Aanpak voor een brede benadering van ‘milieueffecten’

Voor PlanMER NOVI is het zogenaamde ‘Rad van de leefomgeving’ ontwikkeld. Als beoordelingskader vormt het ‘Rad’ het vertrekpunt voor de beschrijving van de staat van de leefomgeving en de effectbeoordeling.

Het ‘Rad’ volgt de brede en integrale benadering van de Omgevingswet, die ook in de NOVI tot uitdrukking komt. Opgebouwd rond de doelstellingen van de Omgevingswet, is vanuit vier perspectieven naar de gevolgen voor de fysieke leefomgeving gekeken. Met oog op het beschermen van de fysieke leefomgeving is gekeken naar 1) een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en 2) een goede omgevingskwaliteit. Met oog op het vervullen van maatschappelijke behoeften is gekeken naar 3) de woonomgeving en 4) de economische omgeving. Met deze focus op de gehele fysieke leefomgeving kent het PlanMER dus een bredere reikwijdte dan de gebruikelijke milieuaspecten die in de Wet milieubeheer worden genoemd. In figuur 0.1 is het Rad van de Leefomgeving afgebeeld, met in de buitenste schil de aspecten (vetgedrukt) en een selectie van indicatoren die in de beoordeling zijn betrokken. Deze selectie is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving én het proces van raadpleging over de beoogde reikwijdte en detailniveau van het PlanMER.

Klik op het plaatje hieronder voor een vergroting van het RAD van de leefomgeving.

Figuur 0.1 | Het Rad van de Leefomgeving; beoordelingskader PlanMER NOVI.

Het PlanMER is gericht op de beoordeling van beleidskeuzes voor de vier beleidsprioriteiten die in de ontwerp-NOVI zijn beschreven; deze zijn links opgenomen in figuur 0.1. Aansluitend op de lange termijn focus van de ontwerp-NOVI, worden effecten beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie in 2030. Dit betreft de staat van de leefomgeving zoals die zich naar verwachting in 2030 zou voordoen bij ongewijzigd bestaand beleid én waarbij autonome trends en ontwikkelingen in acht worden genomen. Hoewel er al een grote mate van onzekerheid bestaat over autonome trends en ontwikkelingen over de periode tot aan 2030, zijn de onzekerheden over autonome trends en ontwikkelingen op de lange termijn - richting 2050 - enorm. Waar relevant en mogelijk wordt in het PlanMER een doorkijk gegeven richting 2050.

Aansluitend op het strategische karakter van de ontwerp-NOVI kunnen effecten alleen kwalitatief en op basis van expert judgement in beeld worden gebracht. De wijze waarop het beleid uiteindelijk wordt uitgevoerd staat nu nog niet vast; dit vergt nadere uitwerking van ambities en strategische nationale keuzes in (gebiedsgerichte) programma’s en in vervolgbesluiten van zowel rijk en decentrale overheden. Effecten die het beleid op lange termijn zal hebben voor de fysieke leefomgeving zijn dan ook omgeven met onzekerheid. Wel kunnen nu al kansen en risico’s worden geïdentificeerd die aandacht vergen in de nadere uitwerking in programma’s en vervolgbesluiten. Dit biedt een opstap voor deze programma’s en vervolgbesluiten en een basis voor monitoring en evaluatie; een belangrijke randvoorwaarde om tijdens de doorwerking en uitvoering van het beleid ‘de hand aan de kraan’ te kunnen houden.