Resultaten van de passende beoordeling Natura 2000

Voor de ontwerp-NOVI is ook een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Bij de passende beoordeling wordt getoetst of significant negatieve effecten voor de wettelijke instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden worden verwacht als gevolg van de beleidskeuzes. De passende beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij kaderstellende plannen waarvan een significant negatief effect op voorhand niet uitgesloten kan worden. Het doel van de passende beoordeling is om de risico’s op significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk in beeld te brengen als gevolg van het nieuwe beleid uit de NOVI. Verder dienen mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen te worden beschreven die nodig zijn om significante effecten te voorkomen. Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. En waar relevant worden kansen op positieve effecten beschreven.

Het detailniveau van de passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van NOVI. Gezien het abstracte karakter van de beleidskeuzes is deze op hoofdlijnen. Het betreft daarom een risico-inschatting. De passende beoordeling leidt op dit moment (op basis van conceptontwerp-NOVI van 3 mei 2019) niet tot onoverkomelijke belemmeringen als gevolg van mogelijk negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden, die een besluit over de ontwerp-NOVI nu in de weg staat. De ontwerp-NOVI bevat immers geen concrete beleidskeuzes en de wijze waarop het beleid uiteindelijk wordt uitgevoerd staat nu nog niet vast. Wel kunnen verschillende principiële beleidskeuzes leiden tot vervolgbesluiten waarbij zich mogelijk risico’s voordoen voor het Natura 2000-netwerk. Daarom kan de uitvoerbaarheid van sommige vervolgbesluiten niet op voorhand worden gegarandeerd en zullen voor de te nemen vervolgbesluiten de gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 opnieuw moeten worden getoetst. Hierna zijn de specifieke conclusies per beleidsprioriteit samengevat.

In de vervolgbesluiten is het van belang om de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk te betrekken. Met name door een goede locatiekeuze zijn negatieve effecten te voorkomen of te beperken. Aanvullende kansen liggen met name in een natuurinclusieve uitwerking van het beleid. Door natuurwaarden vroegtijdig te betrekken bij de uitwerking van het beleid kan er naar gestreefd worden om de natuur zoveel mogelijk te versterken. Dit kan positief bijdragen aan de biodiversiteit in het algemeen.

Beleidsprioriteit 1

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

&

Beleidsprioriteit 2

Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland

Bij de doorwerking van verschillende beleidskeuzes doen zich in het vervolg mogelijk risico’s voor als gevolg van mogelijk negatieve effecten op het Natura 2000-netwerk. Ruimtelijke en economische ontwikkelingen kunnen lokaal leiden tot een vergroting van de milieudruk. Ruimtebeslag, versnippering, verstoring en stikstofdepositie zijn voorbeelden van risico’s die zich voor kunnen doen indien vervolgbesluiten leiden tot ruimtelijke ingrepen, een toename van verkeersbewegingen of uitbreiding van industriële processen. Indien deze ontwikkelingen plaatsvinden nabij Natura 2000-landschappen, dan bestaat hier een risico op significant negatieve effecten. Met name een eventuele groei van zeehavens, het accommoderen van wind op zee en het realiseren van aanlandingspunten langs de kust zijn ontwikkelingen die in de nabijheid van Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden. Daarom zijn de risico’s op negatieve effecten hier het grootst. Dit kan consequenties hebben voor vervolgbesluiten en hiermee de uitvoerbaarheid van het beleid. Daarnaast kunnen de waterveiligheidsmaatregelen mogelijk tot negatieve effecten leiden vanwege ruimtelijke ingrepen in Natura 2000-gebieden.

 

Beleidsprioriteit 3

Sterke & gezonde

steden en regio’s

De beleidskeuzes voor deze beleidsprioriteit zijn vooral gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van het bestaande stedelijk gebied. De focus ligt daarmee buiten Natura 2000-gebieden. Uitbreiding van stedelijk gebied kan wel invloed hebben op het Natura 2000-netwerk als deze in de nabijheid ligt. Door een goede locatiekeuze en brongerichte maatregelen zijn risico’s op significant negatieve effecten te voorkomen.

Beleidsprioriteit 4

Toekomstbestendige

ontwikkeling van het

landelijk gebied

De beleidskeuzes voor deze beleidsprioriteit zorgen niet voor een grote toename van ontwikkelingen die extra milieudruk veroorzaken, zoals versnippering, verstoring en vermesting. Daarom zijn er geen grote risico’s op significant negatieve effecten.

Verder is voor deze beleidsprioriteit nog niet concreet uitgewerkt welke maatregelen worden getroffen om de bodemdaling in het veenweidegebied tegen te gaan. Wanneer de uitvoering van deze maatregel tot gevolg heeft dat hele gebieden onder water worden gezet, dan bestaat het risico dat dit significant negatieve effecten veroorzaakt. De hydrologische omstandigheden in de betreffende Natura 2000-gebieden zullen dan zodanig veranderen dat de natuurlijke kenmerken niet gewaarborgd kunnen worden.