Kansen en risico’s | Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland

Deze beleidsprioriteit zet in op een circulaire en CO2-arme economie in 2050, waarbij economische groei en milieudruk worden ontkoppeld. Dit schept de voorwaarden om ook op de langere termijn economische groei op een duurzame wijze te kunnen accommoderen. Steden en stedelijke regio’s vervullen een steeds belangrijker rol als motoren voor deze economische groei. Daarom zijn een aantrekkelijke leefomgeving en een goede (internationale) fysieke en digitale bereikbaarheid belangrijke vestigingsplaatsvoorwaarden.

De ambitie voor deze beleidsprioriteit biedt potentie om negatieve trends in de Staat van de fysieke Leefomgeving te keren, maar de precieze betekenis die dit zal hebben voor de economische vitaliteit, het ruimtelijk-economisch netwerk, de woonomgeving en het klimaat is nog onduidelijk. Veel hangt af van de wijze waarop het beleid wordt geconcretiseerd, waarbij zich zowel kansen als risico’s voordoen, afhankelijk van het exacte ambitieniveau en de aard van de te nemen vervolgbesluiten. Risico’s doen zich vooral voor, voor natuur, landschap, de woonomgeving en milieugezondheidsrisico’s. Dit geldt voornamelijk in het geval van vervolgbesluiten over locatie gebonden ontwikkelingen, zoals (milieu)ruimte voor industrie, zeehavens, datacenters en verzamelplekken (hubs) om de transitie naar een circulaire economie mogelijk te maken. Voor wat betreft de gevolgen voor de economische vitaliteit hangt veel af van de wijze van doorwerking en uitvoering van het beleid. De beleidskeuzes concentreren zich nu in belangrijke mate op de grote haven- en industrieclusters. Deze focus vormt een risico voor de economische vitaliteit, aangezien de potentie voor het verdienvermogen en de werkgelegenheid met name afhangt van de mate waarin de kracht van steden en stedelijke regio’s wordt benut. Tegelijkertijd biedt de transitie naar een duurzame en circulaire economie kansen voor het verdienvermogen en de werkgelegenheid van sectoren die zijn gericht op deze transitie en biedt dit kansen door een stuwende werking voor kennis en innovatie. Belangrijke randvoorwaarde is overigens dat er voldoende capaciteit op de arbeidsmarkt is voor het realiseren van deze ambitie; de verwachting is dat dit een risico vormt in het vervolg.