bestaande beleid opnieuw te bezien in samenhang met de in de ontwerp-NOVI voorgestelde beleidskeuzes en in het licht van de geïdentificeerde kansen en risico’s.

Voorbeeld uitwerking voor flankerend milieubeleid

Als concreet voorbeeld wordt hier genoemd de nadere uitwerking in de Milieuvisie. Autonome trends en ontwikkelingen zorgen ervoor dat de milieukwaliteit (vooral milieugezondheidsrisico’s door b.v. luchtkwaliteit, geluidhinder, geur, etc.) richting 2030 steeds meer onder druk komt te staan. De NOVI keert die trends niet. Bovendien gaan de keuzes over de verduurzaming van Nederland gepaard met risico’s voor milieukwaliteit en gezondheid. Verder zijn door het ruimtelijk-fysieke karakter van de NOVI zijn diverse milieu gerelateerde onderwerpen (zoals asbest, kernafval, genetisch gemodificeerde organismen, bestrijdingsmiddelen (w.o. glyfosaat), microverontreinigingen (w.o. nanodeeltjes) en bewust omgaan met veiligheid) niet belicht, terwijl dat risico’s ten aanzien van deze onderwerpen wel aandacht vergen.

Het verdient op dit punt aanbeveling om het (sectorale) beleid op deze onderwerpen zowel in de door het kabinet aangekondigde Milieuvisie als in andere uitwerkingen van het beleid expliciet op te nemen om risico’s ten aanzien van deze onderwerpen te ondervangen.

Met oog op het realiseren van een schone, gezonde en veilige leefomgeving, die door de inwoners van Nederland ook als zodanig wordt ervaren, is het nodig dat milieu- en omgevingsveiligheidsrisico’s verwaarloosbaar klein zijn en dat nieuwe risico’s tijdig gesignaleerd en aangepakt worden. De volgende aanpak langs drie sporen kan hierbij behulpzaam zijn:

  • Het ontwikkelen van instrumenten om risico’s te voorkomen (‘veilig aan de voorkant’).

  • Het intensiveren van de huidige beleidsaanpak, waarin het beheersen van risico’s een centrale rol speelt.

  • Het actief betrekken van de samenleving bij de aanpak van milieurisico’s.

  • Milieubeoordeling voor decentrale plannen

In veel gevallen zal het nodig zijn om op het niveau van vervolgbesluiten opnieuw een milieubeoordeling uit te voeren. Op dat moment kunnen milieueffecten met meer zekerheid worden ingeschat, en kunnen eventueel negatieve effecten worden gemitigeerd of gecompenseerd. Indien als gevolg van het besluit aanzienlijke milieueffecten worden verwacht, zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r., moet voor plannen een planMER worden opgesteld waarvan reikwijdte en detailniveau passen bij het abstractieniveau van dat plan. Het in dit PlanMER gehanteerde beoordelingskader, de beschouwing van de Staat van de Leefomgeving en de geïdentificeerde kansen en risico’s bieden aanknopingspunten waar in provinciale en gemeentelijke planMER’en op kan worden voortgebouwd.