De staat van de fysieke leefomgeving

De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld zien. Vooral qua ruimtelijk-economische structuur, economische vitaliteit, de kwaliteit van de openbare ruimte en veiligheidsrisico’s staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor. Vooral de huidige staat ten aanzien van het klimaat, natuurlijke systemen, natuur en milieukwaliteit & gezondheid staan onder druk; ambities worden (nog) niet gehaald en op veel plekken is sprake van knelpunten.

Hoewel de onzekerheid over bijvoorbeeld geopolitieke en technologische ontwikkelingen groot is, zorgen autonome trends en ontwikkelingen ervoor dat de staat van de leefomgeving richting 2030 voor de meeste aspecten meer onder druk komt te staan. In de referentiesituatie keert bestaand beleid de negatieve trends naar verwachting niet. Een uitzondering vormt de positieve trend ten aanzien van de staat van natuurlijke systemen. Dit hangt samen met de positieve bijdrage van de Kaderrichtlijn Water voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater.

Vooral de toch al kwetsbare staat ten aanzien van het klimaat, de natuur (met name biodiversiteit) en milieukwaliteit & gezondheid komen richting 2030 over het algemeen verder onder druk te staan. Daarnaast vallen de negatieve trends ten aanzien van landschap & openbare ruimte, natuurlijke hulpbronnen, de ruimtelijk-economische structuur en welzijn op; vooral de toenemende druk op de sociale samenhang en inclusiviteit maakt dat ook welzijn in de referentiesituatie een kwetsbaar aspect vormt.

Figuur 0.2 vat het beeld van de staat van de fysieke leefomgeving samen, zowel voor de huidige situatie (lichte lijn) als voor de referentiesituatie in 2030 (donkere stippellijn). Belangrijk om te vermelden is dat het een globaal beeld van de staat van de fysieke leefomgeving betreft. De staat van specifieke indicatoren die onderdeel zijn van de aspecten verschilt. Ook is er sprake van regionale verschillen, verschillen binnen steden en in het landelijk gebied en bijvoorbeeld verschillen binnen en buiten beschermde natuurgebieden.

In het PlanMER wordt verder ingegaan op deze verschillen. 

Klik op de onderstaande afbeelding van het RAD voor nadere informatie. De buitenste rand van het RAD is interactief. Als u op bijv. Milieukwaliteit & gezondheid gaat staan krijgt u een pop-up te zien. Wanneer u hierop klikt komt er nadere informatie over de staat van de leefomgeving i.r.t. dit aspect. In de pdf (te downloaden rechts bovenin uw scherm) is deze informatie onder het figuur te lezen.

Figuur 0.2 | De staat van de fysieke leefomgeving.

De meest in het oog springende ontwikkelingen ten aanzien van de staat van de fysieke leefomgeving zijn hierna samengevat. In het PlanMER wordt dit verder uitgewerkt.

OPVALLENDE ONTWIKKELINGEN IN DE STAAT VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

De staat van de natuur: Hoewel er binnen natuurgebieden (inclusief Natura 2000-gebieden) sprake is van een verbetering van het areaal en de condities voor de hier voorkomende dier- en plantensoorten, lijkt bestaand beleid de negatieve trend in de biodiversiteit voor Nederland als geheel niet te keren. Ongeveer een derde van de Nederlandse dier- en plantensoorten is momenteel bedreigd en dit aandeel neemt richting 2030 naar verwachting toe. Schaalvergroting in de landbouw en de druk van verstedelijking en mobiliteit zorgen ervoor dat de negatieve trend in de condities voor beschermde soorten en habitats en in de biodiversiteit doorzet. Bodemdaling zorgt in sommige gebieden bovendien voor een verdere achteruitgang van de bodemstructuur en het bodemleven. Klimaatverandering zorgt dat er op termijn meer knelpunten ontstaan, ook in de verbondenheid van natuurgebieden en de robuustheid van ecologische verbindingen.

De staat van de milieukwaliteit & gezondheid: De inspanningen om de milieukwaliteit in Nederland te verbeteren zijn in het verleden redelijk succesvol geweest. Normen die van belang zijn voor de volksgezondheid - zoals schoon drinkwater, schone bodems, schone lucht en voorkomen van (geluid)hinder - worden veelal behaald. Dit betekent echter niet dat er vanuit gezondheidsperspectief geen opgave meer is. Milieufactoren veroorzaken in toenemende mate aanzienlijke gezondheidsschade; luchtvervuiling en ongezond gedrag draagt hier aan bij. Vooral in de steden zorgt de toenemende druk hier voor een verdere afname van de milieukwaliteit en gezondheid. In combinatie met de beperkte ruimte in steden om gezond gedrag te stimuleren en het feit dat de noodzaak voor een gezonde leefstijl onvoldoende wordt ingezien, maakt dat de staat van de milieukwaliteit & gezondheid een punt van aandacht is.

De staat van het klimaat: Ondanks de inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken en de mogelijkheden voor opslag en vastlegging van broeikasgassen te verbeteren, worden de klimaatambities bij voortzetting van het huidige beleid niet gehaald; namelijk het beperken van de emissie met 49% in 2030. Er wordt flink geïnvesteerd om op langere termijn om te kunnen gaan met de negatieve gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie, droogte, hittestress en wateroverlast). Met name voor de lange termijn (richting 2050) is de verwachting dat het huidige beleid nog onvoldoende antwoord biedt op de grote opgaven waar we in Nederland voor staan.

De staat van natuurlijke hulpbronnen: De groei van de bevolking, welvaart en technologische ontwikkeling leidt tot een groeiende vraag naar voorraden en diensten die de natuur ons kan leveren. Die voorraden raken steeds verder uitgeput. Denk bijvoorbeeld aan de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen, mineralen en andere grondstoffen. Er is sprake van een negatieve trend en de effecten zullen op de langere termijn (zeker richting 2050) steeds meer urgent worden. Voor wat betreft het benutten van de bodemvruchtbaarheid voor de landbouw, zijn de negatieve gevolgen van schaalvergroting en intensivering in de landbouw nu al in toenemende mate merkbaar.

De staat van de ruimtelijk-economische structuur: De druk in de steden is groot; woningbouwopgaven zorgen ervoor dat voor bedrijfsleven goede locaties worden getransformeerd naar locaties voor wonen. Het aantal verplaatsingen neemt toe en de bereikbaarheid (vooral in en om de steden) komt steeds meer onder druk te staan, terwijl die bereikbaarheid juist een belangrijke kracht is van de ruimtelijk-economische structuur. Tot 2030 wordt daarom flink geïnvesteerd in de bereikbaarheid (MIRT), waarbij er nadrukkelijk aandacht is voor achterlandverbindingen en de metropoolregio’s (Amsterdam, Rotterdam - Den Haag, Utrecht en Eindhoven). Toch neemt de druk op het mobiliteitssysteem toe, vooral in en rond de groeiende steden. Vanuit die steden bestaat er een toenemende behoefte om meer te investeren in het OV. Ook over de internationale bereikbaarheid is er zorg; kan Nederland haar sterke positie behouden als gevolg van een combinatie van beperkte ontwikkelingsruimte voor de luchtvaart en beperkte investeringen in internationale spoorverbindingen. Verder is er zorg over de robuustheid van het energienetwerk en van het digitale netwerk, waarbij huidig beleid nauwelijks voorziet in het slim koppelen van vraag en aanbod, terwijl ook dit belangrijke indicatoren zijn voor een goede ruimtelijk-economische structuur.

De staat van welzijn: Gezien de toenemende druk op de steden - waarbij de verschillen tussen stad en platteland verder toenemen - bestaat er zorg over de ontwikkeling van de ruimtelijke sociale samenhang in Nederland en meer specifiek ook binnen de steden. Daarnaast zorgen (technologische) ontwikkelingen in bijvoorbeeld mobiliteit en in de energietransitie voor zorgen over de mate waarin iedereen in de samenleving gelijke kansen heeft om deel te nemen. Bestaand beleid lijkt deze vraagstukken onvoldoende te adresseren.